Een kijkje in de top-kunstverzameling van Harry en Mary Anderson

Ik weet niet hoe het met u zit, maar grote kunstcollecties van privéverzamelaars laten me steeds een diepe indruk na. Wanneer zo’n zorgvuldig opgebouwde collectie wordt geveild is het altijd een beetje bloeden, tenminste, dat kan ik me best inbeelden in de plaats van de collectioneurs in kwestie…

In november gebeurt het met de collectie van Harry ‘Hunk’ en Margaret ‘Moo’ Anderson, die samen met hun dochter Mary Patricia ‘Putter’ (vraag me niet waar de koosnamen vandaan komen) Anderson doorheen de jaren een reputatie opbouwden in de kunstwereld. Liechtenstein, Calder, Hockney, Rauschenberg, Stella, Warhol,… er ontbreken maar weinig namen op hun lijstje…

Een merkwaardig verhaal ook. Hun passie voor kunst ontstond vrijwel toevallig -dat gebeurt wel meer- toe ze op wereldreis in 1964 het Louvre bezochten. ‘We felt, for the first time, the beauty and excitement of the world of art; and had to be a part of it’, aldus Hunk. Ze besloten om hun nieuwe huis in Californië volledig ten dienste te stellen van de kunstbeleving. Niet enkel voor henzelf, maar tevens voor de talrijke gasten die ze over de vloer kregen. In hun prille enthousiasme begonnen ze (post-)impressionisten te verzamelen, Monet, Pissaro, Matisse, O’Keeffe, maar beseften al snel dat de beste werken van deze kunstenaars niet op ‘de markt’ te vinden waren, enkel in musea.

In 1968, tijdens een trip naar New York, kwam Moo in contact met hedendaagse kunstenaars als Willem de Kooning, Joan Mitchell, Jean Dubuffet, David Hockney en Wayne Thiebaud. Toen nog relatief onbekende kunstenaars, en het grote voordeel was dat veel goede werken beschikbaar, en betaalbaar waren.

Ze werden geholpen door een aantal New Yorkse galeristen, zeker, maar gaandeweg verscherpten ze ook hun strategie bij de aankoop van kunst. Deze bestond uit een balans tussen de ‘head and hands’. ‘They strived to ensure that each object had a balance of the “head” — the idea, concept and ingenuity — and the “hands”: the craftsmanship and materials’, aldus de directeur van de Anderson collection.

De laatste jaren schonken ze veel van de werken uit hun collectie aan musea en universiteiten. In november worden 200 werken uit de collectie verkocht op een veiling bij Christie’s. Het mag jammer lijken dat een collectie zo uit elkaar wordt getrokken, verbrijzeld bijna. Anderzijds leert het relativeren: het gaat om de kunst, niet zozeer om de verzamelaar. ‘Like all great collectors, the Andersons believed they were merely custodians of the works they owned. They built a collection that had an identity of its own, but that identity came from the artists and objects that they selected very carefully.

Intussen geeft het ons wel de kans om een kijkje te nemen naar (een stukje van) de merkwaardige verzameling:

 

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op