ArtCrushes #3: de keuze van Claudine Hellweg, artistiek leider Kunst in Huis

foto: Sarah Van Looy

In deze nieuwe reeks laten we uitzonderlijk niet de kunstenaars zelf aan het woord, maar anderen die een belangrijke rol spelen in het Belgische kunstlandschap. Inspirators, mentors, curators die van kunst hun levenswerk maken. We peilen naar hun art crushes, naar hun lievelingskunst, naar wat hen ontroert, treft, kippenvel bezorgt. Een passionele bekentenis in telkens vijf antwoorden op vijf vragen. Deze aflevering: Claudine Hellweg, artistiek leider Kunst in Huis.


1. In welk museum vertoef je heel graag? 

Claudine Hellweg: “De mix van natuur en cultuur in Museum Insel Hombroich bevalt me enorm. De architectuur van de verschillende paviljoenen, deels open en overlopend in het grote park, dat eerder wild is dan keurig onderhouden. We hielden hier halt na een bezoek aan Documenta, en het was de perfecte plek om te ‘decompresseren’. Een late namiddag, waarop we zo goed als niemand ontmoetten, behalve een otter die even verscheen op ons pad. Kortom een wonderlijke collectie, uit verschillende periodes en werelddelen, in een waanzinnig mooi decor.”

Museum Insel Hombroich

2. Welk werk staat op je bucketlist en wil je zeker nog eens in het echt gaan zien?

“Naast mijn passie voor cultuur heb ik een boontje voor intense natuurbeleving. Het ultieme werk dat ik verlang ooit eens te zien, bevindt zich dan ook op het snijpunt van beide: The Lightning Field (1977) van Walter De Maria. Twee uur rijden van de dichtstbijzijnde stad, in de woestijn van New Mexico, pootte de inmiddels overleden Amerikaanse kunstenaar vierhonderd stalen palen neer, over een oppervlakte van een mijl op een kilometer. Je kunt er met een groep van maximum zes mensen overnachten in een rudimentaire houten hut en het natuurspektakel aanschouwen. De dansende bliksemflitsen schijnen een impressionant, maar helaas zeldzaam spektakel te zijn. Echter gewoon verblijven op de plek, observeren hoe het licht speelt met deze iconische land art installatie en genieten van de steeds wisselende horizonten is al een ervaring op zich.”

The Lightning Field, Walter De Maria, 1977

3. Welk werk ontroerde je diep en bezorgde je ei zo na een stendhalsyndroom*?

“Ik herinner me twee ervaringen die daarbij in de buurt komen. De eerste keer dat de tranen over mijn wangen stroomden was bij een werk van Harald Klingelhöller, met grote gestapelde letters in karton, waarvan de bovenzijde uit spiegels bestond. Ze reflecteerden het imposante dakgewelf van de mooie historische plek waar de tentoonstelling liep. Het was in de Oude of Nieuwe Kerk in Amsterdam denk ik, ik herinner het me niet meer precies want het is dertig jaar geleden. De tekst van de sculptuur is in wezen betekenisloos. Er was dus geen enkele vorm van ratio bij betrokken, ik werd puur overweldigd door het visuele aspect. Verder kan ik het nog steeds niet goed verklaren, want doorgaans val ik niet voor dergelijke vrij conceptuele kunst.”

Schlaf Tief, Harald Klingelhöller, 1990 (Collectie Van Abbemuseum)

“Een tweede kunstenaar die me diep weet te raken is de Welshe Bethan Huws. Ooit zag ik haar werk voor het eerst in Parijs, een aandoenlijke kleine sculptuur van een bootje, gebonden met één strootje. Het bracht me terug naar mijn kinderjaren en weekte meteen mooie herinneringen los, aan lange wandelingen met mijn moeder, aan een tijd toen fantasie nog hoogtij vierde. Later leerde ik haar werk uitgebreider kennen, onder meer via een expo in het Bonnefantenmuseum. Daar overkwam het me opnieuw, de emoties overmanden me, al weet ik niet meer precies bij welk werk dit gebeurde. Misschien was het door het geheel dat daar gepresenteerd werd, haar diverse oeuvre is in zekere zin heel intellectualistisch maar op andere momenten erg down-to-earth. Ze maakt zowel tekeningen, films, sculpturen, installaties als surrealistische teksten op retro zwarte letterborden. Haar inspiratiebronnen? Onder meer Broodthaers, Duchamp en Beckett.”

Boat, Bethan Huws

4. Van welke kunstvorm hou je het meest?

“Die voorkeur is af te leiden uit de vorige twee voorbeelden. Ik heb een grote voorliefde voor taal in de kunst, voor kunstwerken die woorden en letters integreren. De kiem hiervoor werd gelegd tijdens mijn studies. Ik liep stage bij Nachtregels – Nightlines, een kunstparcours dat kringelde doorheen de Utrechtse binnenstad, met verlichte kunstwerken in de openbare ruimte. Tekst speelde hier telkens een grote rol. Ik combineerde op dat moment twee studierichtingen, kunstgeschiedenis en literatuurwetenschappen, en schreef mijn thesis over concrete poëzie, daar waar de grens tussen woord en beeld wordt opgeheven.”

Nachtregels/Nightlines, Utrecht

5. Van wie zou je graag eens een tentoonstelling opzetten, als je vrije keuze en geen limieten had?

“Hiervoor denk ik – geheel toevallig – aan drie vrouwelijke kunstenaars, die heel divers werk maken en alle drie reeds gestorven zijn. De eerste sluit aan bij mijn voorliefde voor het talige in de kunst, Hanne Darboven. Tijdens Documenta 11 in 2002 vulde ze de drie verdiepingen van de rotonde in het Kasselse Fridericianum met een hele grote compositie. Die bestond uit talloze partituren waarvan ook concerten werden gegeven. Ook in de Herbert Foundation zag ik werk van haar. Een eindeloze reeks tekeningen en teksten, gestuurd door haar eigenzinnige logica. Het vergt veel geduld voor wie dit allemaal wil lezen, een ervaring die verder gaat dan slechts het lezen van woorden, een bijna trance-achtig effect. Wat mij intrigeert is de combinatie van het doorgedreven conceptuele, bijna op het waanzinnige af, en de poëzie die hieruit toch ontstaat.”

Hanne Darboven

“De tweede kunstenares die ik naar voor wil schuiven is Agnes Martin. Dit is zo goed als het tegenovergestelde: nagenoeg witte schilderijen, zonder inbreng van logica of wiskunde. In haar werken komt iets tot stilstand, waar ik enorm van houd. Het beeld herleid tot nagenoeg niets, een niets wat nog steeds alles kan zijn. Het is het type werk dat ik graag meedraag, dicht bij me heb.”

Agnes Martin, Untitled from On a Clear Day (1973) & With My Back to the World (1997)

“De laatste dame van wie ik graag eens een tentoonstelling zou maken is Lygia Clark. Deze Braziliaanse kunstenares maakte heel conceptueel en constructivistisch werk, maar had ook een ander kantje. Ze was tevens therapeute en een bepaald deel van haar oeuvre is hierdoor geïnspireerd. Zo maakt ze troostende, ‘genezende’ kledij en ruimtes, heel tactiel werk dat in interactie trad met de toeschouwer. Dat relationele, multisensorische aspect interesseert me meer dan het formele en geometrisch abstracte.

The house is the body. Penetration, ovulation, germination, expulsion, at the Venice Biennale, 1968. Courtesy “The World of Lygia Clark” Cultural Association, Rio de Janeiro

“De keuzes die ik voor mezelf maak, zijn misschien wat afwijkend van de keuzes die ik maak voor Kunst in Huis. Daar is het werk vaak kleurrijker, extraverter. En dat mag ook. Het zijn voor mij twee gescheiden werelden. Voor Kunst in Huis mik ik op een heel ruim aanbod, waarin een divers publiek van kunstliefhebbers zijn gading kan vinden. Uiteraard staan kwaliteit en originaliteit hierbij steeds voorop.”

Wil je de collectie van Kunst in Huis ontdekken? Kijk dan hier.


* Het syndroom van Stendhal, ook wel stendhalsyndroom, is een psychische aandoening die optreedt als iemand volledig overrompeld wordt door de schoonheid van kunst. Lichamelijke verschijnselen zijn een versnelde hartslag, duizeligheid, verwarring en flauwvallen. (bron: Wikipedia)

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op