“Feast of Fools, Bruegel herontdekt”, het boek biedt nog meer dan de expo

Mocht je nog niet gegaan zijn: Feast of Fools, Breugel herontdekt loopt nog tot 28 juli in het Kasteel van Gaasbeek. Mocht je nog gaan, aarzel zeker niet om de catalogus mee naar huis te brengen. Het vormt een referentiewerk om nog lang van na te genieten en verder te reflecteren over het centrale thema van de tentoonstelling.

Bruegel en de modernen

Dat Bruegel’s thema’s en wereldbeeld een directe impact hebben gehad op een rijk palet aan grote namen uit de kunstgeschiedenis, valt de beetje kunstkenner bij eerste oogopslag op. Sommige thema’s als blinden en boeren hadden een directe weerslag op bijvoorbeeld enkele iconische werken uit de Latemse School. Maar je vindt ook naweeën van het werk van Breugel buiten de landsgrenzen. Bij Otto Dix of George Grosz, om er maar twee te noemen. De invloed van Breugel zal geografisch nog wel verder te bespeuren vallen, maar een tentoonstelling is van nature beperkt tot de werken die ze kunnen bemachtigen voor de duur ervan. Het zal vermoedelijk de reden zijn waarom er geen enkele Breugel te zien is op de expo.

Dergelijke beperking heeft een boek niet. De ‘catalogus’ is er in die zin geen: het reikt veel verder dan enkel een verslag of de historische context van de getoonde werken. Zo wordt een paralel getrokken tussen de Zeven Hoofdzonden door de ogen van Breugel en die van Ensor, maar het boek gaat veel verder in op de parellellen tussen de twee benaderingen.

Bruegel en de Hedendaagse kunst

Het vergt -cerebraal dan- wat bijkomende moeite om de relatie te vatten tussen Breugel en de mooie reeks kunstenaars die gevraagd werden om, geïnspireerd door de primitief, hedendaags werk te presenteren. Het vergt een geoefend oog, en een pak kennis om de verbanden te zien. Het boek biedt hierin soelaas dankzij de uitleg van curators Luk Lambrecht en Lieze Eneman.

De relatie zal soms verrassen. Neem nu bijvoorbeeld het werk van Anetta Mona Chisa & Lucia Tkacova, die feitelijk uit gaan van ‘fractale geometrie en de druk die dat op ons wereldbeeld zet”. Daarvan zeggen de schrijvers: “Zo legt het duo de tegenstelling bloot tussen enerzijds de controlerende blik, die ons kijken aan banden legt door onze visie (zienswijze) tot drie dimensies te reduceren, en anderzijds de anti-autoritaire blik – synchroon met het werk van Bruegel die in zijn zogenaamde wemelbeelden het confortabele kijken op losse schroeven zette.” Ik zei het reeds, het vergt wat moeite soms, maar wat verder denken dan de neus lang is loont steeds de moeite.

De relatie met Bruegel werkt alleszins niet limitatief, in die zin dat de werken evengoed mogen geïnspireerd zijn door gebeurtenissen in de tijd van Bruegel, zoals de Copernicaanse revolutie in het werk van de Iraanse Sam Samiee. Voor zijn werk in het Kasteel van Gaasbeek brengt Bart Lodewijks dan weer op een gevel van een naburige boerderij zijn getrouwe lijnenspel aan, dat nadien de basis zal vormen van een reproductie op krantenpapier, waar Lodewijks figuurtjes zal aanbrengen, uitgeknipt uit de catalogus van de Bruegeltentoonstelling in Wenen. De link hoeft niet noodzakelijk artistiek of zwaarwegend intellectueel te zijn.

Al wordt in de teksten evengoed niet steeds gezocht naar een relatie met Bruegel, bijvoorbeeld bij de bespreking van Mario Merz of Daniel Buren. Het Feest uit de titel bestaat uiteindelijk uit het samenbrengen van (enkel thematisch aanwezig) Vlaamse Primitieven, Modernen en een indrukwekkend aantal nieuwe internationale talenten.

Tentoonstellingsarchitectuur

Het komt veel te zelden voor in zo’n boeken: aandacht voor hoe de tentoonstelling op ‘architecturaal’ vlak werd samengesteld. Voor deze tentoonstelling is deze extra aandacht alvast volstrekt terecht. Waar het kon werden werken op dezelfde manier getoond als gebruikelijk was ten tijde van Bruegel: in een soort kabinet-opstelling, met werken op statief. Wat als extra voordeel biedt dat de permanente collectie van het kasteel onaangetast gedemonstreerd wordt en een geheel vormt met de tentoonstelling. Maar ook de structuren waar sommige werken op getoond worden, een mix van statief, vitrine, bank en toren, vormen een boeiende verademing voor de manier waarop een tentoonstelling wordt opgebouwd. Deze structuren hebben overigens ook een band met Bruegel: “De structuur is geschilderd met kalkcaseïneverf volgens het lazuur-procedé, een techniek die ook in Bruegels tijd gebruikelijk was”.

Een hebbedingetje voor de all-round kunstliefhebber.


De catalogus is uitgegeven door Snoeck Publishers (Belgium) 
Auteurs: Luc Lambrecht, Leen Huet, Lieze Eneman
ISBN: 9789461615206 (HB – E/ F/ NL)  € 24,00

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op