Ah, quelle aventure… Jacqueline Mesmaker in Bozar

De kunstproductie van Jacqueline Mesmaeker kwam op gang in de nasleep van de Amerikaanse hegemonie op het internationale kunstentoneel, kunst  als een middel dat hielp in de Amerikaanse politieke geostrategie.  

Die  ‘grootmachtige’ overheersing bereikte  zowat en voorgoed een hoogtepunt in 1964, op de Biënnale van Venetië, toen de jonge Robert Rauschenberg met zijn bescheiden bijdrage in het Amerikaans Paviljoen de Gouden Leeuw in de wacht sleepte in op zijn minst polemisch te noemen  omstandigheden en dito besluit van de jury.  

De expo “Art in Europe after ’68” van Jan Hoet in het Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent in 1980  was van groot kritisch en lokaal-terugkoppelend belang in ons land.  

Tegenover Pop Art, minimale en conceptuele kunst had Europa ondermeer Arte Povera in petto, deviante vormen  van Pop Art en, een meer uitgesproken lyrische en literaire manier van kunstproductie. Denken we maar in het bijzonder aan het werk van Brusselaar Marcel Broodthaers dat in feite als oeuvre als één groots tegenwringen kan worden beschouwd tegen alle vormen van instromende ‘ismen’, vanaf het midden de jaren zestig toen er zichtbaar een klimaat ontstond waarin kunst zich ontdeed van verhaal en referenties aan het rijke culturele erfgoed. 

Het oeuvre van Jacqueline Mesmaeker (1929) komt hierna, vanaf midden de jaren zeventig  als een tweede welwillende golf waarin zij op een niet-rigide manier uitdrukking gaf aan zeer persoonlijke uiteenzettingen met, tussen en in de nabijheid van haar familiale leefwereld, een besloten privé-biotoop – haar bescheiden appartement zes hoog, met uitzicht op de ULB – dat ze extrapoleerde in beeldstrategieën die het quasi onmogelijk maken een stijl te ‘plakken’ op haar artistiek praktijk.

In het zog van René Magritte, Marcel Broodthaers en (later) Jan Vercruysse wist zij literaire taal te verzelfstandigen in kunst. Film-experimenten, heel intens en intiem tekenen en schilderen op papier, en het uitbroeden van kleine installaties waarin de verbeelding de vrije loop wordt gegund, zijn vele manieren waarin zij de wereld naar zich toetrekt en omvormt tot verhalen waarin de tussenruimtes heerlijke zones blijven voor interpretatie, persoonlijke verbeelding en veelstemmige retrospectie op de kunstgeschiedenis. 

Postkaarten, faxen en het excessief verzamelen van familiale souvenirs en (toegestuurd) drukwerk uit de kunstwereld en erbuiten, zijn de  conceptuele ingrediënten waarmee ze ook de factor tijd en het verlopen ervan betrekt in haar brede oeuvre. 

Dat is allemaal van heel nabij aan den lijve te ervaren, te zien, te lezen in de tentoonstelling in Bozar. 

Aan de ene kant oogt haar werk traditioneel en kant het zich (bewust) tegen bepaalde vormen van, en de drang naar de-materialisering, aan de andere kant eigent Jacqueline zich de distributievrijheid van de conceptuele kunst toe,  teneinde het kunstwerk zo veel mogelijk te positioneren in het domein van ‘de idee’, waarbij de ‘dingen’ vooral een alibi vormen voor haar bijdrage tot een verlangen naar een delend, verhoogde mentaal bewust- en welzijn. 

Dat ze een problematische verhouding had met de kunstwereld en -markt valt af te leiden uit het veelvuldig gebruik van boeken die ze beschouwt als alternatieve, intieme tentoonstellingscontexten die ze verfijnd ophoogt met aantekeningen en aan miniatuur refererende “verluchtingen”. 

Jacqueline Mesmaeker  is samen met Lili Dujourie één van de weinige vrouwen in de (Belgische) kunstwereld die een plaatsje in de marge vond en ‘bemachtigde’, in een toen in de jaren zeventig en begin de  jaren tachtig door (Westerse) mannen beheerste kunstwereld.  Het grote verschil is dat Jacqueline Mesmaeker strikt genomen in haar oeuvre geen progressie van stijl nastreefde zoals wel in het geval van de meeste van haar collega-kunstenaars. 

En toch, bij het ondernemen van een promenade langs haar oeuvre blijft een haast aan Proust denkende rode draad voel- en zichtbaar. Een draad die vervolgens heerlijk  doorheen de literatuur en de schilderkunst  loopt, verweven als cultureel ‘zich toegeëigend’  erfgoed in haar geduldige kunde een zeer vernieuwende vorm van kunst, zoals bij haar vele onderbelichte filmwerken/film-installaties Oiseaux, Surface de Réparation, La Peche de la Lumière en 1998 .   Werken die ontegensprekelijk als pionierend binnen de prille context van de film-installatie kunnen en moeten worden beschouwd.  Kunstwerken waaraan werkelijk niemand, met uitzondering van Jan Hoet, de nodige aandacht schonk …

En dat wordt pas vandaag, in 2020, in de tentoonstellingen in Cc Strombeek, ‘Enkel Zicht Naar Zee, Naar West’  (11.01-04.03.2020)  en met Ah Quelle Aventure in Bozar, in een breder perspectief geplaatst en wellicht voorgoed ‘onderkend’. 

De tentoonstelling in Bozar is geen retrospectieve maar een fikse wandeling langsheen clusters van kunstwerken, doordrongen van ‘haar’ aandacht voor literatuur, schilderkunst, de zee  en een fascinatie voor bewegende beelden, losgekoppeld van het traditionele projecteren op muren of schermen. 

De tentoonstelling Ah Quelle Aventure kreeg langzaam gestalte – samen met Lieze Eneman en Marie Sardin –  in een  ‘verdichte’ dialoog met Jacqueline Mesmaeker. Tijdens die intense periode van twee maanden voorbereiding,  werd bezoek na bezoek  duidelijk hoe haar werk kan worden beschouwd als een prachtig en complex in elkaar gehaakt oeuvre; letterlijk een ‘levenswerk’ waarin het woord en de ‘ervaringen in het leven’  beeld worden en écht in haar kunst de uitdrukking verworden van de titel van één van haar kunstwerken op de tentoonstelling: J’ai vu que tu n’as pas vu

De tentoonstelling van Jacqueline Mesmaeker is in tijden van post-corona,  een perfect vaccin tegen uitdroging van alle potentieel-essentiële  mogelijkheden van de creatieve mens en draagt als tentoonstelling wellicht bij tot meer studie over haar oeuvre in het perspectief van een correctie van de recente Belgische kunstgeschiedenis. 

Luk Lambrecht 


De tentoonstelling Ah, quelle aventure, een co-productie tussen Coproductie: BOZAR, Museumcultuur Strombeek/Gent en Cultuurcentrum Strombeek, loopt nog tot 21 juli in Bozar, Brussel. Klik hier voor alle info.

Author: Luk Lambrecht

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op