Een brok kunstgeschiedenis toegelicht: Het vroege landschap bij Chaim Soutine

Hij sloop schuw en met een zweem van zelfverontschuldiging tegen de muren van de zalen in het Louvre aan. Zijn onverdeelde aandacht ging uit naar de Oude Meesters. Vooral Rembrandt, die had hij wel helemáál zo van de muren kunnen rukken. De suppoosten volgden de bewegingen van de sjofele kerel met groeiende argwaan.   

In 1913 was hij in de Lichtstad aangekomen. Haar dwingende lokroep had hem zelfs in de verre Litouwse shtetl bereikt, waar de huizen of wat daarvoor moest doorgaan opgetrokken waren uit door zon en wind verweerde planken, met wanhoop en uitzichtloosheid aan mekaar getimmerd.

Hij was kunstenaar, maar wat hij tot dan aan kunsten had vertoond, stijfde de Parijzenaars enkel in hun overtuiging dat er binnen hun muren een vervuilde primitieve kerel rondwaarde die door ongestuurde instincten werd geleid en elke controle over lijnvoering en compositie ontbeerde. Door zijn Oost-Europese, Slavische en bovendien Hebreeuwse achtergrond ontbrak het hem aan enig ordenend en structurerend vermogen.  

Wat de hoeders der Verlichting en Rede betrof, kon hij aan de zelfkant van hun kunststad blijven verkommeren of met hangende pootjes weerkeren naar zijn verre negerij, waar de varkens zich bij regenweer wentelden in de modder van de hoofdstraat en het bijgeloof gelijke tred hield met een diep wantrouwen jegens alles en iedereen.

Parijs vergiste zich schromelijk.  

Je kan je moeilijk voorstellen dat Soutine tijdens zijn schilderen en plein air rustig op zijn vouwstoeltje is blijven zitten. Hij gaat met het canvas een duel aan en hanteert daarbij het penseel graag als een floret. De schermer staat stevig op beide benen, de voeten schrap op de grond, maakt aanvankelijk talrijke kleinere bewegingen, neemt afstand om plots uit te halen. Het brede gebaar op een beperkte oppervlakte.  

Ontstuimige biotoop

Tijdens de jaren 1919-1921 zakte Soutine af naar het dorp Céret in Frans-Catalonië. De landschappen die hij daar op doek zette, kantelen en maken slagzij, meestal naar rechts. De grond beweegt alle kanten op en er wordt wat afgezwierd. Bij afwezigheid van perspectief lopen de wegeltjes loodrecht de schilderijen op. De hout sprokkelende vrouwtjes bij onze openluchtschilders zouden hier niet tegenop  kunnen. Je zoekt ze bij Soutine dan ook vergeefs.

Huizen en bomen stappen uit het rasterwerk van horizontale en verticale lijnen van meer klassieke composities en nemen diagonale posities in. De geruststellende zekerheid van de normale lijnvoering valt weg, alles wordt plots heel elastische chaos, gracieus in alle ontregeling.

Het gaat er niet zelden onstuimig aan toe in het biotoop van Soutine.

Wat in “Le Vieux Moulin de Vence” uit 1922 meteen de aandacht trekt is de met de omgeving contrasterende witte kleur van de centraal gelegen watermolen. Hij wordt bevloeid door de bergbeek in een zelfde kleur. Het oog laat zich meevoeren met het water en de rechte lijnen die het dal begeleiden om links beneden in een speerpunt samen te komen. De diagonale lijnen zorgen voor spanning en suggereren de richting van de beek en de vallei.  De kromming in de linkermuur van de molen is gespiegeld in de bolling van het aanpalende groen. De glooiingen op de achtergrond worden gesuggereerd door de overhellende gebouwen.

Soutine gebruikt hier kleurvlakken met en zonder contourlijnen om de vormen te bepalen. Hij maakt geen gebruik van de zuivere hoofdkleuren blauw, rood en geel. In zijn landschappen vinden we de zachte complementaire kleuren, zoals hier groen, oranje en geelbruin.

Het centrale wit is prominent aanwezig en de andere kleuren worden er met een rijkdom aan tonaliteiten omheen gelegd.

Le Paysage Tourmenté

Het landschap is nadrukkelijk aanwezig, de lucht neemt weinig of geen plaats in. “Le Paysage tourmenté” werd geschilderd in 1919.

Een storm trekt over de heuvel en het dorp. De huizen zetten zich schrap, gevel aan gevel. Daken stroomlijnen zich in elkaars verlengde, de hoeken die ze vormen met de zijgevels geven met scherpe punten de richting van het natuurgeweld aan. Die kracht wordt omgezet in het suggestieve beeld van de uit het lood staande huizen. Het oog wordt in een eerste ogenblik voortgedreven door de diagonaal gevormd door de bovenkant van de daken. Het geheel komt onder spanning te staan.

De langgerekte verfstroken versterken het gevoel van de richting die de wind uit blaast.   

In contrast hiermee staan de bomen en de struiken op de heuvelflank die met krullen en opbollingen de speelbal van de turbulentie worden.

Zoals het vorige werk wordt ook dit samengesteld door een verzameling van kleine kleurvlakken en beweeglijke verftoetsen.

In de lucht wordt de dreiging opgeroepen door donkere blauwtinten, neigend naar zwart. Het dorp ligt op een heuvel, maar er wordt voldoende ruimte uitgespaard voor de lucht als onheilspellende overspanning. Wolken zijn door de wind aan flarden gescheurd en vormen onderaan een uitgerekte lijn, symmetrisch aan de daken.

Het opheffen van perspectief

Soutine houdt er ook van de teller van de kunstgeschiedenis terug te draaien wanneer hij het klassieke perspectief in zijn werk opheft. Hij neemt afstand van deze verworvenheid uit de renaissancetijd en keert weer naar de vlakke schilderijen van de Vlaamse Primitieven of de tekeningen van kinderen.

Het blikveld van de toeschouwer wordt meteen een stuk ruimer. Als de beperking door het perspectief wegvalt, wat valt er dan allemaal te bekijken op dergelijk werk? Het uitzicht kan alle kanten uit draaien. Er zijn geen verkortingen, de wegen zijn in de verte nog steeds even breed weergegeven als net voor de voeten van de wandelaar, de voorgevels van de huizen blijven frontaal in de ganse breedte weergegeven.

Wat de kunstenaar beroert, zet hier het landschap in beweging. Vaak is het poëtisch in al zijn expressieve geladenheid. Ondanks alle vervormingen, overdrijvingen en kleurafwijkingen is Arcadië nooit weg. In 1923 maakte de steenrijke Amerikaanse chemicus A.C. Barnes een reis doorheen Europa om moderne kunst te kopen voor zijn Foundation. Er was hem door met Soutine bevriende kunsthandelaars op gewezen dat hij zeker bij deze moest langs gaan. Toen men Soutine ervan verwittigde dat deze mecaenas er aan kwam om zijn werk te bekijken, schoot hij serieus uit zijn krammen, overtuigd als ie was dat men hem voor de gek hield. Tot dan toe had hij niet in zijn marktwaarde geloofd, maar de komst van de Amerikaan zou snel het einde betekenen van zijn bohémienleven.

Author: André Degeest

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op

X