Ingetogen melancholie en “Tiny Tears”: Aurore Dal Mas, Katlijn Blanchaert en Peter Waterschoot bij mi*galerie Parijs

“Tiny Tears”: een veelbetekenende en poëtische titel voor het fotografisch werk van Aurore Dal Mas, Katlijn Blanchaert en Peter Waterschoot. Kleine tranen, ingehouden verdriet en een wereld in verval… veel beter kan je hun werk inderdaad niet samenvatten. Curator Dieter Debruyne bracht deze kunstenaars samen voor een bijzondere expo in samenwerking met Urbanautica Institute en mi*galerie in iconische Parijs, stad van de inmiddels vergane glorie en verloren pluimen: een ideaal en complementair kader voor het werk van deze drie Belgen.

foto-1-courtesy-dal_mas-polvere01

 

Wat onmiddellijk opvalt, is dat het werk van het trio onderling bijzonder homogeen is: duistere, enigszins sombere taferelen die vaak een link hebben met het verleden en meestal een beetje angst inboezemen. De kunstenaars spelen duidelijk met gelijkgestemde, melancholische snaren en kenmerken zich door een schaarse maar aanwezige narrativiteit. Hun fotografie is introspectief en exploreert niet enkel de gevoelswereld van het subject, als deze al aanwezig is, maar ook en vooral die van de kijker. Hun beelden schudden onze emotionele wereld door elkaar en brengen ons terug naar eenzame, soms troostende, niemandslanden. Het wazige, de duisternis en de surreële atmosfeer die heerst in het werk van de drie fotografen voeren ons mee naar een soort van droomwereld, non-places vrij van tijd, waarin de kijker zichzelf kan verliezen en als het ware oplossen in de besmuikte sfeer.

foto-2-courtesy-katlijnblanchaert-1

 

Aurore Dal Mas sluit zich in alle aspecten aan bij die omschrijving. In haar reeks Polvere onderzoekt ze een repulsieve, ontaarde wereld en registreert droomachtige beelden die de grens met de degeneratie tarten of overschrijden. Er hangt een dreigende sfeer in haar werken; een nakend en onvermijdelijk onheil lijkt te naderen. Haar anonieme figuren, de gezichten onherkenbaar, lijken zich te verschansen in een soort underground. Curator Dieter Debruyne wijst op de associaties met de série noire en die vergelijking vraagt om weinig bijkomende uitleg: malafide ogende individuen, schaars geklede en sjofele figuren die in het niets staren, ondergrondse gangen en obscure bunkerachtige decors waarin de schimmige entiteiten zich lijken te verschansen… De vage, zachte overgangen tussen de verschillende grisailles en de anonimiteit die ervan uitgaat staan in contrast met het beeld zelf en zorgen zo voor een spannende mysterieusheid.

 

Bij Katlijn Blanchaert zien we tussen de grisailles door af en toe wat meer kleur opduiken. Het blijft echter allemaal grauw en somber. Blanchaerts fotoreeks Limen komt dan ook voort uit een onbeantwoorde liefde. Net zoals bij Dal Mas en Waterschoot confronteert de kunstenares ons telkens met een geïsoleerde, uitgepuurde en gecondenseerde emotie. Haar beelden zijn meestal heel bevreemdend en onguur: een groezelige close-up van een mol, een luik dat zich onthult in een tapijt van afgevallen bladeren, een wazig en trillerig bos waar een spannend spel tussen kunstmatig licht en absolute duisternis weinig goeds voorspelt… De priemende verlatenheid zorgt steeds voor een soort onrust en zelfs malaise. Pijn is het kloppend hart van deze foto’s. Ze staan de kijker tevens toe verschillende symbolieken te koppelen aan de beelden en een eigen narratief te ontwikkelen.

 

Peter Waterschoot gaat dan weer doelbewust op zoek naar vergeten, verloederde plekjes, vaak met een naoorlogse stempel, zoals oude, vervallen hotelletjes uit de jaren ’50 tot ’80. Soms zijn de plaatsen die hij fotografeert inmiddels volledig verdwenen. De fotograaf documenteert een verdwijnende wereld en creëert tegelijkertijd een soort van tussenwerelden: universa die zweven tussen verleden en heden. Zo ontstond de reeks Ikebana Blues. De werken van Waterschoot ogen minder dreigend en sinister dan sommige beelden die we bij Dal Mas of Blanchaert vinden, maar ze bezitten grote introspectieve kwaliteiten.

Dikwijls vinden we in zijn foto’s objecten of decors uit een recent verleden; voorwerpen die tot voor kort deel uitmaakten van onze alledaagse levens en inmiddels zijn verdwenen of een metamorfose ondergingen. Het zien van die ‘souvenirs’ in Waterschoots foto’s brengt een soort auto-intimiteit teweeg die verscheidene emoties oproept: een zekere nostalgie en tegelijkertijd een lichte afkeer van het ‘recente’ verleden, verlatenheid waarbij je geconfronteerd wordt met een eenzaamheid die inherent is aan het mens-zijn, maar ook gelatenheid. Het zijn portalen naar onszelf.

 

Dal Mas, Blanchaert en Waterschoot spreken dezelfde taal. Dat maakt dat de rode draad die door deze expo loopt haast tastbaar wordt. Vergankelijkheid en mistroostigheid doorwaden Tiny Tears, maar in het uiteindelijke beeld weten de fotografen de narrativiteit en nostalgie te overstijgen.

De expo Tiny Tears (les belges) met bijzonder intrigerend fotografisch werk dat de blik vasthoudt en de geest vervoert, loopt nog tot 25 november 2017 bij mi*galerie, Rue Chapon 23, 75003 Parijs. Klik hier voor meer info!

Author: Wouter Verbeke

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op