Abstracte zelfportretten, 2 manieren om het werk van ARPAÏS du bois te ontdekken

ARPAÏS du bois is zo langzamerhand een sensatie aan het worden in de kunstwereld. Maar liefst 22 solo-tentoonstellingen sinds 2001, evenveel groepstentoonstellingen, en op handen gedragen door de unanieme kunstpers. Het is niet iedere kunstenaar gegeven.

Maar wat maakt haar werk zo aantrekkelijk, zo uniek? Is het de rechtstreeksheid, het ongekunstelde ervan? De relatie met de realiteit (ARPAÏS werk elke dag aan haar tekeningen, die samen een soort dagboek vormen)? Is het de relatie met taal? Het ongrijpbare, ondoorgrondelijke van haar gedachtegang? Wellicht een combinatie van dit alles.

Er zijn dezer dagen alvast twee uitstekende manieren om het werk van ARPAÏS du bois te ontdekken of, indien je het werk reeds kent, je er verder in te verdiepen.

In het museum van Dr. Guislain in Gent zijn er een kleine zeventig kleinere werken en 12 grote werken te zien, verspreid over drie kamers. Een mooie introductie, al stellen wij ons steeds de vraag hoe ARPAÏS precies tewerk gaat in haar selectie van werken voor een tentoonstelling. Per slot van rekening hebben haar werken enkel voor haar een ‘vaststaande’ betekenis. Maakt het voor de toeschouwer uit welke werken ze precies te zien krijgen, of streeft ze eerst en vooral voor haarzelf een bepaalde coherentie na, ‘ongrijpbaar’ voor de kijker?

 

Hilde Van Canneyt vroeg het haar in haar interview met ARPAÏS in 2013, wellicht is de logica niet veranderd:

In de keuzes die ik nu maak van de tekeningen die ik uit mijn cahiers pluk en laat zien, zoek ik toch naar een andere relevantie. Het moet op zich ankerpunten hebben met iemand die die dingen ook kan gezien, gehoord, gedacht hebben of ermee is geconfronteerd geweest.

arpais_bookDe tweede –misschien zelfs betere- manier om het werk van ARPAÏS (verder) te ontdekken is het net verschenen boek met een selectie werken uit 2013-2016, ‘tout droit vers la fin en sifflotant’, uitgegeven bij Hannibal. Hiermee willen we geen afbreuk doen op het werk dat in een van onze lievelingsmusea hangt, maar feit is dat het boek maar liefst 280 van haar werken bevat en aldus een ruimer beeld biedt van ARPAÏs’ werk. Niet enkel dat, maar je merkt dat er uiterst zorgvuldig is omgesprongen met het reproduceren van haar tekeningen –zo wordt ook de achterkant van haar tekeningen gereproduceerd, waardoor je echt het gevoel hebt dat elk blad een pagina is uit haar dagboeken.

In zijn voorwoord schrijft Damien Sousset dat dit een vertekend beeld kan geven: de werken in het boek zijn in werkelijkheid verspreid over verschillende van haar dagboeken. Misschien missen we daardoor bepaalde breuklijnen of gemoedswisselingen in het boek. Niet dat we het daar mee eens zijn: het werk van ARPAÏS vormt sowieso geen ‘continuüm’, geen lineair verhaal. Als lezer kan je je enkel laten onderdompelen in het werk, zonder achter een betekenis te zoeken.

Ook schrijft Sousset: “Geen enkele tekening laat de kijker toe om het leven van de kunstenares te peilen, of zich een beeld te vormen van haar dagelijks leven. Elke anekdotiek is verweerd”. Daar zijn we het dan ook weer niet mee eens, naar ons aanvoelen is het niet APRPAÏS’ bedoeling om zich volledig af te schermen van haar toeschouwers (getuige ervan tekeningen waar bijvoorbeeld ‘PRENDRE CONGE DE MA TÊTE’, of ‘LA ROUILLE SUR MON DON D’INDIFFERENCE’ op geschreven staat).

 

Bij het aanschouwen van haar werk zal je je automatisch de vraag stellen: hoe komt ze vanuit een dagdagelijks feit (haar inspiratiebron) tot een relatief abstracte, vaak minimalistisch ogende tekening? Kunnen we dit zien als een uiting van wat er zich in haar onderbewustzijn plaats vindt? Het antwoord geeft ze zelf in haar interview met Hilde Van Canneyt uit 2013:

ik heb niet het gevoel dat mijn tekeningen daaruit spruiten. Integendeel. Het komt misschien wel uit een klungelige reactie, maar wel uit een heel bewuste, concrete, soms anekdotische reactie op de werkelijkheid. Ik heb niet de indruk voor mezelf dat ik enigmatische dingen neerschrijf, eerder helder en analytisch. Ik geef toe dat mijn woorden er soms omfloerster uitkomen dan ik zou willen, maar ik denk ze wel altijd heel strak. Of zo spreek ik tenminste tegen mezelf als ik bezig ben.

Maar om ARPAÏS’ werk echt te vatten is deze uitspraak misschien het meest interessante (uit haar interview met Hilde Van Canneyt):

Ik noem al mijn tekeningen zelfportretten. Ze zijn allemaal een stuk van mij. Wezenlijke stukken van wat zich in mijn hersenen afspeelt.

 

ARPAÏS du bois is te zien in het dr. Guislain museum tot en met 29 mei
Klik hier om het interview van ARPAÏS met Hilde Van Canneyt te lezen
Klik hier om de website van ARPAÏS te bezoeken

Het boek ‘tout droit vers la fin, en sifflottant’ is verschenen bij uitgeverij Hannibal, beschikbaar in de gespecialiseerde winkels. De oplage is genummerd, slechts 1000 exemplaren voorhanden!

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

2 Comments

  1. Wanneer is dit artikel geschreven? Er is sprake van een tentoonstelling in museum Ghuislain, maar ik vind nergens data.

    Post a Reply
    • Dat was een paar jaar geleden, beste Jan

      Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op