Kunstenfestival Watou: waar dichters (opnieuw) thuiskomen

Zaterdag opent Watou opnieuw de Westhoekdeuren voor de 38ste editie van het Kunstenfestival. Gedurende twee maanden zullen duizenden bezoekers dwalen tussen woord en beeld om tot de vaststelling komen dat het Kunstenfestival sterker dan ooit is.

Curator Jan Moeyaert is duidelijk tijdens de persconferentie: kunst moet hem raken. Poëziepaus Willy Tibergien wijst fier op het groot aantal debutanten dat dit jaar in dialoog gaat met beeldende kunst. The Art Couch trok door het Schrevedorp en genoot van een editie waar woord en beeld aan elkaar gewaagd zijn.

Verlangen vertrekt uit onze behoefte naar meer, zo vat Jan Moeyaert het samen. Dichter Peter Verhelst gaat zelfs verder in zijn drieluikgedicht  Whale Spotting en beschrijft de oneindigheid ervan  in de versregel Nooit komt een einde aan ons verlangen.  Verhelsts partner Maud Bekaert toverde deze regel om tot een kunstwerk dat in het Festivalhuis te bewonderen is. Bernard Dewulf schreef in opdracht van de Standaard het essay Van koffie tot genade: over ons verlangen naar troost. Dit essay – dat integraal te lezen is in de fraaie catalogus- vormt de basis voor de editie 2018.

Het marktplein heeft een nieuwe -moderne- luifel gekregen, maar toch laat de verdwenen kubus van Stéphane Beel nog altijd een lege plek om te blijven achter.  De Vijfhoekstraat ruikt nog naar vers gestort asfalt en mengt zich met de geur van gemaaid dras. Op weg naar de Douviehoeve ontmoeten we gemeentearbeiders die naarstig met snoeischaren in de weer zijn: een monotone zoemmantra die tot in Frankrijk te horen is.  Hans Op de Beeck bijt de spits af in de eerste ruimte van de Douviehoeve. The Girl, een werk uit 2017, is de verpersoonlijking van het verlangen naar stilte. Waar een jaar eerder de beukende beats van Witch Doctor over de hoofden van de bezoekers dreunden, heerst nu een serene new age-stilte. Als een moderne Ophélia , drijvend op een vlot, lijkt niets het personage te verstoren. De onschuldigheid van haar jeugd waar nog geen moeten is, houdt ons een spiegel voor. Van die minimalistische eenvoud van Op de Beeck is niets meer te merken bij het werk van de Georgische kunstenaar Vajiko Chachkhiani. In zijn werk met de vrij abstracte titel Living Dog Among Dead Lions vertaalt hij het innerlijke leven van de mens naar de vorm van een huis. Het huis lekt en voortdurend regent het binnen. Terwijl de buitenkant stand houdt, zal het insijpelende water na verloop van tijd het interieur genadeloos aantasten: een huis als Dorian Gray.  Het gedicht van de jonge dichteres Moya De Feyter (1993) vormt een mooie synergie met dit monumentale werk. Tibergien kan tevreden zijn: een nieuwe generatie dichters treedt met sterk werk in het voetlicht.

 

Weer het huis op het plein

al die beloftes al dat zonlicht op een hoopje
dacht ik dan dat langgerekte vriendschappen
geen ruimte innamen mij niet konden
innemen dacht ik dat ik veilig was

al die planten al dat praten
al wat te hard werd op de grill
alle pijn die door het geluk werd aangericht
weer iets dat smolt om zich
aan iets anders vast te zuigen

ik vergiste me toen ik nieuwe namen verzon
om een koord te spannen ons tot iets blijvends te binden
het werden hun namen niet
ze kwamen niet dichter

het is een wet dat er altijd een kind zal zijn
dat bij sport op school als laatste
uit de rij wordt geplukt

vandaag houd ik mijn ogen dicht
vandaag kiest niemand mij niet

je kunt een huis tekenen
daarna de muren weggommen
het zal nog steeds een huis zijn
in het echt moet je dat niet proberen

 

Met Sheila Hicks (°1934) heeft het Kunstenfestival een klepper van formaat weten strikken. Het werk van deze dame, een van de meest invloedrijke hedendaagse textielkunstenaars ter wereld, was vorig jaar nog te bewonderen in Venetië. Immense bollen wol nodigen uit om te aaien of om er gewoon tegen te lopen, wetende dat je nooit pijn zal voelen.  De Kouwenaarskamer is momenteel nog helemaal leeg: zijn totaal witte kamer kan niet beter verwoord worden. Vanaf zaterdag brengt deze ruimte een ode aan een van de beste Nederlandse dichters.

Het werk Verboden Vrucht van David De Pooter in het Brennepark is een duidelijke knipoog naar de film Three Billboards outside Ebbing, Missouri waarin hoofdpersonage Mildred Hayes het gebrek aan daadkracht van de lokale politie aanklaagt bij het onderzoek naar de moord op haar dochter.  In deze #metoo-tijden plaatste De Pooter zijn versie van de drie borden met daarop de opdrachten: Raak me aan / Streel me / Bemin me. Spijtig genoeg hebben sommigen dit al te letterlijk genomen. Het kunstwerk werd enkele dagen geleden door vandalen met tags besmeurd. Een postmodernistische interpretatie zou kunnen verklaren dat dit werk dan ook in zijn opzet geslaagd is.

De stem van Hugo Claus verwelkomt in de brouwerij de bezoekers.  De versregels Denk aan de vingers die deze regels schreven / in onze tijd van verlangen / en die je streelden tijdens hun leven … klinken 10 jaar na de dood van de meester nog altijd even sterk.  Het serene sonnet zindert nog na in de kelder waar het gigantische bed van de Israëlische Nelly Agassi de ganse ruimte vult. Bedroom speelt met het idee van de mogelijkheid en de oneindigheid. Het enorme, ruimte vullende bed roept bij de toeschouwer even grote verwachtingen op, staat te lezen in de catalogus. Op weg naar de Vijfhoekstraat, waar zich meerdere kunstwerken bevinden in kleine claustrofobische huisjes,  worden we geconfronteerd met het heden dat genadeloos het verleden aantast. Het Douviehuis, dat de laatste jaren wegens te gevaarlijk voor de toeschouwers gesloten was, ondergaat een facelift tot een nieuwe woonkern. Belgen en bakstenen, ook in Watou even sterk verbonden als poëzie en kunst.

Ten slotte zakken we opnieuw af naar het Festivalhuis waar het campagnebeeld van 2018, naamloos werk van Katrin Dekoninck, te bewonderen is. Twee identieke meisjes tegenover elkaar lijken staande te slapen. Als bezoeker krijg je onmiddellijk zin om ook je hoofd neer te leggen en op te gaan in de rust van de omgeving. Gewoon even de ogen sluiten en nagenieten van de schoonheid van woord en beeld. Rust wel, mijn hoofd, rust niet te snel. / Het is nog lang niet straks. / En wees niet bang, wij zijn het maar / … dicht Bernard Dewulf bij het kunstwerk.

Het verlangen en de troost mogen dan wel de thema’s van de editie 2018 zijn, maar persoonlijk sluit ik me meer aan bij de woorden van curator Jan Moeyaert die stelt dat kunst hem moet raken. En ik ben blij dat hij over een goede smaak beschikt. Enkele jaren geleden zag het er niet goed uit voor het Kunstenfestival, maar crisissen zijn uitdagingen zei topondernemer André Leysen ooit.  En The Art Couch kan er alleen maar aan toevoegen dat er nooit een eind komt aan ons verlangen naar schoonheid in woord en beeld en dat -mocht het Kunstenfestival ooit stoppen-  we ons alvast kunnen troosten met de gedachte dat 2018 opnieuw een Watou Grand Cru is.

 

Author: Yves Joris

Share This Post On

4 Comments

  1. Graag kom ik te weten welke muziek gebruikt wordt in het werk The Girl.

    Post a Reply
      • Is deze mooie soundtrack ergens te koop of te beluisteren aub? Dank u!

        Post a Reply
        • zelfde vraag. mss aan Hans of Tom vragen om die op YouTube te zetten …? Maar je kan ‘The Girl’ op Hans’ site bekijken én beluisteren, dan zal je dat ook wel kunnen opnemen. Eens een nerdje onder de arm nemen…

          Post a Reply

Trackbacks/Pingbacks

  1. Kunstenfestival Watou: waar dichters (opnieuw) thuiskomen – Lettergoesting in avondland - […] De rest van de recensie leest u op The Art Couch. […]

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op