Een hoogst persoonlijke rondleiding doorheen de moderne kunstgeschiedenis

Het geldt misschien ook voor u, maar ergens koesteren we een zekere nostalgie voor het tijdperk waar kunstwerken een goegemeente geheel in haar ban hield, en het gespreksonderwerp werd van de voltallige, zij het lokale pers. Hebben we nog Cézannes, Manets en Braques in ons tijdperk, die met een vernieuwende stijl of een choquerende behandeling van het thema van hun kunst meteen, en voor lange tijd de ‘talk of town’ waren?

Of moeten we de opgezette haai van Damian Hirst, de pornofilm van Jeff Koons met zijn toenmalige vrouw-pornoster in deze categorie plaatsen? Zij hadden duidelijk het doel de goegemeente te schokken, wat van een Cézanne bezwaarlijk kan gezegd worden (van Picasso dan weer net wat minder). Of tonen de vandaalstreken op de werken van Anish Kapoor in het Paleis van Versailles dat kunst nog wel de gemoederen kan aanwakkeren? Wat met Ai Weiwei en zijn actie tegen Lego? Is dit van dezelfde rangorde?

Ah, alle kunst moet in de context van zijn tijd worden gelezen. Daarom is het misschien makkelijker om de hedendaagse kunst te verstaan, laat staan te beoordelen, dan oude meesterwerken, die voor de moderne mens wat meer studiewerk vergt. En toch zijn we nostalgisch over de maatschappelijke impact die de grootmeesters uit het verleden nog konden bewerkstelligen.

Om deze te verstaan kunnen we gelukkig beroep doen op uitstekende kunstanalisten en –amateurs. Een ervan is ongetwijfeld de Engelse romanschrijver Julian Barnes, wiens gebundelde ‘Essays over kunst’ vorig jaar in het Nederlands verscheen.

Neem zijn tweede hoofdstuk, over het werk ‘Le Radeau de la Méduse’ van Géricault. Geschilderd in de paar maanden na de gruwelijke feiten. Ongetwijfeld lag het verhaal de eerste aanschouwers van het werk nog vers in het geheugen. Maar juist daarom zal het werk ook veel vragen hebben opgeroepen bij hen: waarom staan er 22 mensen in zijn schilderij, terwijl op dit punt van het (ware) verhaal er slechts 15 meer op

het rad aanwezig waren –de rest was verdronken of door de overlevenden opgegeten? Waarom kijkt de oudere man op de voorgrond de andere kant uit, terwijl nagenoeg iedereen hoopvol naar de (komende, of verdwijnende?) boot aan de horizon beweegt? Waarom heeft Géricault overigens dat precieze moment uitgekozen voor zijn werk, in plaats van de muiterij bijvoorbeeld, of de redding van de overlevenden? Had hij hier een bedoeling mee?

Deze vragen leveren Julian Barnes genoeg brandstof voor een boeiende rondleiding doorheen het werk van Géricault. Maar ook andere grootmeesters komen aan bod, zei het soms omwille van kleinere details: had Degas werkelijk een seksueel probleem, zoals zijn tijdsgenoten beweerden, en schilderde hij daarom uit frustratie zijn modellen in nagenoeg onmogelijk pijnlijke houdingen? Wat schuilt er achter de obsessie van een Bonnard voor zijn vrouw Marthe, die hem als enig model diende? Hoe moet (of kan) ‘De Leugen’ van Valotton begrepen worden?

Vooral: waarom zullen de portretten van Lucian Freud blijven intrigeren?

Er komen nog meer grote en minder grote kunstgoden aan bod in de essays van Barnes. Maar ze blijven even boeiend verteld, veelal vanuit een verrassende, hoogst persoonlijke invalshoek. Per slot van rekening is hier geen kunstkenner aan het woord –Barnes raakte pas op late leeftijd gefascineerd door plastische kunst (hij zag het licht na een bezoek aan het museum Gustave Moureau in Parijs, sowieso een aanrader). Hij is, naast een gevierd romanschrijver, eerst en vooral een verlichte kunstliefhebber. Het is juist die combinatie die zijn essays zo toegankelijk en leerrijk maken.

Een aanraden voor alle kunstliefhebbers!

barnes_boek

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op