Het verlangen naar slow art. Waarom een succesvolle kunstgalerij ermee ophoudt. Een gesprek met Bart en Gerald Deweer

De ‘kunstmarkt’ is een vreemde wereld. Met eigen regels, een aparte logica. Het is niet eenvoudig om die in haar geheel te doorgronden. Vast staat dat, op internationaal niveau, er slechts een heerser is: het geld. Kunstenaars oppompen tot de hype van de dag, zonder al te veel oog voor de intrinsieke kwaliteit van het geleverde werk, aan de hand van handige pr- en marketingacties. Het is lang geen uitzondering.

We spreken met Gerald en Bart Deweer, die net besloten om de succesvolle, gelijknamige galerij op te doeken. Geen makkelijke beslissing, waarover ze meerdere jaren nadachten, zelfs bij leven van hun vader, de stichter van de galerij, die drie jaar geleden overleed. Ook hij had steeds meer moeite met hoe in de internationale kunstscene vooral economische wetten vigeren. Wanneer de liefde voor kunst tot diep in de genen is ingebed, blijkt het moeilijk om mee te draaien in die mallemolen. Het blijft wringen, je voelt dat er iets niet klopt. Dat de essentie is verloren, ergens onderweg.

Tijd nemen, tijd geven

Slow art. Kunstenaars tijd en ruimte geven om hun praktijk te ontwikkelen. Om te groeien. Dat is wat de familie Deweer steeds voor ogen had, met als gevolg dat klinkende namen als Fabre, Kabakov en Panamarenko bij hen hun eerste stappen zetten. “Kunst moet langzaam zijn”, zegt Gerald Deweer, “wij bouwden graag een lange relatie op met onze artiesten”. Potentieel zien, twijfel toelaten, de kat uit de boom kijken. De kunstenaar vanop afstand aanschouwen, indien nodig licht sturen en traag laten timmeren aan de weg: dat is hoe een volbloed galerist het liefst werkt.

De huidige kunstmarkt, die vanaf 2008 een sterk opwaartse groei kende, laat dit niet meer toe. Grote internationale galerijen kopen prille kunstenaars in, branden die in een aantal jaren helemaal op, waarna er zelden nog van hen gehoord wordt. Het is een hedendaagse wetmatigheid, en helaas kan men ook niet anders: om potentieel succesvolle kunstenaars te lokken zijn er vestigingen nodig in alle belangrijke culturele steden wereldwijd. Kopers proberen, alvorens tot een koop over te gaan, te vernemen hoeveel shows in de verschillende vestigingen zullen plaatsvinden, goed wetend dat de prijs van deze of gene kunstenaar exponentieel de hoogte in gaat naarmate hij meer getoond wordt in belangrijke tentoonstellingen.

Gerald Deweer: “Tussen die grote galerijen heerst een agressieve sfeer. Ook wij voelden die constante druk. Het is méér dan alles een persoonlijke, zelfs emotionele beslissing. Dit is niet meer de manier waarop wij met kunst willen bezig zijn. De grote galerijen maken de kweekvijvers kapot.”

Ook musea ontsnappen niet aan deze logica. Geconfronteerd met slinkende subsidies moeten ze op zoek naar nieuwe fondsen, die ze vrijwel steeds vinden bij rijke financiers. De gulheid van deze laatsten is echter niet belangeloos, vaak zetten ze de musea onder druk om ‘hun’ kunstenaars in een fel daglicht te plaatsen. Zo niet richten ze desnoods hun eigen museum op, waar ze alle middelen waarover ze beschikken op inzetten. Een onevenwichtige strijd voor de klassieke musea.

Een nieuw pad

Gerald en Bart draaiden noodgedwongen een hele tijd mee in dit circus. Het nam snel hun volledige tijd in beslag. Amper tijd was er nog voor verpozing. Het is een boutade: eigenlijk was er nog amper tijd voor kunst. Tenminste, voor de kunstbeleving als hobby, niet als professionele activiteit.

Bart Deweer: “Als wij in het internationale circuit van betekenis willen zijn, dan is er enorm veel geld nodig. Maar dan word je ook een machine: meer personeel, een loggere manier van werken. Dat willen we niet.” Gerald: “Het zou ook een grote impact hebben op ons gezinsleven. Wie internationaal van belang wil zijn, moet hier zeer intensief mee bezig zijn. Beurzen doen, recepties aflopen, formele etentjes met klanten, allerlei zaken waar ik niet zo’n fan van ben. Ik geniet zoveel meer van het persoonlijke contact met een kunstenaar.”

De zowat twintig kunstenaars die Deweer vertegenwoordigt, vinden onderdak bij een nieuwe galerie, die hun filosofie deelt. Die wordt op 15 december bekendgemaakt. Gerald: “We maakten er een punt van om een nieuwe thuis te vinden voor onze kunstenaars en ze niet aan hun lot over te laten. Daarvoor zijn ze ons stuk voor stuk dankbaar. We brachten ze elk een persoonlijk bezoek om het nieuws mee te delen.”

Hiermee nemen Bart en Gerald Deweer afscheid van de kunstmarkt, of toch op de manier die ze kennen. Gerald: “Nu is het tijd voor bezinning. Ik geloof sterk dat er iets anders op ons pad komt dat ons beter ligt.” Verbitterd zijn ze niet, al is het beeld dat ze schetsen van de kunstmarkt niet fraai. Hun beslissing is ergens een opluchting. Ze kunnen eindelijk weer kunst beleven op de manier waar het hen om te doen is: slowly.

Author: Annelies & Frederic

Share This Post On

6 Comments

  1. Slow Art is wat een ware kunstliefhebber zou moeten nastreven. Meer verdieping, meer kwaliteit. Jammer dat een galerie verdwijnt die dat nastreeft…

    Post a Reply
  2. Het grote geld is altijd de dooddoener en speelt helaas meestal de hoofdrol.
    Ik wens de heren Deweer veel mooie belevingen toe.

    Post a Reply
  3. Enerzijds ben ik helemaal niet verbaasd over datgene wat in de eerste paragraaf te lezen staat… Anderzijds ben ik wèl verheugd dat jullie dit tenminste eens zwart op wit durven schrijven… Het is reeds een hele tijd bezig, en soms wordt ik er letterlijk fysiek onwel van, als je ziet hoe sommige galeries/”kingmakers” inderdaad bepaald artiesten helemaal uitpersen, en op die manier hun ontwikkeling volledig fnuiken. Want, de desbetreffende kunstenaar moet vooral “meer van hetzelfde” maken, omdat hij met dit, of ander, bepaald soort werk (groot) succes behaald… En wat een vreugd voor de koper die dergelijk werk dan kan tonen aan vrienden, omdat die ook wel weten hoeveel het gekost heeft.. “Showing off” met kunst, alsof het een peperdure auto betrof… Heeft helemaal niks meer met liefde voor het kunstwerk te maken, maar enkel en alleen maar met “zie eens hoeveel ik kan spenderen!…” Enne… nog iets : wat onze grote sterren uit Vlaanderen betreft : besef dat het héél relatief is, allemaal… Ik ben vaak in het buitenland, en als ik dààr de namen van onze grote tenoren laat vallen (in artistieke kringen), doen ze zelden een belletje rinkelen… Om maar te zeggen : perceptie is alles…

    Post a Reply
  4. Het doet me plezier om het (vernieuwende) engagement te horen. Nochtans is er in Vlaanderen en Wallonië geen gebrek aan opkomend jong talent. Ik kan het weten want ik engageer me enorm om dergelijke kunstenaars een platform of exposure te geven en daar juist knelt het schoentje; de galerijen haken af, zoals gezegd GELD en het ‘clubjes denken’ van ons kent ons belemmert de investering in tijd, groei en financieel succes.
    Daarnaast zijn er een pak alternatieve/tijdelijke/pop-ups/ locaties waar ‘jonge veulens’ hun weg tot EXPOSURE vinden, maar dat is dan ook alles. Ik denk dat het vooral verstandig is dat de galerijen méér moeten investeren in DISCOVERIES en de boer op moeten. Er ligt dus een braakliggend terrein in Vlaanderen dat nodig verkent moet worden. Werk aan de winkel dus…

    Post a Reply
  5. Zeer herkenbaar helaas… De agressieve manier van galeries in het hoogste segment om hun nieuwe talenten te promoten maakt dat men niet meer de tijd neemt of krijgt om het werk van één bepaalde kunstenaar te leren kennen. Er staat immers snel alweer een nieuw ‘talent’ klaar wiens werk razendsnel gepromoot (en dus opgewaardeerd wordt) waarna ze afgedankt worden en het werk elders voor de inmiddels veel te hoge prijzen niet meer verkocht raakt.

    Voor een kleinere galerie is het haast onmogelijk om zo vaak te vernieuwen, bovendien wil je als galerie ook op de langere termijn een samenwerking aangaan met je kunstenaars. In mijn galerie merk ik dat klanten vaak willen horen dat hun keuze voor een bepaald kunstwerk een ‘goede investering’ is. Liever hoor ik dat een kunstwerk hun geluksgevoel vergroot, een mooie herinnering omvat of enige andere emotie oproept.

    Geld lijkt op dit moment dus voor zowel kopers als galeriehouders de grootste motivator te zijn…

    Post a Reply
  6. Ik moet zeggen dat ik de uitgesproken motivatie niet goed begrijp, dus ik vermoed dat er iets anders speelt.

    Er gaat veel geld om in de kunstwereld en dat heeft vast en zeker zijn kwalijke gevolgen, maar anderzijds zou die overvloed juist ruimte en vrijheid moeten bieden voor risico’s, zoals het risico dat je slow art vroegtijdig wordt weggekaapt.

    Het omgekeerde zou geloofwaardiger zijn, namelijk dat je moet sluiten omdat er te weinig geld omgaat in deze bedrijfstak en de concurrentie alsmaar harder wordt.

    Dat de galerij sluit drie jaar nadat de zoons het van de vader overnamen, doet me vermoeden dat het gewoon minder hun passie was dan de zijne. Daar is niks mis mee, maar dat afwentelen op de boze grote galerijen en de domme protserige kopers, dat lijkt me dan niet erg eerlijk.

    Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op