The Power of the Avant-Garde – Now and Then @ Bozar

Na de fantastische en weliswaar niet altijd goed en té krap gepresenteerde expo “Facing the Future” (curator Peter Weibel) was het even uitkijken naar de andere expo’s rond avant-garde in de 20e eeuw in Bozar. Het is in Bozar een bijzonder jaar geworden waar ook de Japanse kunst van vooral de jaren vijftig en zestig aan bod kwam alsook het aspect beeldhouwkunst van Pablo Picasso, wellicht dé meest artistiek-krachtige  kunstenaar van de vorige eeuw.

Het is alleszins een “tour de force” van het Bozar-team om zo een straf programma op poten te zetten in 2016.

Het is alsof met deze expo-bozar-drift een Brusselse annex van Centre Pompidou plots overbodig wordt…

De Duitse curator Ulrich Bischoff maakte met “The Power…” een wel bijzonder schoolse opsomming in mooi afgelijnde hoofdstukjes met én in keurige expo-compartimenten die werden bedacht door de Brusselse kunstenaar Richard Venlet. Wellicht zou het kunst-loze tonen van deze expo reveleren dat Venlet’s  architecturale ingrepen er mogelijk kunnen op wijzen dat hij de énige (actuele) avant-gardist was in de gezapig samengestelde expo.

En ja Bozar is plots weer even  “Beaux Arts” met een smetteloos , voorspelbaar en braaf expo-concept; zeker ook wat de zogenaamde tandems betreft waarbij Bischoff  de zoete inval  kreeg om levende kunstenaars in dialoog  te confronteren met werk van de dode en bij gevolg weerloze…  authentieke avant-garde kunstenaars.

bozar2

Alexander Archipenko’s ”Wandelende Vrouw” met op de achtergrond “48 portretten” van Gerhard Richter

 

De eerste zaal bestaat uit een dialoog tussen het beeld van de Oekraïense Alexander Archipenko’s ”Wandelende Vrouw” (1912) met een aan het plafond gemonteerde zwierende ventilator (1997) van de Deen Olafur Eliasson.  In “Wandelende Vrouw” zit weinig beweging – het beeld is eerder intern-dynamisch en is gecomponeerd aan de hand van  in elkaar gebrachte geo-vormen. In 1913 zou er met het futurisme pas écht beweging komen in de statische beeldhouwkunst die op alle vlak  “voortgang“ en vooruitgang suggereerde. De combinatie hier met Eliasson’s ventilator en zijn commentaar in het publiek-boekje  is zwak en bijna overbodig: “mijn werk maakt de ruimte tastbaar, het maakt van de negatieve ruimte een positieve ruimte”…

Helemaal bont aan het begin van deze expo is de aanwezigheid van een splinterbom waarvan de stukjes via het plafond aan vele touwtjes vasthangen in dialoog met de “48 portretten “ van de Duitse kunstenaar Gerhard Richter. Hier, niet eens het originele werk uit het Ludwig Museum in Köln,  maar een opgediepte editie waarvan de presentatie niks van doen heeft met de originele kracht  uit 1972, toen als één groots panorama in het Duits Paviljoen op de biënnale van Venetië.

Een versplinterde bom confronteren met een editie van een meesterwerk van Gerhard Richter is te beschouwen als uiterst illustratief, gratuit gebruikmaken van zijn werk en (zijn) status en …  betreft een met weinig respect tonen van een kopie van een absoluut meesterwerk in een contextueel banaal-causale  tentoonstellings-orde en dito symboliek. Gerhard Richter wist van deze frats zelf niks af en schoof een afbeelding van deze “dialoog” bij ons recent bezoek aan hem in Köln met een handveeg onverschillig opzij…

De expo duikt  na de bizarre Gerhard Richter/(militaire) Avant-garde intro met … zwevende bom en andere militaire memorabilia  – opnieuw terug in de tijd met werk van pré-modernen zoals Rodin, Munch en de “lokale” James Ensor.  Ensor’s werk “Het burgerlijk Salon” (1881) legt niet meteen een link  met zijn (aanwezige) satirische prenten die goed en wel de draak steken met de macht van kerk en staat. Werkjes van Marlene Dumas gaan in dialoog met werk van Munch op het ritme van  mijmerende gedachtes. Munch’s werk associeert zij met “het afscheid van het naturalisme, de twijfel aan de macht en het feit dat iedere penseelstreek traceerbaar is”.

bozar1

“Marionette” van Bogomir Ecke, foto: Sabine Glaubitz voor Bild

 

Daarna gaat het kunstgeschiedenis-boekje pas helemaal goed en wel open met opeenvolgend minder beduidende werkjes van Die Brücke en Der Blaue Reiter, het Futurisme en de Russische avant-garde, waarna … van alles en nog wat zoals een insert van de Belgische avant-garde, Marcel Duchamp en experimenten met cinema de revue passeren op de paden van een drukke visueel prikkelende wandeling in Bozar.

Het probleem in deze expo is en blijft de vaststelling dat er bitter weinig zeer goede kunstwerken te zien zijn en dat de poging om levende kunstenaars op een relevante manier te koppelen aan historische figuren bitter weinig oplevert op het vlak van inhoudelijk “doorstromend” ideeën-goed van toen naar nu en van daar naar hier.

Wat betekent avant-garde vandaag in een sneller en sneller naar consumptie en life style hollende globale wereld méér dan het zoeken en achter-nahollen van utopie – het proberen te klissen van een vooruitgeschoven wortel aan een stok. Kunst als een heel klein stukje droom, waarin wordt geborduurd op de gangbare clichés van een snel beleefde tijd met de intentie ze om te toveren tot een droom, een verre horizon die als einder nooit te bereiken en te realiseren valt.

Deze “explicatieve” expo in Bozar steekt de draak met het DNA van de historische avant-garde en stopt haar mooi en netjes in een ladekast gelardeerd met tandems en tal van actuele praatjes van kunstenaars,  gezellig gezeten in dé biotoop waar elke  kunstenaar nu stilzwijgend van droomt: een rustig plekje onder de zon van de verhitte (kunst)markt waar “de waar” overbodig  of niet kan worden aangeprezen  met woorden die kostte wat kost … (liefst) de realiteit ontwijken.

 

Dit artikel is een samenvatting van een langer artikel dat eerst verscheen op Flux News, klik hier om het volledige artikel te lezen!

Author: Luk Lambrecht

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op