Een overweldigend oeuvre in de schaduw van de kunstwereld… Een ontmoeting met de 83-jarige Mia Goovaerts

83 jaar is ze. Een gezegende leeftijd, zegt men dan. En al 40 jaar onaflatend schilderen. Niet eens om gezien te worden, daarvoor liet ze het mysogiene kunstwereldje al snel achter zich aan de start van haar carrière.

Veertig jaar gepassioneerd schilderen, telend op een ongebreideld associatievermogen, onbelemmerd door wat potentiële kopers al dan niet koopwaardig zouden kunnen vinden, het laat sporen na, overvloedig veel sporen, in de vorm van honderden schilderijen die elke centimeter van elke wand in het ingewikkelde pand dat ze bewoont, lijken te vullen.

Zoveel vrijheid in het creatieproces. Het lijkt een zegen voor menig kunstenaar, maar wat doe je er precies mee, al zeker wanneer je duidelijk een aanleg hebt voor de schilderkunst, en de tragiek van een mensenleven af en toe toeslaat?

In het geval van Mia Goovaerts is het antwoord complex. Wie het resultaat van haar veertig jaar praktijk  aanschouwt, of tenminste een rijk deel ervan, kan zich niet van de indruk ontdoen dat hier een uiterst cohenrent oeuvre uit is ontstaan. Consistent in stijl, in aanvoelen. Trefzeker in de speciale techniek die ze zich doorheen de jaren eigen heeft gemaakt, en die resulteert in schilderijen die bij eerste oogaanschouw dezelfde kwaliteiten bezitten als foto’s.

Het hoeft niet te verbazen dat haar werk door menigeen als fotorealistisch wordt bestempeld. Nochtans dekt dit de lading niet helemaal, zelfs helemaal niet. Wie haar werk vluchtig bekijkt, zal achterblijven met de herinnering aan knappe, esthetische beelden, al bij al braafjes. Wie wat meer de tijd neemt zal echter merken dat er achter de meeste taferelen een scherp kantje zit. Iets dat niet klopt, dat de hele compositie, het hele idee erachter, losrukt uit de staat van harmonie die het ogenschijnlijk tracht op te roepen.

Symboliek

Wie gewilliger en met open geest naar het werk van Mia kijkt zal een ontzettend rijke wereld van symbolen ontdekken. Vaak herkenbare, zelden ingewikkelde, soms gesteund op direct met belevenissen uit de ‘reële wereld’ gelieerde associaties.

Het kan van alles zijn. De dode merel die her en der opduikt verwijst naar het droeve overlijden van haar levensgezel en het intieme verdriet dat ze hierover met haar meedraagt, de eieren en het nest verwijzen naar het gezin dat ze nooit gesticht hebben, de zwarte piëta is een geschilderde getuigenis van een buurvrouw die op straat  werd neergeschoten en waar Mia bij was na de moord. Soms is het gewoon speels, zoals wanneer ze met trompe l’oeils de kijker doet geloven dat het model een schilderij binnenstapt, of wanneer de vertakkingen van een boom overgaan in de rimpels van een gelaat.

De symboliek mag dan nog onmiddellijk herkenbaar zijn, vrijblijvend is het nooit.  Braaf al zeker niet, “anders zou het toch niet spannend zijn?”, lacht Mia, met haar sappig Antwerps accent. Om dit te illustreren: op een dag wou ze –uit nostalgie, of uit een ontembare experimenteringsdrang, wie zal het zeggen?- een Volkswagen Kever schilderen, waar ze in haar jeugdjaren mee reed. Niet zomaar een klassiek beeld van een auto, ze wilde die grondig met een voorhamer ‘herwerken’ om tot het beeld dat ze voor ogen had, te komen. Het kostte haar enige moeite om zo’n ‘gewillige’ oldtimer te vinden die ze op deze manier mocht bewerken, maar het lukte haar uiteindelijk.

Gedreven tot het uiterste

Het typeert de kunstenaar. Ze start van een mentaal beeld, dat soms langzaam, soms in een staat van urgentie vorm krijgt. Ze tobt er dagenlang over. Maar eenmaal ze beslist: dat is het beeld, dan is er geen houden aan. Familie, vrienden, kennissen, de hele aardbol indien nodig, iedereen wordt ingeschakeld om het beeld dat ze voor ogen heeft eerst een exacte substantie te geven, voordat ze het met haar kunst een tweede realiteit verschafft. Alvorens ze het, in zekere zin, nieuw leven inblaast.

Met haar gedrevenheid en haar obsessieve scheppingsdrang bezielt ze haar werk ook met een existentiële poëzie, lijkt me, na drie uur met haar doorheen haar werk te duinen, luisterend naar de ontstaansgeschiedenis van elk van hen, nooit aarzelend, nooit wezenloos. In zekere zin luisterde ik naar, en zag ik de poëzie van het concrete, normale leven, door de bril van een kunstenaar die net iets verder durft te denken, zonder hier ingewikkeld over te willen doen. Uiteindelijk, zo wandelend doorheen een oeuvre dat veertig jaar in opbouw is, laat het me achter met een zuivere, heel eenvoudige vorm van ontroering over wat het leven precies vol maakt.


Het noodlot is soms hardnekkig. Wanneer ik haar bezoek maakt ze zich op voor een tentoonstelling  in het Kasteel Cortewalle in Beveren. Het zou haar laatste grote tentoonstelling worden, maar het is jammer genoeg afgelast omwille van het coronavirus…

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

1 Comment

  1. Interessante bijdrage over een boeiende kunstenares

    Post a Reply

Laat een reactie achter op Marc Corbanie Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op