Een visioen van de toekomst, de nieuwe steden van Andreas Palladio Den Serra

Als kunstenaar wil je wel eens een nieuwe wereld bedenken, of de bestaande wereld herdenken. Soms uit zich dit in een heel duidelijk visioen over de deze toekomst, een scherp beeld van de mogelijkheden, soms beangstigend, soms optimistisch, die de maatschappij van de toekomst te bieden zal hebben.

Heel soms gaat dit visioen gepaard met een nieuwe wiskunde, een nieuw ruimtelijk of wetenschappelijk inzicht. Een nieuwe manier van denken, door geen enkele algemeen geaccepteerde logica ondersteund, maar daarom niet automatisch onlogisch te noemen.  Het is een denkproces, met een aantoonbaar uitgangspunt, een redenering errond, en een duidelijk eindresultaat die er onvermijdelijk uit voortspruit. Bij dit laatste monden we uit op het werk van Andreas Deprez, alias Andreas Palladio den Serra.

Het eindresultaat van het proces, van zijn proces, weze het in zijn grafisch werk, zijn tekeningen of zijn maquettes, zal de kijker op zijn minst geïntrigeerd achterlaten. Steden die in elkaar lijken te krioelen, die organisch leven maar niettemin levenloos zijn, formules en berekeningen waar verschillende generaties over zouden doen om ze te ontcijferen, zo ze niet al voor de eeuwigheid onpeilbaar zullen blijken te zijn, nieuwe werelden zonder getrouwe ijkpunten, die niettemin een nieuw soort houvast bieden aan de hedendaagse kijker, gezien ze meer antwoorden formuleren dan ze vragen stellen.

Papier is steeds een dankbare drager gebleken voor onmogelijke redeneringen, ook de meest zinvolle, maar in het geval van Andreas hebben ze ook een tastbare, driedimensionale vorm verkregen. In zijn maquettes gaat hij heel tactiel op zoek naar zijn steden van de toekomst, maar tevens naar de machines die deze toekomst zullen bouwen.

Welkom in zijn spacecar, zorgvuldig gebouwd in proporties waar het getal Pi het hoogste woord voert. De hoeken worden er op berekend in een soort perspectief die wel meer dan vier dimensies lijkt te suggereren (de modernste fysica werkt intussen al met 11 dimensies, dus zo vreemd is dit niet). De spacecar is slechts de kop van zijn toekomsttuig, dat verder bestaat uit een georobotic cockpit en in de staart leidt tot zijn geo-exo-city, de stad –en uiteindelijk de maatschappij- van de toekomst, die in zekere zin zichzelf voedt, op eigen kracht steeds uitdijt, en naadloos in en uit elkaar zou kunnen plooien als een zakdoek of een origami, gezien ze zouden bestaan uit prisma’s met perfecte afmetingen. Andreas werkt reeds aan het prototype van het ruimtetuig, dus zo gek ver weg van een concrete invulling is het allerminst.

Bij aanvang van onze ontmoeting wijst hij me op zijn visioen van drijvende steden, organisch aan elkaar geregen aan de hand van ingenieus in elkaar verweven pontons. Ik wijs hem er op dat reeds heel wat wetenschappers en architecten samenwerken om concreet zo’n drijvende steden mogelijk te maken, die in hun energievoorziening volledig afhankelijk zouden zijn van de getijden, als antwoord op de meest negatieve scenario’s van de klimaatsopwarming. Ik toon hem de ontwerpen hiervan op het internet. We staan beiden verbaasd over de gelijkenissen tussen deze steden van de toekomst en zijn eigen ontwerpen, terwijl hij geen voorgaande kennis had van deze, iets concretere drijvende steden, die weliswaar gespaand zijn van zijn prefab-pontons.

Ergens is het typerend. Hoeveel kunstenaars zouden met hun visioenen, vanuit een diep vuur van ongelimiteerd creatief denken, maatschappelijke ontwikkelingen niet hebben voorspeld? Da Vinci komt uiteraard in het denkblik, al zou het misschien, heel misschien, overdreven zijn om beide kunstenaars in eenzelfde zin te vermelden. Maar dan weer, waarom niet. Misschien zijn kunstenaars het beste uitgerust om de toekomst te voorspellen, al zeker wanneer ze een wetenschappelijke, wat voor wetenschap dan ook, logica als grondslag hebben. Wie weet is het in de toekomst inderdaad wel wenselijker en efficiënter om landingsbanen voor vliegtuigen recht doorheen wolkenkrabbers te laten bouwen, zoals Andreas in een van zijn tekeningen suggereert.

Los van de concrete beslommeringen heeft het visioen van Andreas een spirituele dimensie. Zijn queeste heeft een humanistische boodschap: er is een efficiëntere, misschien zelfs betere maatschappij mogelijk. Deze is niet zichtbaar, tenminste niet voor gewone mensen die in het hier en nu leven. Het is, zoals hij zelf uitlegt, als verliefd zijn op een meisje, die je zonder enige vorm van uitleg verwerpt. Deze uitleg wil hij geven, maar dan voor een hele maatschappij.  Of eerder: deze uitleg wil hij bieden aan de maatschappij. Een gave die enkel kunstenaars bezitten.


Ontdek meer werk van Andreas op zijn website, of vanaf 9 januari 2020 als kunstenaar van de maand in de Zebrastraat Gent.

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op