Charbel-joseph H. Boutros & Kris Martin verlenen het korte menselijke bestaan een tastbare vorm in het S.M.A.K.

Merkwaardig

Twee ruime tijdelijke tentoonstellingen in het S.M.A.K. in Gent cirkelen rond zingeving tussen en op leven en dood. De Libanese kunstenaar Boutros (1981) doet dat vanuit zijn conflictuele roots en met spaarzame middelen. Gentenaar Kris Martin (1972) jongleert met de grote levensthema’s vanuit een zekere ironie op het leven én de kunst en doet dat met groot gebaar én (productie)vertoon met zichtbaar véél middelen die circuleren in de betere Vlaamse, kapitaalminnende kunstmiddens.
De twee kunstenaars verleiden en bespelen de zwakke kant van ons mentaal troebel omgaan met leven en dood. Boutros doet dat vanuit de intimiteit van zijn persoonlijk leven met als achtergrond de explosieve omstandigheden van zijn heimat. Hij transponeert zijn unieke poëzie in kunst met schaarse middelen die perfect accorderen met zijn onzichtbare (wens)dromen via een parcours van traceerbare, performatieve tracés. Boutros maakt zichzelf via een suite van S.M.A.K.-ruimtes “kwets- en toonbaar” publiek – balancerend op de cadans van de tijd – gesymboliseerd via licht, duisternis, intieme toespelingen en met haast dromerig-romantische avances met de bezoeker.

Kris Martin splijt als een Moses de zee uit elkaar met werken die qua materiaal en referenties goochelen met de historische canons van ‘onze’, westerse kunstgeschiedenis. Zijn installaties boezemen dankzij monumentaal versus nietigheid ontzag in; ze liggen erbij als heraldische tekens die qua schaalschommelingen indruk maken op de bezoeker én het museumgebouw.

Het museum toont met deze parallel lopende tentoonstellingen de bezoeker hoe het ene en het andere tegelijk naast elkaar kan worden gezet en dat was pakweg 15 jaar geleden nog ondenkbaar. Oost en west lopen hier in het museum naast elkaar als kunst die handelt over geloof en vertrouwen die schuil gaat in enerzijds kunstproductie die de voorlopigheid in zich draagt (Boutros) en anderzijds harde, edele materie converteert in duurzame, tijdbestendige kunst (Martin).

Beide kunstenaars bieden de bezoekers korte bemiddelende tekstjes bij elk tentoongesteld kunstwerk. Boutros geeft graag inzage in de genese en oorsprong van zijn kunstwerken terwijl Kris Martin via een funerair ogend gitzwart soort bidboekje met de titel van zijn expo erop “exit”,  de lezer a-z commentaar verstrekt die eerder beschrijvend, zelfspottend en soms als pseudofilosofisch kan worden benaderd.

Kris Martin

Kris Martin behoort tot de “golden” generatie van kunstenaars zoals Wim Delvoye, Hans Op de Beeck en David Claerbout die – meteen na hun studies via al dan niet kunstzinnige spitsvondigheden, opportunistische ‘gaten’ en omstandigheden in “een” specifieke periode – met gemak én klinkend succes een weg vonden in de kunstwereld en dito markt.

Wat een merkbaar verschil met hun vrouwelijke tijdgenoten zoals Anne Daems, Anouk De Clercq, Leen Voet, Kati Heck en de iets oudere maar hoog niveau aanhoudende Ana Torfs; met allemaal een prachtig oeuvre dat op alle vlak in de schaduw blijft haperen van het institutioneel en commercieel succes dat hun mannelijke collega’s mogen vieren.

2/3 van de in het S.M.A.K. gepresenteerde werken van Kris Martin zijn minstens 10 jaar oud; zijn klein van formaat, ambachtelijk perfect geproduceerd en vol en bol van symboliek en soms nonsens-anekdotiek, zoals na te lezen in het “a-z” boekje. Naast een bom die in 2104 – dus lang na onze dood – zal ontploffen is het minieme gouden afgietsel van een bij (2009) die Jan Hoet ooit achter het “gewapend” glas installeerde van het Lam Gods in de Sint-Baafs-kathedraal in Gent, hier ook een uitzonderlijk hoogtepunt. Het futiele en amper zichtbare “dingetje” als symbool van vruchtbare zoetigheid is nu in S.M.A.K. ook aan de achterkant te zien van een glasplaat die een lege, verduisterde museumzaal afsluit.
Het perfect belichte gouden bijtje ligt er bij als een monumentale existentiële nature morte !

Dit is knap en die overtreffende stap tussen beeld en magie blijft nogal achterwege in het verloop van deze expo. Een klassieker (ook uit 2009) blijft “Trinity I” die ooit te zien was in de stationshal van Kortrijk. De toenmalige losklepperende infoborden in de treinstations met dienstinformatie transformeerde Kris Martin in een volledig zwart bord waar de pc de zwarte vlakjes doet klapperen in hun surreële en niets mededelende zwartheid; als de absurde aankondiging van een trein des levens zonder tijd en bestemming. Een ander werk – uit de collectie van de invloedrijke industrieel Filiep Libeert uit Kortrijk – palmt de volledige centrale museumhal in op de eerste verdieping. Een heuse luchtballon is voor de helft opgeblazen en doet binnenin denken aan een tijdelijke winters-overdekte tennis court. Zelf noteert de kunstenaar als bij een ferme hommage (?) aan wijlen Panamarenko “De droom van vliegen en meedrijven met de wind ligt in het museum gevangen”…

De ijdelheid van de mens/kunstenaar zit vervat in “Still Alive” uit 2005 – een scan van de schedel van de kunstenaar werd in verzilverd brons afgegoten en bleek achteraf de inspiratie voor een reeks tekeningen/studies van zijn schedel.

In een lege, halfverduisterde zaal loopt het publiek op krakend confetti van brons – gelardeerd met Martin’s mededeling:”Confetti is vergankelijk, maar deze versie in brons is eeuwig. Wij zijn vergankelijk”. Waarvan akte! De expo sluit af met een monumentaal spiegelwerk met de in sierlijke plakletters omgekeerd spiegelende mededeling “The End” – …” Wij zijn acteurs. Onze spiegelbeelden zijn onze toeschouwers”.
Deze tentoonstelling van de artistieke stand van zaken van Kris Martin is één uitgestrekte gestolde mijmering in woord en beeld over het leven; een leven weliswaar dat zich beperkt tot de individuele expressie van een aantal individuele en dito kanttekeningen bij de kunstgeschiedenis.

Charbel-joseph H. Boutros

Boutros is een doorgewinterde romanticus – hij neemt ons mee in een “loop” van museumkamers en laat ons toekijken als naar één grote eclips, in een reis van dag naar nacht. Wij laveren langsheen zijn leven; een leven dat er “persoonlijk” uitziet als ieders leven; maar waarbij de context van zijn leven er wel wat anders uitziet dan pakweg het “mijne” in Brussel.
Boutros houdt de kunst dicht bij zichzelf; dat betekent dat wij heel nauw inzage krijgen in zijn leven en dat zijn kunst aldus kan worden beschouwd als een autobiografie. Een perfect in balans gehouden spel “Ik versus abstract” is de strategie om als kunstenaar innig voeling te houden met het bezoekende publiek. In cultureel-correcte terminologie spreekt men dan wellicht graag van de cultureel “verbindende” kracht (…) van de kunst.
Aan de inkom hangt een granieten plaat met de naam “Lawrence” erin gekapt, de naam van de allereerste bezoeker van de tentoonstelling. Bij het sluiten van de tentoonstelling komt er een tweede, identieke plaat, met de naam erop van de allerlaatste expobezoeker. Op die manier krijgt de tijd van de expo een naam; een abstracte naam – een versteend momentum in een monument net zoals Braco Dimitrijevic bekende en beroemde personen afbeeldde in sculpturen en foto’s naast die van gewone, onbekende passanten/burgers.

De centrale zaal met de perifere smalle catwalk, alleen bestemd en toegankelijk voor directie en medewerkers van S.M.A.K. is een intelligente, zachte omgang met institutionele kritiek. De catwalk (referentie naar de modewereld) gaat uiteraard over macht; over modieus en smaak-ijdel ‘neerkijken’ en omgekeerd over al dan niet ‘opkijken’ naar iets of iemand.
Boutros weet met catwalk een perfecte kraag te draperen omheen talrijke intimistische ingrepen die via poëtische allusies, gebaseerd op wederzijds geloof tussen bezoeker en kunstenaar – tal van empathische betekenissen genereren. Heel mooi geflankeerd naast de catwalk staat het model van een soort utopisch museummodel– speciaal bedacht voor het tonen van een glazen bol; gevuld met water van de Atlantische oceaan vermengd met een traan uit het linkeroog van een galeriehouder.

Dat is een magische constellatie waarin de utopie zich als water en zout vermengt; als iets dat niet meer uit elkaar is te krijgen. Wordt in dit werk de vandaag ten spits gedreven ‘dialectiek’ geëtaleerd tussen kunstmarkt, publiek museum en afwezigheid van empathie en gevoel… ? Of is deze utopie een mijmering over het museum als een verloren plaats (en zaak) van contemplatie ?

De gehele tentoonstelling van Boutros drijft op het licht, de explosieve politieke geografie van zijn afkomst en de kunde om zijn leven in scène te zetten met handelingen gebaseerd op dingen die er zijn voor iedereen zoals de zon, de lucht en uiteindelijk de duisternis als een zacht helende vacht over het bestaan.

Geniet van een met door de kunstenaar van korte commentaren gekruide wandeling doorheen de circulaire tentoonstelling die een uiterst persoonlijk levensverhaal van een kunstenaar biedt, niet zelden gebruik makend van ondermeer votief kaarsenvet dat de flanerende bezoeker in gedachten laat wankelen in de gedachte of datgene wat hij ziet nu echt of niet echt is en … of het ook niet een beetje op het “eigen” leven kan worden geschreven.

Waar wij wel zeker van zijn is dat dit kunst is vanuit een diep persoonlijk evoceren van tegelijk de kleine wereld van de kunstenaar – gemengd met de lotgevallen van de grote wereld waaraan als individuele mens en kunstenaar niet te tornen valt …


Kris Martin Exit is verlengd tot 3 januari 2021
Boutros The Sun is my only Ally loopt tot 11 oktober 2020

Je kan best je ticket online of per telefoon reserveren. Klik hier voor alle info

Author: Luk Lambrecht

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op