De hoogtepunten van Drawing Rooms #2 in het PAK Gistel

Tekenkunst krijgt niet altijd de aandacht die het verdient. Tentoonstellingen die uitsluitend gewijd zijn aan tekeningen zijn zeldzaam. Tegenwoordig brengen musea en galeriehouders daar wel verandering in, zoals Frank Demarest van het PAK met de expositie Drawing Rooms #2. Wie de tentoonstelling gemist heeft kan niet anders dan het zich beklagen.

Veel hedendaagse kunstenaars bewijzen dat tekenkunst niet langer die dienstmaagd van de schilder- en beeldhouwkunst of andere artistieke disciplines hoeft te zijn. Tekenkunst beperkt zich ook lang niet tot grafietlijnen op papier en geniet steeds meer autonomie. De technieken zijn eindeloos gevarieerd. Om ons daarvan te overtuigen bracht Frank Demarest 21 kunstenaars samen uit België, Frankrijk en Nederland: een bloemlezing van hedendaagse tekeningen. Enkele artiesten teisteren mij; hun werken blijven maar door mijn hoofd spoken.

 

Marcel Van Eeden verrast met zijn onderwerp: Cat 31.1: Surgery. Niet meteen een evidentie als je het mij vraagt. Zijn tekeningen doen denken aan plaatjes uit een encyclopedie met bijhorend onderschrift, aan film-noir en ook wel aan de graphic novel. Niet de lijn maar tonaliteit primeert. Chirurgie op een kat lijkt banaal als artistiek onderwerp, maar dat maakt de tekeningen net zo fascinerend. Je bekijkt ze niet, je leest ze.

 

Ook Kevin Vanwonterghem en Bart Gielen maken gebruik van houtskool. Vanwonterghem integreert natuur in cultuur: een golvende zee door de wandelgangen van een modern gebouw, een wolk gevangen in wat lijkt op een glazen kantoor. Beelden waarvan we allemaal wel eens dagdromen. De uit flarden samengestelde houtskooltekeningen van Gielen lijken dan weer sterk op de geënsceneerde droombeelden van Rinus Van de Velde. Zijn tekeningen komen tot stand aan de hand van fotocollages die hij digitaal creëert. Hij combineert beelden die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben: industrie of lege stations, tenten, slaapzakken, etc. Het resultaat blijkt echter tastbaar reëel en actueel.

 

 

Het valt op dat voor veel kunstenaars tekenkunst een meditatieve activiteit is, eerder dan een scheppende. Zo bestaat het oeuvre van Karl Mechnig en Johan Van Mullem voor een groot deel uit tekeningen die niet moeten onderdoen voor hun schilderijen. Bevrijd uit de omgeving van zijn atelier maakt Mechning zijn schetsen in de fauteuil. Ze zijn ongedwongen, een beetje absurd, maar vooral intrigerend. Meer uitleg hoeft gewoonweg niet. Van Mullem maakt zijn balpenschetsen dan weer op café. Ze lijken wat op de tekeningen van Rembrandt door de uitbundige lijnvoering. Zijn tekeningen zijn autobiografisch, introspectief en intiem. Hier en daar ontwaar je een Freudiaans motief dat de fantasieën van de kunstenaar blootlegt.

 

 

Ook de werken van Danielle Luinge springen in het oog. Ik maakte eerder al kennis met haar schilderijen naar aanleiding van de tentoonstelling Spiegel im Spiegel. Haar tekeningen zijn nog beklijvender. Ze put haar inspiratie uit herinneringen uit haar kindertijd, met als grote protagonist de eenzaamheid, menselijke relaties zonder liaison, … De tekeningen, portretten, op papier of blokjes hout, die ze “meisjes” noemt zijn autobiografisch, licht angstwekkend en indringend. Het gaat om een afrekening met haar verleden waar we liever niet naar raden, suggereert Demarest.

 

 

Een van de pronkstukken van de tentoonstelling is ongetwijfeld de stier van Steven Peters Caraballo. Niet enkel omwille van de afmetingen van de tekening in pastelkrijt, maar ook qua techniek en thematiek. Het lijkt een klassiek werk: een stier die de volledige oppervlakte van de drager inneemt, zonder figuratie op de achtergrond. Hiermee schrijft hij zich in in de traditie van de Vlaamse impressionistische schilderkunst die koeien tot een volwaardig en geliefd onderwerp verhief. De spreekwoordelijke melkfabrieken zijn nog steeds niet uit ons landschap weg te denken en laat de hedendaagse kunstenaar dat vooral niet vergeten.

Toch is dit werk niet zo vrijblijvend als het misschien lijkt. Wat opvalt is dat het beest de kop afgewend houdt van het publiek. Om het uit te drukken met taalkundige term zou ik durven spreken van een metonymische ingreep van de kunstenaar: de onzichtbaarheid van de stierenkop ontdoet het beest van zijn persoonlijkheid en maakt het tot een symbool voor het geslacht der bos. Niet zomaar een symbool.

Wie het beest lang genoeg gadeslaat, merkt op dat er iets niet klopt: de stier heeft slechts drie poten. Hiermee klaagt de kunstenaar de landbouw- en vleesindustrie aan die de dieren genetisch manipuleert waardoor vaarzen niet meer op natuurlijke wijze kunnen kalveren en de beesten lijden aan allerhande kwalen. Caraballo brengt ons een maatschappelijk geëngageerd prachtstuk.

 

Drawing Rooms #2 toont ons op overtuigende wijze de artistieke waarde van tekeningen en schetsen. Alweer een uiterst geslaagde expo samengesteld door Frank Demarest. Binnenkort brengen we hem een bezoekje om meer te weten te komen over zijn succesformule!

Author: Wouter Verbeke

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op