Het privé-leven van de eerste impressionisten

Een late aanrader voor het vakantieseizoen: “The private lives of the impressionists” van Sue Roe biedt de kunstliefhebber een fascinerende kijk achter het leven van de eerste impressionisten in Frankrijk. Lichte lectuur weliswaar, hoewel soms met tè veel details overladen, maar het vormt een leerrijk portret van een groepje volhardende kunstenaars die tegen de stroom in een geheel nieuwe visie over kunst introduceerden.

Makkelijk hadden ze het niet, dat is gemeengoed geworden. Steeds geweigerd op het officiële Salon in Parijs, de enige maatstaf van wat officieel goede kunst placht te zijn, organiseerde Napoleon III speciaal voor hen een alternatief Salon (toepasselijk Le Salon des Refusés genaamd), een gewoonte die ze de jaren nadien op eigen initiatief (en na veel gekibbel) verderzetten. Maar steeds onthaald met luid hoongelach van publiek en critici.

impressionist_group

Ondanks het gebrek aan succes –dat ze allemaal wel beoogden- bleven ze nochtans de ingeslagen weg verderzetten, de Monets, Manets, Pissaros, Renoirs en Degas’ van die tijd. L’Art pour l’Art, weet u wel. Het moet gezegd, en hierin is zo’n boek zeker leerrijk, veel van de kunstenaars kregen van familie en een schare aan galeristen die in hen geloofden een vaste som geld, of werden regelmatig uit de ergste penarie geholpen door vrienden of verwanten. Beeld u even in dat hedendaagse kunstenaars voor een vast loon werken zouden maken die door één galerist wordt aangekocht. Zonder dat deze erin slaagt de werken aan de man te brengen. Ondenkbaar nu, maar dergelijke toestanden bestonden dus nog bij deze modernisten. Het gaf hen wel de vrijheid om te doen wat ze wilden doen. Hun visie in praktijk brengen.

Het officiële Salon in 1824

Het officiële Salon in 1824

Dat duurde tot financiële crises (die bestonden toen al) en persoonlijke tegenslag hun tol eisten. Snel kwamen de meeste kunstenaars van de nieuwe stroming in financiële moeilijkheden. Al waren hun omstandigheden al bij al stukken comfortabeler dan deze van de volgende generatie avant-gardisten… De Picassos, Braques, Modiglianis en Soutines beoefenden hun kunst in veel erbarmelijkere omstandigheden (lees onze recensie van het boek van Dan Franck over deze periode).

Mijmerend over mijn recent gesprek met Hilde Van Canneyt, waar we het onder meer hadden over de stelling of kunst onafhankelijk van de kunstenaar kan –of moet- gezien worden, stelt het lezen van dit boek me voor nieuwe bedenkingen. In een bepaalde periode waar Monet het financieel zwaar had terwijl hij een gezin te onderhouden had, begon hij toch wel iets te vluchtig en snel te schilderen toch?

impressionist_sue roeOf wat te denken van de gevoeligheid van Manet om publiekelijke erkenning, de vader van het impressionisme verkoos het om zijn kans op het officiële salon te wagen eerder dan met zijn vrienden op een alternatief salon tentoon te stellen. Daarmee verklaar je toch bepaalde keuzes die hij maakte? Wat met Cézannes’ afhankelijkheid van de financiële steun van zijn vader, voor wie hij zijn leven lang verborgen hield dat hij een vrouw en kind had? Dat heeft misschien zijn techniek niet aangepast, maar alleszins zijn thema’s wel, gezien het hem verplichtte om vaak (en, later, definitief) naar zijn geboortestad terug te keren.

 

Het heeft iets voyeuristisch, zo in het privéleven van historische figuren kijken. Anderzijds –een stelling- is het werk van een kunstenaar per definitie publiek? Voor zover hij een stuk van zichzelf in zijn werk steekt, is zijn leven daarmee toch ook publiek?

Enfin, ik ben er nog niet aan uit. Maar wat mij betreft bood dit boek alleszins ideale vakantieliteratuur!

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op