Exhibitionistische introspectie in de kunst van Joëlle Dubois

Je kan aan haar werk niet voorbij. Felle kleuren glimmen op houten paneel. De stripachtige naakten willen je aandacht. Er gebeurt veel op het doorgaans kleine formaat of in de getekende kubus. Er wordt gevrijd, gezocht naar poses die zo uit deel 2 van de Kamasutra (zeg maar “de technieken”) komen gedwarreld. Het grote verschil is dat de sociale media ook alomtegenwoordig zijn: geen seks zonder gsm, instagram, camera of wat ook… 

Over de steeds opduikende mobieltjes vertelt Joëlle Dubois: “Ik wil mensen confronteren met mijn persoonlijke observatie en obsessie met de relatie met mijn telefoon en tijd. Het observeren van anderen hun leven in mijn eigen intieme ruimte. Sociale media geeft een nieuwe reeks uitdagingen waarmee ik als vrouw geconfronteerd wordt. Zoals onrealistische verwachtingen van fysieke verschijning waardoor ik het gevoel krijg dat mijn waarde afneemt naarmate ik ouder word.”

Bekritiseert Dubois de exhibitionistische cultuur waarin relaties zijn verzeild geraakt? Is dit nog communicatie of net het onvermogen daartoe?

Zelf zegt ze daarover: “Ik gebruik mijn gsm als een soort archief-kijkkast naar het verleden, door naar foto’s, filmpjes te kijken. Ik werd als het ware geobsedeerd door mijn smartphone. Later evolueerde het naar een nieuw sociaal apparaat waarmee ik weer in communicatie trad met anderen. Af en toe waren het diepgaande, interessante gesprekken maar ook oppervlakkige. Met mensen die ik nog nooit had gezien. Het werd als het ware een experiment. Dit allemaal in mijn eigen, veilige, persoonlijke ruimte. De naaktheid staat voor het intieme en het kwetsbare. Velen zeggen dat het internet ons antisociaal maakt, hoe we het vermogen om een gesprek te voeren hebben verloren, maar wanneer ik met mensen gesprekken had op mijn gsm, communiceerde ik ook met anderen. Een gesprek opgedeeld in korte uitbarstingen en snelle emoticons is nog steeds een gesprek. Mijn gezicht vol met menselijke emotie en expressie, anticipatie en gelach. Smartphones zijn telefoons, een tweerichtingsapparaat voor gesprekken van mens-tot-mens. Mijn sociale vaardigheid werd eigenlijk zelfs vergroot. Communicatie met iemand ongezien. Dus voor mij was dit weer een besef dat het apparaat niet ontmenselijkt.”

Het relationele, interactieve blijft voor Dubois belangrijk. Haar eigen bestaan verwezenlijken door het contact met de ander in een kosmopolitische wereld.  Besta ik door de ander (Levinas)? De gsm maakt het in elk geval een stuk eenvoudiger om met die ander in contact te treden. De epoxylaag op het werk refereert naar het spiegelend oppervlak van onze gsm’s en tablets.

De beeldtaal van Joëlle Dubois is krachtig. De sterkte zit zeker ook in de ogenschijnlijke eenvoud. Haar inspiratie ligt meer in de niet-Westerse kunst. Haar verblijf in Zuid-Korea was een oogopener; ze vond het verbazend hoe de mensen in publieke ruimte verknocht verscholen liepen achter hun device. De oosterse invloed is niet te ontkennen.  “Als kind was ik verliefd op Japanse anime en manga. Dit waren grote katalysatoren in mijn artistieke invloed en dit aspect van mijn verleden is nog steeds zeer zichtbaar in mijn werk. Veel van mijn werken zijn geworteld in tekenfilms en de stilering van de strips waar ik van hield. Later groeide mijn liefde naar de Japanse Shunga-kunst (erotische blokdrukkunst) en Ukiyo-e (houtsnede met dagelijkse taferelen)Het is intrigerend om de hoeveelheid detail te zien en hoe de anatomie van het menselijk lichaam wordt weergegeven. De verkrampte tenen en vingers zorgen ervoor dat je bijna de daad voelt die wordt afgebeeld. Andere inspirerende schilders zijn voor mij onder meer Frida Kahlo, Paul Gaughin, David Hockney vanwege hun kleurkeuzes en grafische kwaliteit. Ik ben absoluut dol op de eerlijkheid in hun werk en ik zie ze als mijn leraren. Ook de continue stroom van foto’s en video’s op internet en het voyeuristische aspect van digitalisering inspireren mij.”

Geen discussies over ‘de gelaagdheid van de verfhuid’ of hoogdravendheid. Je ziet wat ze afbeeldt: terwijl een koppel net van bil gaat in de badkamer, worden ze door een ander gefilmd; vrouwen tokkelen op hun toestel en bespieden mekaar…

“Ik hou van die eenvoudige beelden. Voor mij hoeft er geen uitleg bij het werk. Laat het maar voor zich spreken,” vertrouwt Dubois me toe. Toch worden de interieurs bevolkt door symbolen die regelmatig terug keren: de sanseveria, die er trots dan wel verslapt bij staat (tja); de poes die de mens gadeslaat; de ‘maneki neko’ of Japanse gelukskat zwaait onverstoord verder… Ze onderlijnen de banaliteit van de seksuele beleving, die nauwelijks nog een beleving is. De protagonisten geven geen blijk van een voldaan gevoel of van intens genot; ze blijven nuchter bij het gewriemel.


Na een overdonderende  one-woman-show op Art Collogne in het voorjaar van 2019, volgt nu haar solo bij Thomas Rehbein Galerie te Keulen (17/01/20 tot 29/02/20). Daar toont ze voor het eerst een reeks “dagboeknaakten” waarvan ze er elke dag één gemaakt heeft. Op Art Rotterdam (06 – 09/02/20) zal haar werk aanwezig zijn dankzij de Waregemse galerie BRUTHAUS. Het gaat snel voor deze jonge artieste. Terecht. Wij blijven gepassioneerd volgen…

Author: Jan Leysen

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op