De toekomst van kunst in tijden van disruptie

Intelligence is the ability to adapt to change“, zei Stephen Hawkins ooit. Dit geldt ongetwijfeld in crisistijden als deze, en zeker voor sectoren die gevoelig zijn voor, of afhankelijk zijn van menselijk contact. Ook voor de kunstsector dus.

Het hoeft niet gezegd, het woekerende coronavirus vormt een disruptie van formaat, waarvan de gevolgen zich nog lang zullen doen voelen, al is niet iedereen zich hier terdege van bewust, en mogelijks nieuwe disrupties op andere domeinen -economisch, maatschappelijk, geopolitiek, etc.- zal veroorzaken. Disrupties worden het nieuwe normaal in de voorzienbare toekomst.

If the perceptive organs close; their object seems to close also” (William Blake)

Kunst die niet gezien wordt, bestaat in zekere zin niet. In de kunstmarkt zie je naar aanleiding van de huidige crisis reeds talrijke al dan niet innovatieve initiatieven om kunst op een of andere manier toch naar het -zijn- publiek te brengen.

Virtuele tentoonstellingen, als Jan Valik bij HUSK Gallery; de raamtentoonstellingen, na de oproep van kunstenaar Jonas Vansteenkiste; webinars met kunstenaars, zoals recent met Lucas Cann, georganiseerd door galerie Ysebaert. Deze initiatieven zijn noodgedwongen ontstaan, bij gebrek aan een manier om kunst en kunstenaars op een traditionele manier te tonen. Andere vernieuwende initiatieven kregen reeds voor de coronacrisis vorm. Zo zien we het aantal tentoonstellingen die bij de initiatiefnemer -meestal geen galerist- thuis worden gehouden zienderogend toenemen, zoals onlangs bij onze collega Mieke Janssens. Helemaal nieuw is het idee niet. De gelauwerde curator Hans Ulbrich organiseerde zijn eerste tentoonstelling in zijn kleine keuken. Niettemin, in tijden waar de meeste galerijen schuw omspringen met het promoten van nieuw talent, is de tijd misschien rijp om dit idee ten volste te benutten.

Het zijn voorbeelden van initiatieven die niet noodzakelijk nieuw zijn of de kunstmarkt op zich op hun grondvesten zullen doen daveren. Niettemin, ze kunnen de voorbode zijn van meer fundamentele verschuivingen.

The Phoenix and the Unicorn

Een van de toekomstdenkers die ik al jarenlang volg is de Belg Peter Hinssen. Hij heeft vooral een technologische background, en vertrekt daarom ook voornamelijk vanuit zijn analyse van de gevolgen van digitale evoluties, maar kan dit met gemak overbrengen naar bredere, maatschappelijke verschuivingen.

In zijn nieuwste boek The phoenix and the Unicorn slaat hij enigszins een nieuwe denkweg in dan gebruikelijk. Unicorns is een term die gebruikt wordt om beginnende ondernemingen te benoemen die op enkele jaren tijd een marktwaarde weten te bereiken van een miljard Dollar. Denk maar aan Google, Amazon, maar ook aan het Belgische Collibra. De these totdusver was dat dit de nieuwe leiders zijn, die danig de markt verstoren dat ze de markt zèlf worden. De traditionele bedrijven, te log en immobiel, kunnen enkel toekijken en, vroeg of laat, ten onder gaan. Het gebeurde met ooit zo roemrijke namen als Kodak en Nokia. In zijn nieuwste boek toont Peter Hinssen echter aan dat dit niet noodzakelijk het geval hoeft te zijn, de antithese luidt en dat er methoden bestaan voor deze traditionele bedrijven om even disruptief, succesvol, nieuwe markten te ontginnen, en voortdurend te innoveren.

Het is verleiderlijk om deze visie toe te passen op de kunstsector, al was het maar om er uit af te leiden hoe deze kan reageren op de komende, constante veranderingen, die vroeg of laat ook op de hen vat zullen hebben.

De toekomst van kunst

Kunst, net zoals, sorry voor het lelijke woord, elk ‘product’, kan innovatief en succesvol op de, een tweede maal sorry, ‘markt’ worden gezet -een markt die voor alle duidelijkheid niet noodzakelijk mercantiele doelen hoeft te dienen. Maar je kan er niet aan uit: alle vorm van kunst zoekt een publiek, zonder dewelke het niet kan bestaan. En in tijden van disruptie, al dan niet gelinkt aan de huidige crisis, komt het er op aan om innovatief te zijn, nieuwe ideeën en manieren van doen uit te proberen. De kunst op zich hoeft daarom niet noodzakelijk innovatief te zijn, al helpt dat wel, uiteraard. De innovatieve kracht kan ook liggen in hoe je (potentiële) kopers of geïnteresseerden bereikt, in welke kanalen je daarvoor aanboort, zelf in hoe je de toegevoegde waarde van kunst precies definieert. Damien Hirst, love him or hate him, had hierin een verkennende rol, door enkele jaren terug zijn nieuw gemaakte kunst eerst via een veiling aan te bieden, in plaats van via de klassieke route: de galerij.

Kunst is -hopelijk voor de meerderheid onder ons- een emotioneel product bij uitstek. Zowel voor verzamelaars als voor de kunstenaars, en alle mensen die zich ertussen of er rond bewegen. Klassieke marktmechanismes hebben er vaak geen vat op, en gelukkig maar. Maar maatschappelijke evoluties wel, misschien des te meer.

Never waste a good crisis

Het zijn ongeziene tijden. Maar zoals steeds (het zijn niet de eerste) vormen deze nieuwe opportuniteiten om andere dingen te doen, of dingen anders te doen. Het is een wetmatigheid die zeker ook binnen de kunstwereld geldt…


Voor de nieuwsgierigen: Peter Hinssen maakte naar goede gewoonte een uitstekende samenvatting van zijn boek in een 20 minuten video. Of je in de kunstwereld zit of niet, het is zeker elke minuut waard:

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op