Wat bepaalt de prijs van top-kunstenaars?

We verwezen in een eerdere blog reeds naar het ‘Contemporary Art Market Report 2015. Daarin staat heel wat informatie over hoe de markt van kunstveilingen het laatste jaar is geëvolueerd, en welke in welke artiesten het meeste wordt geïnvesteerd in die veilingen.

Maar in het rapport wordt tevens dieper ingegaan op hoe individuele top-kunstenaars evolueren, en dat levert wat ons betreft ook wat interessant materiaal op. Neem bijvoorbeeld de plekken waar deze kunstenaars de laatste decennia een solo-tentoonstelling hebben gehad:

artist_success1

 

Daaruit blijkt dat – gerekend in aantal tentoonstellingen op een enkele plaats- de biënnale van Venetië en het Musée d’Art Moderne (MAM) in Parijs de beste graadmeters zijn voor de absolute top, gevolgd door Tate en Documenta in Kassel. Maar deze laatste heeft alleszins een neus voor het opsporen van nieuw talent: de vier kunstenaars die nu tot de top behoren, kregen er al een plek in de jaren ‘80 en ‘90.

Interessant is ook de relatie tussen de prijzen die de artiesten halen en de plaatsen waar ze een solo-tentoonstelling hielden. In het geval van Christopher Wool bijvoorbeeld groeide de prijs van zijn werken van een schamele 3M$ naar boven de 25M$ na tentoonstellingen in MAM Parijs (2012) en het Guggenheim New York (2014).

De Chinese kunstenaar Zeng Fanzhi behaalde zijn topprijzen duidelijk naar aanloop van zijn tentoonstelling in het MAM. Damien Hirst lijkt dan weer over zijn hoogtepunt van 2008-2009 heen, ondanks zijn retrospectieve in het Tate Gallery in 2012.

Top tentoonstellingen zijn misschien een goede graadmeter van het succes van kunstenaars (en de prijzen die ze halen), maar het blijkt ook geen waterdichte voorspeller te zijn… De markt voor hedendaagse kunst heeft zo zijn eigen logica.

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op