De opbouw van een tentoonstelling, het kan soms even mooi zijn als de tentoonstelling zelf. ‘Why do we need vases dear!’ bij CAS in Zottegem

Kan een tentoonstelling mooi zijn? Niet in de zin van wat ze inhoudt, een werk dat je opviel, een kunstenaar die je op een of andere manier wist te raken tot diep in je onvermoede vezels. Maar als geheel, als perfect harmonieus samengestelde eenheid. Zelfs opgemaakt uit kunstenaars met een heel verschillende praktijk, kan ze als een ervaring worden gepresenteerd waar je rustig, bijna organisch doorheen wordt geleid, en waarin je van invalshoek tot invalshoek tot de vaststelling komt dat wat je in de ene ooghoek waarneemt, en net reeds hebt gezien, elegant in lijn ligt met het nieuwe dat je in de andere ooghoek ontdekt? Een tentoonstelling als totaalconcept. Bestaat dat?

Dat is de taak van elke curator, uiteraard. Maar al te vaak zal hij zijn eigen visie willen opdringen, zijn eigen stempel willen drukken. Zijn signatuur naast die van de kunstenaars willen influisteren in de herinnering van de bezoekers. Zo’n autocratische beslissingsname heeft voordelen, ongetwijfeld. Knopen worden makkelijker doorgehakt. In zekere mate staat het garant voor een consequent aangehouden lijn, een consistentie in de tentoonstelling. Die moet er ongetwijfeld zijn wil je de bezoeker niet totaal desoriënteren, al lijkt dat voor sommige curatoren juist de bedoeling. Dat mag, maar hoeft dan niet als coherent geheel te worden gepresenteerd middels allerlei dogmatisch geïnspireerde en tot op het bot luchtledige schrijfsels. Het gebeurt jammerlijk net iets te veel.

En het kan anders. Dat toont alleszins de tentoonstelling Why do we need vases, dear! die momenteel loopt bij CAS – Contemporary Art Space in Zottegem. De galeriste, de gastcurator, de vier kunstenaars en de transporteur Maarten Marchau brachten er de namiddag, en een flink stuk van de avond, samen door om aan de opstelling van de tentoonstelling te werken. Het creëerde een heel eigen dynamiek, waarbij elke visie, elk nieuw idee in een heel natuurlijk proces werd verteerd en tot een gezamelijke visie gesmolten. Er werden nieuwe perspectieflijnen tussen de werken gevonden, objecten van plaats gewisseld om in de lijn te vallen, en er nieuwe te trekken naar andere werken, om de kleuren van een lijn met elkaar te verzoenen of de concepten erachter te verenigen, er werden nieuwe invalshoeken uitgevouwen in het driedimensionale labyrint van de ruimte. Een voormalig café trouwens, met alle bijhorende verrassende hoeken en vreemde vormen, wat de uitdaging om van de tentoonstelling een harmonieus geheel te maken enkel vergrootte.

Het resultaat? Een tentoonstelling die je uitnodigt om langzaam te ontdekken, en te genieten. Even alle haast en alledaagse beslommeringen achter je te laten. Rust vinden in de kunstbeleving, hoe gevarieerd en soms onverklaarbaar, of onverklaarbaar gevarieerd ook.

Gastcurator Tom De Volder noemde de opbouw van de tentoonstelling een van de meest intense, verrijkende ervaringen uit zijn leven. Ik was er niet bij, maar begrijp wel wat hij bedoelt. Hoe de chaos die een samenwerking van zes mensen, kunstenaars en curatoren überhaupt, niet meteen de meest meelopende mensen ter wereld, ongetwijfeld zal hebben veroorzaakt, juist wel tot een een resultaat leidt dat perfect in balans is. Dat een geheel vormt. Het mag gerust een prestatie genoemd worden. En het resultaat mag er alleszins zijn.


De tentoonstelling Why do we need vases, dear! met werk van Steph Gildemyn, Jo Michiels, Griet Drieghe en Marc Galle kan je nog tot 17 maart ontdekken bij CAS Zottegem.

De opbouw:

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op