Kunstenfestival Watou, eindigen in schoonheid.

Het is druk in de Watou. Het dorp aan de Schreve ontwaakt uit zijn winterslaap. Het zijn niet de zwaluwen die de lente aankondigen maar de verzamelde pers in het parochiehuis. Reeds voor de 36ste maal wordt Watou tijdens de zomermaanden het middelpunt van kunst en cultuur. Nog tot diep in de nacht waren Jan Moeyaert en zijn team bezig om de laatste voorbereidingen te treffen. Nochtans oogt de man die aan de tafel plaats neemt niet vermoeid. Passie geeft energie. Op de tafel voor hem prijkt een gieter. Hij beschouwt het als een symbool voor deze editie. In Brussel heeft Het Kunstenfestival een negatief advies gekregen, binnen het kunstendecreet zijn er geen centen meer voor Watou.

Crisissen zijn uitdagingen, schreef ondernemer André Leysen ooit. In Watou heeft men deze crisis in ieder geval goed opgevangen. Al jaren ben ik een trouwe fan ben van deze jaarlijks terugkerende symbiose van kunst en cultuur. Ik heb Watou zien veranderen. Waar ooit grensland was, pronkt nu een villa. Het mooi zicht op het monument van Eddy Van Vliet is verdwenen. Het monument zelf ook moest weg. Een volk dat zijn dichters niet eert … Het huis van Guido en Agnes Mandelinck, de oerouders van de poëziezomer is nu een bed & breakfast. Ja, doorheen de jaren is Watou veranderd. Gelukkig waart er nog steeds een geest door Watou, de geest van passie voor kunst en poëzie.

Deze 36ste editie, de achtste onder de auspiciën van Moeyaert en de zijnen, kreeg de titel  De kracht van mededogen mee. Albert Camus schreef dat als de wereld begrijpelijk was, er geen kunst zou bestaan. De recente aanslagen bewijzen dat kunst meer dan ooit nodig is. De kunst die dit jaar het Schrevedorp aandoet is op zijn minst krachtig te noemen. Schrijven is schrappen, over kunst schrijven is vaak ook keuzes maken.  Op de elf locaties worden bezoekers geconfronteerd met binnen- en buitenlandse kunstenaars, jong en oud, bekend en minder bekend.  In de catalogus die meer dan 300 pagina’s telt krijgen ze ruimte om hun verhaal te doen. Ik moet me beperken tot enkele.

In de Douviehoeve besef ik al snel hoe hartverscheurend het is te moeten kiezen.  De Colombiaanse kunstenaar Rafael Gomezbarros en de Nederlander Roy Villevoye schoppen de toeschouwer een geweten. Met zijn werk Casa Tomada klaagt Gomezbarros de tragedies aan die ontstaan uit de denkbeelden van verschillende gemeenschappen en sociale systemen, en die uiteindelijk leiden tot geweld en migratie.  Alle mieren in zijn kunstwerk bestaan uit twee menselijke schedels die verbonden zijn met takken.  Deze takken van de jasmijnboom, die ook de poten vormen van de ‘mieren’, werden in zijn thuisland Columbia door de guerrilla gebruikt om de geur van de massagraven te maskeren. Maar tegelijk vormen die mieren ook een teken van hoop. Het zijn harde werkers die zich niet snel uit het lood laten slaan. Samen verplaatsen ze bergen.  Hoop en ellende gaan hand in hand in de Douviehoeve. Om het hoek van Gomezbarros’ mieren bevindt zicht het wassen beeld van een jonge man. Hij is vermoeid, heeft het koud,  zijn kledij beschermt hem amper tegen het gure weer. Wie dichterbij komt herkent onmiddellijk de man die Europa in de 20ste eeuw in de vernieling stortte. Reset (Vienna 1909, 20-year-old Adolf Hitler is Homeless) van de Nederlandse kunstenaar Roy Villevoye doet denken aan de beelden van Duane Hanson. Maar Villevoye doet meer.  Hij stelt de vraag wat er met mensen gebeurt wanneer ze in situaties verzeild geraken waarin ze de controle over hun leven verliezen.  Wat Eric-Emmanuel Schmitt deed in zijn roman Adolf H. Twee levens doet Villevoye over met zijn kunstwerk. Wat zou er gebeurd zijn met deze verkleumde man in een andere situatie? Hoe moeten we omgaan met een maatschappij die steeds grotere groepen mensen aan de kant zet? De Hitlerfiguur die de kunstenaar ons presenteert, kon nog alle kanten op. We weten spijtig genoeg wat er gebeurde.  We verlaten de Douviehoeve met de gedachte dat onze keuze geen ruimte laat om verder uit te wijden over het integere Refuge van Alex Seton of de overbekende zitzakmannetjes van de Spanjaard Juan Muñoz.

In het gemeentehuis toont One World van de Duitse beeldenmaker Eckart Hahn de toeschouwer een fotografisch beeld van een wereld in vlammen. Alle continenten zijn gedoemd om tot as te vergaan. Maar op dezelfde locatie tovert Robert Gligorov (Macedonië) met zijn werk H2O een glimlach op mijn lippen. In zijn installatie lijken vissen en vogels zich in eenzelfde aquarium te bevinden.  Ondanks het schokeffect is er tevens een gevoel van harmonie. Twee uitersten worden met elkaar verbonden. No future en hoop gaan hand in hand in het gemeentehuis.

In de Graanschuur word ik geconfronteerd met … mezelf. In de buste Lieu des sentiments van de Belgische kunstenaar Yves Velter vervangt een spiegel het oorspronkelijke gelaat. Je est un autre. Deze woorden van Arthur Rimbaud verwelkomen je wanneer je de ruimte betreedt. In het werk van Velter worden deze woorden nog eens extra versterkt. Hij houdt de bezoekers als het ware een spiegel voor. Stilstaan bij jezelf is hier de boodschap.

Bijna even vergeet ik dat niet alleen beeld, maar ook woord een wezenlijk onderdeel van het Kunstenfestival vormen. Willy Tibergien, eredirecteur van het Poëziecentrum, kon wegens ziekte niet aanwezig zijn op de persconferentie. Met zijn poëtische keuze zorgt hij gelukkig opnieuw voor versterkende versregels bij de kunst.  In het Bennepark zijn er drie rustpunten opgericht waarin bezoekers zich kunnen laten onderdompelen in een woordenbad. Geïnspireerd door de Japanse watergedichten liet het Kunstenfestival ook een aantal gedichten op steen drukken waarvan den woorden alleen maar zichtbaar worden wanneer ze met water overgoten worden. Bij de opening zorgden de weergoden ervoor dat we alle teksten zonder moeite konden lezen.

Flashdance van de Zwitserse Sandrine Pelletier verwijst, zoals de naam al doet vermoeden, naar de overgave, de discipline maar ook de moeilijkheden waarmee de danser geconfronteerd wordt. De balletschoentjes die ze toont, zijn ontdaan van alle gratie. Uitgerafeld en bebloed, maar the show must go on in het klooster van Watou.

De prijs voor het meest interactieve kunstwerk gaat voor mij dit jaar naar The Last Judgement van Samson Kambalu.  Met zijn Malawese roots en zijn Londense verblijfplaats bevindt deze kunstenaar zich op het snijpunt van twee werelden: traditioneel Afrikaans versus Westers-Christelijk. Het is niet verwonderlijk dat Kambalu zijn werk situeert in de kerk. Op een grasveld liggen tientallen voetballen beplakt met bijbelverzen. Bezoekers worden uitgenodigd om deze voetballen aan te raken, op te nemen, mee te spelen. Op speelse wijze relativeert de kunstenaar de religieuze zwaarte die aan godsdienst kleeft en tegelijkertijd nodigt hij uit om samen te spelen: sport brengt mensen samen. Op dat moment wordt godsdienst van ondergeschikt belang.

Op een van de terrassen kaarten we na over deze editie van het Kunstenfestival. Als ancien in Watou kan ik alleen maar beamen dat de traditie die Gwij en Agnes startten in Watou  doorheen de jaren een stevige traditie heeft opgebouwd. Het Kunstenfestival was een waardige opvolger. Mijn reisgenoot was voor de eerste keer in Watou. Hij vatte het als volgt samen: het klopt gewoon.  Watou is zelf een kunstwerk aan de Schreve geworden.

Ondertussen is het verdict gevallen. Geen geld meer voor Watou. Ik denk terug aan de gieter op de tafel en de metafoor van  Jan Moeyaert. Het wordt erop of eronder, fier als of afgaan als een gieter. Voor de commissie werd het de tweede optie. De stekker wordt uitgetrokken. Maar de organisatoren  mogen fier zijn op wat er in de Westhoek gebeurt. En laat ons de woorden van André Leysen in gedachten houden. Dit is een crisis, maar laat het ook een uitdaging zijn om in 2017 er opnieuw te staan.

Kunstenfestival Watou 2016 trapt af op zaterdag 2 juli en eindigt definitief op zondag 4 september.

Author: Yves Joris

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op