Voelen is ook zien… Een impressie van de overzichts-tentoonstelling van Olafur Eliasson in Guggenheim Bilbao

“Waarom gaan we niet liggen in een museum? Uitgestrekt liggen om bijvoorbeeld een schilderij van Caravaggio te bekijken? Waarom laten musea dat niet toe?” monkelt Olafur Eliasson. De Deens-IJslandse kunstenaar stelt onze manier van kijken in vraag. Zijn installaties, schilderijen, beeldhouwwerken, lichtsculpturen… nodigen de toeschouwer uit om actief deel te nemen en zelf te ageren. Want… “soms kan kunst een oplossing bieden”.

Ja, hij is content met zijn tentoonstelling in het Guggenheim Museum in Bilbao. “De dag voor de opening stuurde ik een selfie naar architect Frank O. Gehry”, grijnst Olafur Eliasson. “Ik ken Frank al zo’n twintig jaar en ik beschouw het een hele eer om in een gebouw van hem tentoon te stellen. Ik waardeer architectuur erg, ook al heb ik zelf niet het talent van een architect.”

Het belang van architectuur

Al van in de kunstschool is Olafur Eliasson gefascineerd door ruimte en hij werkt nog altijd samen met architecten, zoals voor de ‘Cirkelbrug’ in Kopenhagen (2015). “Waarom is een brug altijd een saaie oversteek van A naar B? Dus dacht ik: hoe maak ik een niet-zo-efficiënte brug? Waarom zou een brug geen ‘piazza’, geen ontmoetingsplekken, omvatten?”  Dat ‘bobbelige’ ontwerp is schatplichtig aan de ‘deconstructivistische’ architectuur van Frank O. Gehry. “De mainstreamarchitectuur interesseert me niet. Het uiteenrafelen van een gebouw door Frank Gehry was bevrijdend. Het is speels, zot en leert ons de constructie, het systeem erachter, bewust te bekijken en zo het niet-zichtbare te zien.”

“Frank Gehry reveleert hoe een gebouw gebouwd is. Het bedot ons niet. Daarom tonen mijn watervallen (buiten het museum opgesteld) ook de stellingen waarmee het water opgepompt wordt. Ik wend niet voor dat het een échte waterval is. Het is een constructie maar de waterval vertelt eveneens dat de tijd voorbijgaat. Een waterval als tijdsmeter.”

Het verdokene onthullen, reëel en artificieel laten botsen, stilstaan confronteren met beweging, individualiteit met gemeenschap linken… dat zijn thema’s in de artistieke zoektocht van Olafur Eliasson, zoals in zijn recente werk Your Imaginary Future (2020), de illusie van een gigantische ring rond een plafondspiegel.

smart

“Architectuur denkt na over ruimtes en leert beseffen hoe perceptie ons domineert. Wij zijn blind. De Renaissance heeft ons verblind. Haar centralistisch perspectief en de organisatie van ruimte(gevoel) hebben ons denken beïnvloed. De middeleeuwse kloostertuinen bestonden uit perceeltjes met kruiden en groenten, gebed in een kruisvorm. De monniken hoefden daarover niet na te denken. Maar de Renaissance ontwikkelde een mathematisch kijken. Zo worden we gemanipuleerd. Dus moeten we argwanend staan tegenover onze zintuigen en ze niet kritiekloos volgen. Maar het is moeilijk om dat te ontleren. We moeten al die systemen herbekijken en dat geldt ook voor de Mensenrechten en voor de Natuur. Het is goed dat er nu fundamentele rechten opgesteld worden ter bescherming van rotsen, bergen, rivieren, gletsjers die razendsnel smelten…”

Een band met de natuur

Met die gletsjers heeft de kunstenaar een nauwe band, al van toen zijn IJslandse vader hem mee op trektocht nam en zomaar ineens midden in de natuur – soms in de gutsende regen – begon te tekenen. Zoonlief volgde de vader dan maar en tekende ook. In 1999 trok Olafur opnieuw naar zijn vader-land om er gletsjers te fotograferen. Recent ging hij terug en kiekte dezelfde plekken. De fotoreeks die de afgelopen 20 jaar overspant, is ontstellend. “Terwijl ik bezig was met kunstwerken maken, waren die gletsjers bezig met smelten. Is dit alles wat ik in al die jaren deed? vraag ik me dan af. Toen was ik er me niet van bewust dat de natuur een heet hangijzer ging worden. Voor mij is dit een gelegenheid om vooruit te kijken. Geven we onszelf de gelegenheid tot creativiteit voor de toekomst?”

Gletsjers en echte hompen ijs doken op in de performance-sculpturen Ice Watch (Kopenhagen 2014 en place du Panthéon Parijs 2015 – London 2018): “bij de ijsblokken gingen de mensen écht aan het ijs voelen: “oei, da’s koud” en dan gingen ze naar de kleur kijken, en dan zagen ze de bubbeltjes in het ijs. En als die luchtbelletjes ontploffen, maakt het ijs ook geluid: ploef, ploef… En in navolging van de ingehuurde dansers gingen mensen ook het ijs omarmen en knuffelen. IJsschotsen van 20 à 50.000 jaar oud die op 25 dagen smolten en verdwenen, werden… geknuffeld. Vergeet het voelen niet!”

Inleving, persoonlijk tasten, aanraken, ruiken… het mag bij de werken van Olafur Eliasson; zoals bij het muurgrote en plafondhoge tapijt van mos, Moss Wall (1994), of een spiegeltunnel Your Spiral View (2002), of de enorme ‘discobal’ met kleureffecten In Real Life (2019), die de enigmatische titel van de tentoonstelling levert.

‘In real time’, 2019, foto: Eliane van den Ende

Zelfs het magische Beauty (1993), een miezerregen behekst door een simpele lichtprojectie, ontlokt nog altijd een OOOOO van verbazing. “Ga er gerust doorlopen, dansen… Het is maar water. De fysieke beleving is essentieel. Want we hebben zoveel informatie, maar we hebben geen ervaring. De fysieke kennis en de intellectuele kennis zijn verschillend. We kunnen de wereld op diverse manieren zien. Als we onze ogen uitschakelen, beginnen we te zien met onze handen, met onze voeten. Dan pas krijg je een discussie.”

Een totaalbelevenis is eveneens bij Your Atmospheric Colour Atlas (2009), een gesloten, mistige ruimte belicht met primaire kleuren. De eerste blindheid mildert geleidelijk voor gewenning en gebruik van andere zintuigen. “Dat is heroriëntering, sturen in een andere richting, namelijk het afleren van voorgekauwde ideeën”. Maar (het opzet van) deze kamer is lang niet zo geslaagd als de (latere) claustrofobische tunnel Din Blinde Passager (2010) zoals die in Tate Modern in 2019 te ‘ondergaan’ was. Dat werk is niet in Bilbao te zien want soms botst kunst-in-kunst tegen de muren op. De ruimtes in Tate Modern in Londen waren immers veel neutraler en ontvankelijker. 

Het is de toeschouwer die mee het werk ‘creëert’, die zijn eigen inbreng heeft. Dansen kan ook voor de kleurrijke projectie van Your Uncertain Shadow (2010), zoals de maker – ook wel eens ‘de filosoof van het spektakel’ genoemd – voordoet. “Musea dienen niet enkel om schilderijen op te hangen. Musea zijn ruimtes die uitnodigen om te participeren. Het is genieten, nadenken, reflecteren en actie voeren”, zo vat curator Lucia Agirre de visie van Olafur Eliasson samen. 

“We gaan niet naar een museum om kunstwerken te zien. We gaan naar een museum om onszelf beter te begrijpen. Het is alsof een schilderij naar mij “luistert” en weergeeft wie ik ben.” Aldus de kunstenaar.

Zijn beroemde ‘Weather Project’ lokte 2 miljoen bezoekers naar een grote ‘zon’ in de Turbine Hall van Tate Modern. Mensen gingen ervoor op de grond liggen. “Om te mediteren, of om erover van gedachten te wisselen. Kijk, dat vermag kunst: je hoeft niet dezelfde voorkeuren of dezelfde ideeën te hebben om toch samen door één deur te kunnen. Over kunst kan je praten. Over voetbal niet. Vrienden die supporteren voor een andere club, worden ineens mekaars ergste vijanden. Er is geen discussie mogelijk. Om soms na de match opnieuw mekaars beste vrienden te worden (grijns). Tot de volgende competitie. Kunst laat wel andere gezichtspunten toe. En ik ben zo fortuinlijk dat ik mijn kunstwerken met anderen kan delen. Dat is een intieme micro-relatie tussen ons.”

Perceptie, licht, kleuren… zijn regelmatig terugkerend boetseermaterialen van Olafur Eliasson. Ook al in de werken uit zijn studeerperiode Window Projection (1990) en Wannabe (1991). Experimenten zijn een essentieel onderdeel, ook de missers, zoals de maquettes van Model Room (2003) waarin allerlei probeersels worden samengepropt. “Soms komt er iets uit voort; soms ook niet. Cultuur is een manier van denken. Hoe ontstaan ideeën? Ideeën komen van binnen, niet van God. Ideeën zijn pragmatisch, ze ontstaan in het dagelijkse leven.”

‘Model Room’, foto: Eliane van den Ende

In zijn atelier in Berlijn werken een honderdtal mensen. 26 talen, verschillende opleidingen treffen er mekaar. Er werken zelfs koks want eenmaal per dag eten ze allemaal samen. Vegan! “Samen eten is een gelegenheid om met mekaar te praten, waarmee we bezig zijn, waarom we werken, wat zijn onze waarden, wat is onze impact, waarom hebben we kunst nodig? De keuken is eveneens een plek van experiment. We hebben al alternatieve menu’s aan restaurants aangeboden. Daarbij hebben we genoteerd hoeveel CO2 elke gerecht kostte. Het was een enorm succes bij jonge mensen.”

Sociaal engagement

“Mensen maken deel uit van de wereld en kunnen dus ook de wereld veranderen. Hoe je een object ziet, is hoe een object werkt: een telefoon telefoneert; een glas ‘glast’. Ik ben geïnteresseerd in het ‘semantisch leiderschap’ van dingen. Hoe ervaar je dingen, objecten, kunst? Kleur zien/ervaren we allemaal anders en taal schiet in een beschrijving tekort. De relativiteit van zien is groter dan we denken. Daarom is kunst zo divers. Het is zo divers als een regenboogpanorama. Daarom geloof ik in inclusie, in democratie. Ik vertrouw een ander. Als iemand een misstap begaat, dan hou ik nog van hem of haar.”

Die sociale bekommernis spreekt ook uit zijn bekende project Little Sun. De ontwikkeling van die kleine solarlampen is eigenlijk sociaal ondernemerschap. Het is geen pure filantropie want de lampen, verkocht in Westerse museumshops, worden eveneens verkocht in Afrikaanse dorpen. Zij het daar voor een beduidend mindere prijs zodat kinderen in dorpen verstoken van elektriciteit, toch bij valavond kunnen studeren. En wanneer Olafur Eliasson zo’n gele zonnelamp, geïnspireerd door een Ethiopische bloem, om zijn hals hangt en op zijn buik laat bengelen om het belang ervan te demonstreren, lijkt hij op een protestantse prediker, die ongelovigen van minder ‘goede wil’ wil bekeren.  Hij is niet voor niets goodwill ambassadeur van de Verenigde Naties voor klimaatacties en voor duurzame ontwikkeling.

“Vanmorgen hadden mijn partner (hij zegt steevast ‘partner’ en niet ‘mijn vrouw) en ik een gedachtewisseling over het verschil tussen cultuur en natuur. Zij zei: “mensen zijn een bundeling van atomen, van cellen, van bacteriën, van virussen… De ene een beetje meer bacterie dan de andere” (lachje). Maar dan zei ze: “als cellen met elkaar kunnen communiceren, als atomen kunnen ‘nadenken’ over contact met andere atomen, dan is dat… cultuur.”

Ook over cultuur en het museum als brug met het échte – zelfs economische en politieke – leven heeft Olafur Eliasson een bedachte mening: “Cultuur is een interessante ‘machine’. Het is een investering. Voor elke euro geïnvesteerd in cultuur, is er een rendement van 3 euro. Welke andere industrie kan zo’n opbrengst garanderen? Zie wat het Guggenheim voor Bilbao als stad heeft gedaan! We mogen dus cultuur niet onderschatten en vooral we mogen onszelf als “culturo’s” niet onderwaarderen. We moeten investeren in slowness en in intimiteit.”


De tentoonstelling ‘In Real Live’, een overzicht van ruim 20 jaar kunst van Olafur Eliasson, is tot 21 juni te zien in het Guggenheim Museum in Bilbao. www.guggenheim-bilbao.eus.

Share This Post On

2 Comments

  1. Mooi overzicht over het levenswerk van Elliasson Olafur Heel boeiende benadering om kunst te doen ervaren met alle zintuigen .. Zet zeker aan tot communicatie: verbindt! Prachtig!

    Post a Reply
    • Dank je wel, Françoise; je reactie doet heel veel plezier. Kunst is – zoals je zegt – communicatie en verbinding. Een fijne dag, eliane

      Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op