James Lee Byars – The perfect kiss in het Muhka tot 20 januari

In het Muhka loopt nog tot 20 januari 2019 de tentoonstelling “The perfect kiss” van de Amerikaanse beeldend -en performancekunstenaar James Lee Byars (°1932 – †1997). Byars wordt opgevoerd als een sleutelfiguur binnen de naoorlogse avant-gardekunst (in een langer lopende reeks met oa. Joseph Beuys en Marcel Broodthaers).

Er is enerzijds gekozen voor een lineaire, chronologische opvatting van het oeuvre in vijf periodes (steen en papier ’58 – ’67, meervoudige kledij ’67 – ’69, vraag ’69 – ’77, Beuys & Goethe ’69 – ’86 en perfecte dood ’74 – ‘97) aangevuld met twee overkoepelende thema’s (autobiografie en communicatie). Het integrale en veelzijdige karakter van Byars’ oeuvre —dat in galerijen over de hele wereld verspreid zit— laat zich door deze retrospectieve niet altijd even gemakkelijk capteren wat de lineaire en deels thematische benadering van de tentoonstellingsmakers verdedigbaar, maar ook inperkend maakt. Byars was op vele manieren een nomade die geografisch in zowat alle belangrijke kunststeden (waaronder ook vaak in Antwerpen en Brussel) met zijn performances zijn opwachting maakte tijdens de 2e helft van vorige eeuw.

De volledige tweede verdieping van het Muhka wordt hiervoor aangewend. Er zijn een aantal interessante verrassingen en dito formaten opgenomen die de aandachtsboog gespannen houden. The Shadow of an Extraterrestrial Man is een monumentaal resultaat van een performance die de kunstenaar meermaals herhaalde. Het is deels te zien in de eerste zaal waar zijn Japanse periode centraal staat (steen en papier ’58 – ’67), maar strekt zich verder uit in de ruimte rond autobiografie (’58 – jaren ’80) om dan finaal vorm te krijgen in de laatste ruimte over The perfect dead (’74 – ’97). Doorheen de volledige expositieruimte zijn her en der talloze kleine toondoosjes opgenomen die onopvallend zijdelings tegen de muren lijken te zweven en kleine objecten herbergen (een gouden kopspeld als The perfect philosophy, Escaping ‘O’, etc.). De cilindervormige ruimte aan de straatzijde is voorbehouden aan de periode rond Vraag (’69 – ’77). Je waant je even in een simulatie van een Japanse zentuin wat treffend zijn eigen voorliefde voor de Ryoanji-steentuin in Kyoto echoot. De minimalistische aankleding van de ruimte en vooral de videoprojectie World Question Centre (1968) springen in het oog en zorgen voor quasi éénpuntige aandacht bij de beschouwer, iets wat hij ook zelf verwachtte van zijn vraagstellers (passage uit de getoonde video-opname: “briefly and in plain English please”).

foto: Koen Van Damme

De vroege werken (steen & papier, 1958 – 1967) vormen een stevige filosofische basis voor zijn hele oeuvre. Zijn Oosters geïnspireerde voorliefde voor en het sacrale karakter van materialen als steen, papier, bladgoud evenals Japan zelf weerspiegelen een hang naar ascetisme zoals gekend is binnen het Japanse zenboeddhisme. Hij zal zijn hele leven met papier blijven werken (zie ook brieven, boeken en handtekeningen) en goud als kleur en materiaal in zijn installaties en performances verwerken. Sommige werken en creatieprocessen doen sterk denken aan Wolfgang Laib (°1950 – ), de Duitse en nog levende beeldend kunstenaar die op ascetische wijze stuifmeelpollen verzamelt om ze nadien in grote stralende tapijten uit te strooien of tijdens performances melk uitgiet op een marmeren plaat tot ze op symmetrische wijze bol onder spanning komt te staan als organische pendant voor de marmeren plaat. Hij werkt ook vaak met bijenwas en rijst. Hoewel er uiteraard significante verschillen zijn tussen de oeuvres van beide kunstenaars zijn ze beiden op bepaalde momenten in ascese op zoek gegaan naar de spirituele kracht en betekenis van materialen door ze terug te brengen tot hun essentie en ze als zodanig te presenteren.

Die andere Duitse conceptuele -en performancekunstenaar Joseph Beuys (°1921 – †1986) sluit qua materiaalgebruik naadloos bij zijn landgenoot Laib aan (vet & vilt). Hij krijgt ook een prominente rol binnen de tentoonstelling in het deel Beuys & Goethe ’69 – ’86. We zien onder andere een fotoreeks van een performance uit 1983 (Krefelt) waarop Byars en Beuys te zien zijn, poserend op een marmeren plaat, een werk dat de titel both draagt. Als Byars tijdens de Documenta V in Kassel elf jaar eerder op het Fridericianum door een gouden megafoon Duitse namen naar het beschouwende publiek slingert, is Beuys bezig met gesprekken over democratie in zijn Bureau für directe Demokratie. Wat is de rol van kunst de kunstenaar? Wat kan die zijn? Beiden zullen elkaar blijven zien. Samen vormen ze bij momenten een eenheid waarbij levenshoudingen en -beschouwingen uit Oost en West verenigd worden wat ook de link met Goethe verklaart.

 

De tentoonstelling suggereert door de chronologische benadering dat Byars’ wereldbeeld tijdens zijn leven fluctueert. Na de periode van ‘de vraag’ komt de preoccupatie met het streven naar perfectie bijvoorbeeld. Dat blijkt inderdaad ook onverholen uit verschillende titels en werken van die periode (the perfect kiss, the perfect smile, the perfect death, the perfect love letter is to write I love you backwards in the air, …) waarbij de kunstenaar op zoek gaat naar uitgepuurde en herhaalbare handelingen om menselijkheid te etaleren. Anderzijds is dit ook schatplichtig aan de eerste belichte fase ‘steen en papier’ (’58 – ’67). Binnen (Japanse) zen en de ceremoniële praxis is het verfijnen van de handeling binnen het dagelijkse leven tot quasi perfectie een belangrijk leidmotief. Geladen handelingen als de kus, de lach, liefde uiten en zelfs sterven, kunnen pas de perfectie benaderen door herhaaldelijke beoefening. Nog zo’n elementair aspect uit die Oosterse traditie waarbij naast perfectie ook waarheid wordt nagestreefd. Iets waarnaar de kunstenaar in kwestie op zoek is geweest, buiten alle gevestigde conventies om. Getuige hiervan is zijn Th Fi To In Ph, oftewel The First Total Interrogative Philosophy (1977, Stätdtisches Museum – Möndgengladbach) en zijn eerder vermelde gedemocratiseerde zoektocht naar kennis en waarheid via de World Question Centre on Belgian TV (1969, Wide White Space Gallery, Antwerpen).

Dat John Cage en Erik Satie op deze tentoonstelling meer dan zijdelings de nalatenschap van J. L. Byars aanraken, hoeft dan ook niet te verwonderen. Als bewonderaar van Satie was Cage als componist zelf zijn hele leven op zoek naar de grenzen van (minimalistische) muziek, geluid en stilte. Daarbij liet hij zich niet zelden in met andere beeldende zwaargewichten van zijn tijd (Beuys, Duschamps, Pollock enz.). Zijn quote “I can’t understand why people are frightened of new ideas. I’m frightened of the old ones.” zou door Byars kunnen geproclameerd zijn.

Vorig jaar was The Golden Tower — het eerste werk dat je overvalt als je de tentoonstelling start­— nog te zien op de Biënnale van Venetië. Het gaat een dialoog aan met dat ander monumentale werk helemaal aan het eind van de expo: Tomb of J. L. Byars. Goud, rode achtergrond, monumentaliteit, de ruimte innemen met een geometrische vorm. De tentoonstellingscirkel sluit zich beeldend keurig op deze manier. Byars zette sterk in op het kunstenaarschap als discipline. Waar Beuys meer gebruik maakte van narratieve elementen (vliegtuigongeluk enz.) om een cultus rond zijn persoon op te bouwen (responsief), ging Byars gerichter en meer exploratief te werk (proactief). Byars’ nomadenleven was evenzeer een gevolg dan een oorzaak van zijn kunstcreatie. De profetische houding deelden beiden, maar brachten dit op een verschillende manier naar hun publiek.

foto: Koen Van Damme

Koen Van Damme


James Lee Byars – The Perfect Kiss is nog te zien tot 20 januari 2019 in het M HKA te Antwerpen. Klik hier voor alle info.

Author: Koen Van Damme

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op