De nieuwe reeks van Pieter Jan Martyn, kunst tussen fictie en realiteit

Een van de belangrijkste eigenschappen die mijns inziens een goede kunstenaar van een matige kunstenaar onderscheidt, naast een aantal andere, is een onaflatende nieuwsgierigheid, een nagenoeg onsusbare leergierigheid. Dit houdt veel in, van het leren uit hoe anderen kunst zien en maken, uiteraard, tot het zich laten inspireren door zaken die geheel buiten het al dan niet kleine ecosysteem van de kunstenaar plaatsvinden. Grenzen verkennen dus. Ze niet enkel verleggen, maar zich de luxe permitteren zich in te beelden dat er simpelweg geen zijn.

De kunstenaar als onderzoeker.

Het onderzoeksdomein van een kunstenaar kan werkelijk overal liggen. Een diepe duik in de achterhoeken van het onderbewuste, of een mystiek aanvoelen van de ongerepte natuur, tot het achterhalen van een hogere maatschappelijke realiteit. Soms halen kunstenaars als basis voor hun onderzoek heel concrete feiten aan, gebeurtenissen uit de actualiteit of, iets zeldzamer, historische gebeurtenissen.

Dat is het werkveld van Pieter Jan Martyn, die doorheen zijn oeuvre reeds de brand van de Innovation of het proces van Nürnberg besloeg, versloeg moet ik wellicht zeggen, gezien Pieter Jan steeds met journalistieke accuraatheid – een beladen term dezer dagen – zijn onderwerpen behandelde. Hoewel, niets is wat het lijkt bij Pieter Jan. In zijn schilderijen over het proces van Nürnberg bevinden zich bijvoorbeeld zowel beklaagden als juryleden op dezelfde bank. Realiteit of fictie? Bestaat er ergens een grens?

Zoals dat gaat met kunstenaars gaat Pieter Jan in zijn nieuwe reeks nog een stap verder. Getriggerd door zijn onderzoek naar de Rote Armee Fraktion in zijn reeks Tales of Autumn raakte Pieter Jan al snel op zijsporen die leidden tot de CCC en, onrechtstreeks, tot de Bende van Nijvel. De bende van Nijvel? Is niet alles reeds gezegd over deze terreurgroep? Zijn niet alle paden reeds bewandeld, alle onderzoeksdaden reeds gepleegd?

Niet als je met kunstenaarsogen kijkt naar het publiek toegankelijke materiaal. Lang niet alle linken zijn gelegd, lang niet alle sporen ontgonnen. Pieter Jan vond genoeg redenen voor zijn onderzoek naar de Bende van Nijvel: “Het is een beeldonderzoek geworden waarbij ik zowat alle gekende feiten aanhaal uit de invloedsfeer van de Bende, wat leidde tot een nieuwe, potentieel fictieve theorie.” Niet enkel bestaande of logische verbanden dus, die liggen bij de recherche. De kunstenaar bouwt een geheel nieuwe theorie, vindt onontgonnen, misschien onbestaande sporen om het kluwen te ontwarren, laverend tussen fictie en realiteit. Hij doet dat als een echte rechercheur, inclusief grote borden aan de muur waar alle indices en bewijzen, waar of vals, aan zijn vastgepind en neergepend. Het enige verschil ligt misschien, letterlijk, in de baby – Zappa Martyn – op de schouder.

 

Als Pieter Jan het hierbij had gelaten, kon hij een fijne reeks aan zijn oeuvre toevoegen. Maar hij ging verder. Doorheen het hele denk– en werkproces werd hij geschaduwd (no pun intended) door auteur Jonas Bruyneel, die op basis van gesprekken en de evolutie van het werk een verslag maakte. Dit verslag maakt intrinsiek deel uit van de reeks, vormt ermee een ondeelbaar geheel. Het fungeert als meta-bindmiddel voor alle afzonderlijke werken. Ik schrijf ‘meta’, omdat het verslag deels inspeelt op het onderzoek dat Pieter Jan uitvoert, deels op de gedachten, twijfels en evolutie van de kunstenaar zelf, maar ook op de relatie tussen de auteur en de kunstenaar. Lectuur op drie niveaus, die elkaar onderling voeden en continu beïnvloeden, in een soort paringsdans tussen meningen, gedachten en inzichten, al aarzelen de kunstenaar en de schrijver niet om dit hele gebeuren op zich grondig in vraag te stellen.

Pieter Jan: “Deze bevraging speelt zich vooral af op psychisch vlak. Onder meer stellen we ons de vraag of we het recht hebben ons het trauma van een ander toe te eigenen of op basis hiervan te creëren. Dit gemengd met de bedenkingen van Jonas over hoe ik al dan niet mezelf verlies in het bestaande web van hoaxen en theorieën, en of ik al dan niet nog fictie en realiteit uit elkaar kan houden.”

Kunst en filosofie, fictie en realiteit, misschien zijn het allemaal relatieve begrippen…

© Pieter Jan Martyn, NO1

© Pieter Jan Martyn, Symbols of democracy

© Pieter Jan Martyn, The Stain

 


Het verslag verschijnt in de catalogus in gelimiteerde oplage (100 genummerde boeken), beschikbaar op de tentoonstelling Symbols of democracy die vanaf 19 januari 2019 bij Bruthaus Gallery te zien zal zijn, klik hier voor alle info.

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op