Albert Oehlen, een kunstenaar die blijft verdelen

Het lijkt wel de week van Albert Oehlen. De onlangs 65 jaar geworden Duitse kunstenaar opent maar liefst 3 shows in Londen deze week (bij Serpentine Gallery, Max Hetzler en Lévy Gorvy), naast een tentoonstelling met nieuw werk in Hong Kong, en een selectie van werken uit 1990 bij Skarstedt gallery in New York.

Een mooie ode aan een kunstenaar die al 40 jaar aan de weg timmert. Maar niet noodzakelijk evident. Zijn werk, of eerder de extreme variëteit ervan, laat menig kunstverzamelaar en -minnaar wat verbaasd achter bij het aanzien van zijn oeuvre. Sommigen noemen hem “the most resourceful abstract painter alive”, anderen hekelen dan weer zijn excessieve stijl. “Compromisloos” zou wellicht beter klinken. Als een kunstenaar dan al de vrijheid mag genieten te doen wat hem op dat ogenblik opkomt, dan vormt Oehler daar alleszins een mooi voorbeeld van. Dat hij niettemin succes kent, ondanks het feit dat niemand enige coherentie kan bespeuren in zijn oeuvre, mag gerust als een aanmoediging gezien worden voor de talrijke kunstenaars die door de markt gedwongen worden in de richting waar ze eerder reeds succes boekten. Versatiel zijn, het is misschien wel een troef voor een kunstenaar. De controverse stimuleren is dat zeker.

Zijn werk mag dan nog verzamelaars bevreemd achterlaten, aan de kant van de kunstcritici zijn de meningen eerder zwart-wit te noemen. Voor Hans Ulrich Obrist, toch niet van de minste, vormt de diversiteit in Oehlens oeuvre juist zijn unieke originaliteit: “Oehlen’s interest in so-called ‘bad painting’ focuses specifically on this notion of taste, allowing a certain crudeness of style and subject matter to enter the field. His conscious playing with these categories is perhaps why people’s views can be so far-reaching-—he continuously challenges, expands and blurs the boundaries of what we consider ‘good’ or ‘bad’ painting. It’s the diversity of Oehlen’s approach that makes him one of the most original and inventive painters of our time”, zo liet hij optekenen in The Art Newspaper.

Volgens een andere kunstcriticus, Ben Luke bij de Evening Standard is duidelijk minder overtuigd: “In an interview with the Guardian in 2016, Oehlen said about his experimental approach to painting: ‘If we were talking musically, it’s definitely Frank Zappa, not Leonard Cohen.’ And that sums up what I find most difficult about his work: I can be amused and engaged up to a point by the playfulness, the stylistic leaps and knowing nods, but I can never go beyond that to being enthralled or moved. And that’s what I want painting to do.”

Kunst en smaak, het is een eeuwige discussie. Maar wat je van kunstcritici zou mogen verwachten is dat ze hun eigen smaak toch enigszins opzij kunnen schuiven alvorens een opinie te formuleren. Of is kunstkritiek van nature subjectief? Moeilijke vraag, maar zeker de moeite waard om over na te denken…


Mee eens of niet? Aarzel niet om een reactie achter te laten in de ‘comments’-box !

Frederic De Meyer

Art crunches: Bernard Frize, Banksy, Zou, Chinese art, MadC, Dan Witz
Frederic De Meyer

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op