‘Schoonheid en onbehagen in de kunst’, essays van Joost Zwagerman over kunst

Zwagerman StilteMaakte Andy Warhol in essentie religieuze kunst? Wat maakte Sigmar Polke de grootste ‘shock artist’ van de vorige eeuw? Van waar komt de poëtische kracht in de stillevens van Giorgio Morandi? Waarom is Didier Borremans feitelijk een kannibaal?

Van de kwaliteiten van Joost Zwagerman als romanschrijver kan ik niet getuigen. Ik heb weliswaar een of twee romans van hem liggen. Al jaren. Nog niet gelezen, dat gebeurt hier nog wel meer. Maar van Joost Zwagerman als kunstcriticus kan ik na het lezen van zijn essays gelukkig wel getuigen. Ik kan het iedereen aanraden: ze zijn stuk voor stuk meesterlijk.

Als leidraad voor de selectie van essays stelt Zwagerman ‘De stilte van het licht’ voorop. De inleiding zorgt voor een mooi betoog van wat stilte en niet-zijn kan betekenen in de plastische kunst. Doorheen de essays zelf raakt deze leidraad wat verloren, maar dat geeft op zich niets. In ruil krijgt de lezer een verzameling gedachten, inzichten en analysis van een bijzonder erudiete kunstminnaar.

Zwagerman haalt zonder omhaal referenties uit de literatuur, theologie, dichtkunst en cultuur in de breedste zin van het woord, om zijn inzichten te schaven. Dit mengelt hij met een scherpe visie over ‘goede’ kunst. Niet alle kunst is goed, niet alle stromingen relevant. In het stuk over Francisco de Zurbaran’s ‘Christus aan het Kruis’ schrijft hij bijvoorbeeld:

“Die theologie is van een ander kaliber dan het vrijblijvende ietsisme van onze tijd, gekenmerkt door de tot niets verplichtende spiritualiteit die voor de zwevenden van dienst vooral gezéllig moet zijn en blijven. In deze cultuur is het werk van Zurbaran natuurlijk niet te plaatsen en te ‘behappen’”. Alsjeblieft.

Niet dat Zwagerman een hekel heeft aan moderne of hedendaagse kunst. Wel integendeel. Van zijn analyse van Joan Miro ging ik zelf bijna enthousiast worden over diens oeuvre, en hij slaagt erin om het werk van Jeff Koons op aanvaardbare manier uit te leggen (faut le faire), zonder blind te zijn voor diens essentiële contradictie (zelf al vind je hem een stuk onbenul, het past perfect in wat hij met zijn kunst wil bereiken). Om maar twee voorbeelden te noemen.

Zwagerman heeft over alles wel iets boeiends te vertellen. Onmogelijk om de opgedane kennis hier samen te vatten. Hoewel. Met enkele dagen afstand valt het me op dat wat bijblijft uit het boek niet de kennis op zich is, maar eerder de relatie die Zwagerman onderhield met kunst. In deze zin vormt het boek zelfs een soort handleiding voor de kunstminnaar.

Een poging tot samenvatting:

  1. Zoek verbanden en relaties. Zo vergelijkt Zwagerman het werk van Borremans bijvoorbeeld met het filmwerk van David Lynch. Beide zijn in zijn ogen ‘oogstrelende nachtmerries’. Dit betekent niet dat Borremans’ werk gebaseerd is op dat van Lynch, maar het helpt wel uit te leggen welk effect Borremans sorteert.
  2. Zoek diepgang in het kijken naar kunst. Stel dat je voor het portret staat dat Ensor van zijn zieke moeder maakte. Stel je de vraag: hoe komt het dat Ensor duidelijk veel meer tijd spendeerde aan het zorgvuldig schilderen van de medicijnpotjes op de voorgrond, dan in het schilderen van zijn moeder op de achtergrond?
  3. Bekijk de werken zoveel als mogelijk in levende lijve. Reproducties vertellen nooit het hele verhaal. Zo was Zwagerman jarenlang vol bewondering voor de reproductie van ‘Night windows’ van Edward Hopper. De dag dat hij het in levende lijve zag, en de werkelijke penseelstreken op het doek analyseerde, veranderde voor hem het hele verhaal dat het werk vertelde. De bewondering bleef.
  4. Verheug je ook op onschuld. Of, anders gezegd: blijf enthousiast en naïef. Zwagerman, die nagenoeg alles van belang in de kunst heeft gezien, blijft vol verwondering spreken over Joan Mirò. Het speelse, het ludieke, het betekenisloze misschien, heeft ook zijn functie.
  5. Gebruik je fantasie. Wat betekenen de ‘rugportretten’ van vrouwen bij een Bonnard, een Hammershoi of een Borremans? Wat vertelt het over de vrouw zelf, en over de relatie tussen de kunstenaar en de geportretteerde? Enkel met wat fantasie (en een beetje kennis) kan je een antwoord formuleren. Niet noodzakelijk een juist antwoord overigens. Maar dit spel maakt het juist zo boeiend om naar kunst te kijken.

In dit boek staan talrijke voorbeelden van hoe je met deze ‘handleiding’ voor kunstminnaars om kan gaan. Alvast voor mij een lichtend voorbeeld…

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op