Kunst-curator, het mooiste beroep ter wereld?

obrist1Zelden werd een term zo snel en zo algemeen tot volslagen holheid geslaan als het woord ‘curator’. Radio1 gebruikt het om gastmuzikanten doorheen de dag wat plaatjes te laten uitkiezen en s ‘avonds met een selectie collega’s te jammen. In het mediagebeuren staat het dan weer synoniem voor het selecteren van content uit andere kanalen om op uw eigen kanaal te plaatsen.

In de kunst heeft het woord nog steeds een nobeler betekenis. Nobel in de zin van ruimer, dieper, weidser. Bewijs? Lees het boekje dat een van s ‘werelds beroemdste curatoren onlangs uitgaf: “ Ways of Curating” van Hans Ulrich Obrist. Het verkleinwoord is niet negatief bedoeld, het is gewoon een kort boekje, maar met zoveel inhoud!

“Wat is het voornaamste project dat je nog wil verwezenlijken?”, vraagt Obrist systematisch aan de kunstenaars die hij ontmoet. Heb je een interessant antwoord, dan is de kans groot dat hij ermee aan de slag gaat. Voor Obrist is het namelijk zijn voornaamste taak als curator om ‘het onmogelijke mogelijk te maken’ voor de kunstenaars.

Tegelijk wijst hij op de gevaren van zo’n houding. Een curator kan zich makkelijk belangrijker gaan voelen dan noodzakelijk. Zeker de nieuwe trend naar grote groepstentoonstellingen kan snel de indruk opwekken dat de curator zijn persoonlijke ‘gesamstkunstwerk’ aan het tonen is, zijn eigen kunstwerk, bestaande uit het werk van talrijke anderen. Selectie tot kunst verheven. Geen goed idee.

Voor hem zijn kunstenaars ook geen (af)goden. Reeds bij zijn eerste tentoonstelling, in de keuken van zijn appartement, heeft hij de gewoonte aangemeten om kunstenaars ook daadwerkelijk te laten meehelpen aan de tentoonstelling. Handen uit de mouwen. Dit gaat niet over de curator of de kunstenaar, dit gaat over Kunst. Zoiets.

Het boek biedt een mooie samenvatting van zijn ontwikkeling als denker over kunst, maar ook van de geschiedenis van het tentoonstellen van kunst. Dat begon in de Renaissance met de ‘Wonderkamers’, tentoonstellingen waar je je kon verbazen over een mix aan wetenschap, uitvindingen en kunst. Het onderscheid was toen nog flou, iets wat we in zekere zin zien terugkomen. Het tentoonstellen van kunst ‘an sich’ is een relatief nieuw begrip. Misschien niet eens zo’n goede…

Maar het boek is vooral een ode aan de mensen aan wie Obrist schatplichtig is in zijn ontwikkeling. Kunstenaars als Richter, uiteraard. Maar andere curatoren vooral. Harry Graf Kessler en diens dagboek, de permanente mutaties in de tentoonstellingen van Alexander Dorner, het ‘bring your own artwork’ concept van Hopps, via Pontus Hulten, René d’Harnoncourt of Hugo Von Tschudi. Het zijn misschien niet meteen namen die een belletje doen rinkelen, maar ze hebben een eigenschap gemeen: innovatie!

Als je erbij stilstaat heeft het wel zin. Vanuit historisch oogpunt is kunst nooit geschept om in steriele kamers te worden getoond. Het maakte steeds integraal deel uit van de leefomgeving van de mens. Wat de meeste voorbeelden van Obrist, en Obrist zelf, aantonen is dat het deze plaats terug probeert in te winnen, zij het op andere, innovatieve manieren…

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op