‘The joy of nature’. David Hockney over waarom hij van van Gogh houdt

Kan het verbazen dat David Hockney een grootse tentoonstelling houdt in het Van Gogh Museum? Niet echt. Beide kunstenaars hebben wel meer gemeen dan enkel hun kunstpraktijk. Beide worden geïnspireerd door de natuur, die een onuitputtelijke voedingsbron vormt voor hun praktijk. Het moet voor Hockney in de jaren ’70 echter veel moediger zijn geweest om landschappen te schilderen. Bestaat er iets saaier dan een landschap op een canvas te projecteren? Al zeker ten tijde van alle pop-art en abstract expressionistisch geweld? Hockney deed het gewoon. Op zijn heel eigen manier. “Het is niet het landschap dat saai is geworden, maar onze verbeelding ervan”.

Zo bekeken vormt alles in de natuur een potentieel onderwerp voor een schilderij. Zoals Hockney zegt: anders dan bij het nemen van een foto, is het tekenen van bijvoorbeeld een bloem een oefening in het werkelijk kijken. Wanner je elk grassprietje apart moet tekenen, zie je pas hoeveel kleuren en varianten er in schuilen. Je ziet pas dan wat er bij de eerste oogopslag niet te zien is. Het is ontegensprekelijk wat Hockney en van Gogh gemeen hebben: het doorgronden van de natuur.

Al blijft Hockney bescheiden in deze vergelijking. Van Gogh ziet hij als de grootste colorist ooit. Maar waar ze ontegensprekelijk gelijk staan is het ontembare genot waarmee ze schilderen, of geschilderd hebben. Acht minuten puur genot om de man zelf aan het woord te horen:


The joy of nature, Hockney – Van Gogh. Nog tot 26.05 in het van Gogh Museum, Amsterdamhttps://www.vangoghmuseum.nlh


Author: The ArtCouch

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op