Be-Part Waregem als tijdelijke habitat voor Stief DeSmets dierenrijk

Afgelopen zaterdag opende Be-Part Waregem de expositie Paradise, Prototypes & Other Deconstructions, een solotentoonstelling gewijd aan de recente werken van Stief DeSmet. Schepen Pietro Lacopucci gaf het startschot en vervolgens werd de nieuwe publicatie voorgesteld door artistiek leider Patrick Ronse. Het talrijke publiek genoot eveneens van Christophe Vekemans literaire opvoering, geïnspireerd op het oeuvre van de beeldende kunstenaar.

Speciaal voor de expo creëerde Stief de installatie Anastasis.  De beeldengroep met zijn Griekse titel staat stil bij het begrip herrijzenis en werd op maat van het auditorium gemaakt. Het ensemble bestaat uit vijftien gefragmenteerde dierenlichamen, die gezien kunnen worden als de restanten van wat die dieren ooit zijn geweest.  Met behulp van stalen bouwschoren lijken de grijze sculpturen te zweven in de ruimte. Bovendien gaat Anastasis een dialoog aan met de verschillende architecturale elementen van de grote zaal. Door de ruwheid van zowel het werk als de brutalistische wanden ontstaat er een boeiende dynamiek tijdens het wandelen. Diezelfde ruwheid zorgt ook voor een spanning met de warme houten vloer. Idem voor de groene klimop aanwezig onder het glas van de vloer.

Stief DeSmet, Anastasis, beton op gegalvaniseerd staal, 2018 © Tom Callemin

Voor de bronzen sculpturen met bladgouden vlakken, veelal gepositioneerd op een bakstenen sokkel, vertrok Stief terug vanuit zijn vertrouwde dierlijke motieven. Met beelden van onder andere herten en vossen zoekt hij de grens op tussen natuur en cultuur. Zijn sculpturen alluderen steeds op de typische Vlaamse voortuinsculpturen en allerlei kunsthistorische thema’s zoals de jacht en de dood. De beeldelementen, die bestaan uit herwerkte versies van gerecupereerde objecten, worden door Stief gecombineerd met botanische of industriële bouwmaterialen. Voorwerpen die afkomstig zijn uit de eigen omgeving.

Stief DeSmet, Monument for a broken deer n°1, brons en bladgoud, 2018 © Tom Callemin

Doorheen de expo is er eveneens een bijzondere rol weggelegd voor de haas. Zo verschijnt het wilde zoogdier veelvuldig op diverse zeefdrukken en collages. Het valt op dat deze kunstwerken steeds opnieuw refereren naar Jan Weenix. Enerzijds verwijzen de titels zeer nadrukkelijk naar de Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw. Anderzijds approprieerde Stief enkele hazen uit de schilderijen van Weenix.

Jan Weenix, Stilleven met haas en andere jachtbuit, olieverf op doek, 1697 © Rijksmuseum
Stief DeSmet, Golden Weenix, mixed media en zeefdruk op doek, 2018 © Tom Callemin

In het kunstwerk Golden Weenix bracht Stief verschillende beeldelementen bij elkaar. Zo zeefdrukte de kunstenaar een haas op het doek om het vervolgens te confronteren met verschillende picturale ingrepen. Dit resulteerde in een verstoord beeld met een metareflectief karakter. Zo gaan bijvoorbeeld de sterk uitvergrote en piepkleine zwarte cirkels, respectievelijk verwijzend naar schilderkunst en zeefdruk, in dialoog met elkaar. Voorop staan enkele eigenschappen van hun creatie: het ambachtelijke, trage proces van schilderkunst tegenover het mechanische, snelle proces van zeefdruk. Door bladgoud te appliqueren op het werk, zinspeelt Stief ook op twee kunsthistorische fenomenen. Enerzijds slaat hij vanuit het heden een brug naar de periode waarin Jan Weenix leefde, anderzijds lukt het om een link te maken naar Joseph Beuys door de combinatie van het goud met de dode haas. Concreet gaat het over zijn performance Wie man dem toten Hasen die Bilder erklärt (Hoe je aan een dode haas schilderijen uitlegt) die in 1965 plaatsvond in Galerie Schmela in Düsseldorf. Zo had de Duitse kunstenaar zijn hoofd ingesmeerd met honing en vervolgens belegd met bladgoud. Tijdens deze performance bleef Beuys steeds zitten op zijn stoel en schonk enkel aandacht aan zijn dode haas.

Joseph Beuys, Wie man dem toten Hasen die Bilder erklärt, performance, 1965 © Phaidon

Een ander interessant werk is de collage Constellation n°3. Op dezelfde manier samplede Stief verschillende beelden met elkaar. Onder de dode haas is een naakte boogschutster te zien op de drager. Een boeiende confrontatie die iets vertelt over Stiefs artistieke visie op esthetiek. Zo heeft de kunstenaar doorheen zijn oeuvre niet enkel aandacht voor het schone, het schone wordt steeds verenigd met het lelijke. Een bekommernis die zich eveneens manifesteert door een weloverwogen kleurengebruik.

Stief DeSmet, Constellation n°3, collage op papier, 2019 © Stief DeSmet

In de twaalfdelige Weenix Series zit nog een andere boeiende tegenstelling. Elke zeefdruk bevat een uniek woord dat kan geassocieerd worden met een levende haas. Woorden als ‘nibble’ en ‘dig’ staan in contrast met het levenloze lichaam van het afgebeelde dier. Naast de inhoudelijke context hebben de letters ook een picturale drijfveer. Hoewel ze zich inferieur verhouden tegenover de andere motieven, behoren ze evengoed tot de vormelijke onderdelen van de compositie. De ene keer werden de letters met een vast ritme op het werk aangebracht. Dan wordt de leesbaarheid van het woord niet belemmerd. De andere keer staan de letters verspreid als autonome vormen waardoor het puzzelen wordt om het woord te achterhalen.

Stief DeSmet, Paradise Prototype en Weenix Series © Tom Callemin  

De expo Paradise, Prototypes & Other Deconstructions is te bezichtigen tot en met 2 juni.

Share This Post On

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op