Modern Talk en La Transavanguardia bij Deweer Gallery, Otegem

Bij Art gallery Deweer werden dit weekend zoals steeds drie tentoonstellingen geopend. Naast de Collector’s Room waar we het werk van Koen Vanmechelen vinden, biedt de galerie nog twee andere tentoonstellingen: Modern Talk en Transavanguardia. Deze twee expo’s vormen op kunsthistorisch vlak en in verhouding tot elkaar een mooie overgang en geven een extra dimensie aan de betekenis van de tentoongestelde werken.

Modern Talk

Voor de tentoonstelling Modern Talk vroeg Gallery Deweer aan drie internationaal befaamde kunstenaars, Melissa Gordon, Thomas Kratz en George Little, die eerder al een solotentoonstelling kregen bij de kunstgalerie, om te reageren op twee emblematische werken uit 2005 en 2006 van de inmiddels overleden Günther Förg. Door hun eerdere samenwerking met deze drie kunstenaars merkte de galerie dat elk van hen gelijkenissen vertoonde met de modernist Förg: herhaling, reproductie, citaat, ironie, … al deze elementen komen ook in hun schilderijen naar voor.

 

Günther Förg

Förg kan beschouwd worden als een van de meest belangrijke kunstenaars van de naoorlogse periode. Na twee wereldoorlogen begint men de kunst en het kunstenaarschap in vraag te stellen: wat betekent het om kunstenaar te zijn en wat moet of mag er nog voorgesteld worden. Het is voorbij met de landschappen en emotieve taferelen. Het is de ratio die regeert en dat vertaalt zich in abstractie, een grote aandacht voor vormelijke aspecten en uiteindelijk een radicale breuk met de esthetische traditie van voordien.

Een kunstenaar als Förg speelde hierop in. Zijn invloed op de abstracte schilderkunst en ‘dialoog’ met het modernisme waren meer dan opmerkelijk. De werken die Deweer voor deze tentoonstelling selecteerde zijn een mooie samenvatting van zijn oeuvre: monochrome kleurvlakken in een tamelijk strakke, maar toch lyrische compositie. Op het eerste werk uit 2005 zien we kleurvlakken die als het ware gebarricadeerd zijn door zware, zwarte lijnen of horizontale en verticale arceringen. Je wil er als kijker door dringen, verder rijken dan het zwart en de meer emotioneel beladen kleuren bereiken. Althans als hedendaagse kijker. Als je weet dat alles rond rationaliteit draaide in het modernisme wordt de functie van het zwart meteen duidelijk: de ‘tralies’ geeft een zekere frustratie van de kunstenaar weer. Kleuren roepen immers snel emotie op; taboe voor de modernistische opvatting. Bij het werk uit 2006 trekt het zwart weg als overwaaiende bewolking. Het doek klaart letterlijk en figuurlijk op. Förg lijkt de overhand te krijgen en toont de mogelijkheden van kleur en compositie. Toch slaagt hij erin alles strak, lineair en vrij van representatie te houden.

Het is geen evidentie om in gesprek treden met deze werken zonder jezelf als kunstenaar te verliezen. Gordon, Kratz en Little slagen daar wel wonderbaarlijk goed in en dienen van repliek met nieuwe, hedendaagse werken.

 

Melissa Gordon 

Na het krijgen van een tweeling werd het voor Melissa Gordon, verslaafd aan schilderen, onmogelijk om nog tot bij haar atelier te geraken. Ze besloot daarom haar dagdagelijkse taken zoals poetsen om te zetten in een creatieve activiteit. Op enkele van haar schildersdoeken zien we de beweging van de zwabber die met veel energie, woede en frustratie over de grond gesleurd werd. Ze bekomt dit soort schilderijen door op plexiglas te ‘schilderen’, dit om te zetten in fotografisch materiaal en daarna met acryl op doek te werken. De twee kleinere werken van haar lijken meer aan te sluiten bij het werk van Förg, maar ze wist in elk geval expressie en kracht te creëren in haar ‘poetsdoeken’.

 

George Little

George Little, een Deens-Britse kunstenaar, gaat op zijn beurt niet enkel in dialoog met de werken van Förg, maar gaat letterlijk de confrontatie aan met het modernisme als stroming. Naast het belang van vorm en kleur in zijn werken met titels als Café Malaparte en Window at Malaparte, zien we vegetale motieven verschijnen, behangpatronen, rood-witte ruitjes zoals de tafelkleedjes in een aftandse brasserie. Hij gebruikt ook fysische voorwerpen zoals klemmen voor tafellakens aan de rand van zijn doeken, een glazen blad dat verwijst naar eettafels en hoe mensen gefascineerd zijn door de patronen op tafelkleedjes en deze proberen te beschermen. Net als Förg heeft Little aandacht voor de wisselwerking tussen interieur en exterieur, maar hij maakt een sprong in het verleden en toont ons het verval van het modernisme en haar idealen.

 

Thomas Kratz

Thomas Kratz vond de moed het werk van Förg in zijn geheel te behouden en te bewerken. Door toevoeging van vreemde materialen op een geprinte reproductie, brengt hij het Förgs werk naar een ander plan. Met zijn werken reflecteert Kratz over de schilderkunst op zich onder andere door het gebruik van ongebruikelijke dragers. Het schilderij is geen weergave van de werkelijkheid maar fungeert als spiegel voor de eigen ‘ik’, een kanaal naar een diepere zelf. Hij is verwikkeld in een zoektocht naar een nieuwe essentie in de schilderkunst in een poging deze heruit te vinden en doet hiermee het modernisme alle eer aan.

 

Bij Modern Talk ontstaat er een dialoog, niet enkel  tussen de werken van Förg en die van de andere kunstenaars, maar ook tussen hun werken onderling.

 

La Transavanguardia

Misschien is het mijn achtergrond als italianist die me meer verbonden doet voelen met de kunstenaars en werken van de Transavanguardia? Of mijn voorliefde voor grote emoties… De Transavanguardia, een Italiaanse beweging uit de late jaren ’70 en ’80 vertegenwoordigd door namen zoals Clemente, Cucchi, Gallo, Paladino en anderzijds Bianchi en Dessì, zette zich af tegen de avant-gardebewegingen van die tijd, waar het modernisme deel van uitmaakte. Ze waren tegen de positivistische, rationele opvattingen die ook de kunstwereld doordrongen en pleitten voor meer authenticiteit, irrationaliteit en gevoel. De transavanguardisten willen emotie terugbrengen in de kunst. De complexiteit van onze wereld en het leven kan immers niet worden gevat door de ratio. De waarheid wordt soms beter gezocht in de mythe. In tegenstelling tot wat we zagen bij de werken van Modern Talk, gaat het hier over poëzie en de gevoelswereld.

Bij de tentoonstelling Transavanguardia is Enzo de grote aanwezige met een uitgebreide reeks tekeningen. Hij hield ervan te experimenteren met materialen en dragers. Soms zijn zijn tekeningen ingebed in verleidelijke installaties. Twee grote tekeningen van deze kunstenaar trekken veel aandacht: L’Elefante di Giotto en Sparire II. Door een mélange van technieken zoals etsen, aquatint en zeefdruk bekomt hij een zacht resultaat die bijdraagt aan het mysterieuze en poëtische aspect.

Bij Cucchi draait het vaak om oerkrachten die in dit geval gesuggereerd/geïmplementeerd worden door de duisternis, de donkere maar aangename kleuren. Het is een donkerte die echter troostend overkomt en die niet meteen in verband moet worden gebracht met negatieve gevoelens. Dat zien we onder andere in L’Elefante di Giotto. Het olifantje in de grot, een veel terugkomend element dat alludeert aan legende en de oude Italiaanse cultuur, baadt in een licht dat verder uitstraalt, net als de eivormige massa die zweeft en onoverkomelijk symbool staat voor het leven. Het zou een alternatief Genesisverhaal kunnen afbeelden. Dezelfde elementen vinden we terug in zijn Sparire II (Verdwijnen II): een embryonale vorm, omgeven door licht, lichtjes als van lantaarnpalen die verdwijnen in de verte en doen denken aan Genova. Zijn eerder eenvoudige, maar krachtige tekeningen zijn poëtisch en visionair.

 

De tentoonstellingen lopen nog tot 4 december. Ideaal ook voor wie de gaatjes in zijn kunsthistorische cultuur wil dichten. Meer info vind je op de website van Deweer Gallery.

Author: Wouter Verbeke

Share This Post On

1 Comment

  1. alvast bedankt .
    Interesse gewekt, ook dankzij het beeldend materiaal .

    Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op