Een boeiend stukje kunst-geschiedenis. Hoe Jackson Pollock’s drippings konden ontstaan

Kan een schilderij naar jou kijken, in plaats van andersom? Het lijkt een absurde gedachte. Niettemin hebben sommige kunstwerken wel degelijk deze opmerkelijke gave. Neem Jackson Pollock’s drippings als voorbeeld. Grenzeloos, zonder punt waarop het oog kan rusten, waarop de geest kan verpozen, geen ingang, noch uitgang. Een explosie van rauwe, allesverslindende energie, waarin je verdwaald loopt, die je in zekere zin zelf vormeloos maken, enkel door er naar te kijken. Het absorbeert je, in lichaam en geest, en observeert je, in alle detail.

Met onze door een overvloed aan beelden verwende ogen zouden we de drippings al te makkelijk als de creaties kunnen aanschouwen van een wat gemakzuchtige of impulsieve kunstenaar. Maar niets is minder waar. Ze zijn diep ingeworteld in de langzame (maar steeds sneller wordende) stroom van de artistieke evolutie, die wellicht begon met de impressionisten en, in het geval van Pollock en de abstract impressionisten, een bron vond in het het surrealisme en het revolutionaire werk van Kandinsky. De kunstgeschiedenis, zo blijkt, kon niet anders dan uitmonden in het werk van Pollock. Hij was er enkel de belichaming van. Enfin, zo luidt de theorie die er nadien op werd losgelaten, op het moment zelf was hij een grenzeloze creatieve geest.

Maar de mens wil alles vatten, achter alles een logica vinden. Ook voor het creatieve proces. Niets verkeerd mee. Het is juist boeiend om te achterhalen hoe het werk van Pollock, zelfs al deed hij het niet bewust, een logische plek heeft gevonden in de evolutie binnen de kunstgeschiedenis.

Kunsthistorici zullen dit allemaal al weten, en misschien wel beter kunnen uitleggen. Maar voor de anderen biedt deze korte analyse van Nerdwriter alvast een boeiend inzicht. Geniet even mee:

Author: The ArtCouch

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op