‘Liminal lyrics’, een knappe expo in New York gecureerd door Hedwig Brouckaert

Het kan niet makkelijk zijn om als kunstenaar een tentoonstelling te cureren, zou ik zo denken. Het helpt wanneer er van meet af aan een vaste grond, een structuur aanwezig is. Hedwig Brouckaert was meteen van plan iets te doen met het werk van Sofie Muller, Stéphanie Leblon en haar eigen werk. Dit geeft al ruimte om naar raakpunten te zoeken, en deze als leidraad te gebruiken in de zoektocht naar andere kunstenaars. So far so good. Maar waar liggen de raakvlakken dan?

Zijn die er wel? Tussen de bevreemdende, psychologische reflecties van Sofie Muller, de vloeiende, vaag omlijnde silhouetten van Stéhanie Leblon en de abstract lijkende lichtexplosies van Hedwig Brouckaert, wat hebben ze gemeen?

Hedwig kon het niet treffender verwoord hebben dan in de titel die ze uiteindelijk aan de tentoonstelling gaf: Liminal Lyrics. Liminal verwijst naar de ongedefinieerde –ondefinieerbare- staat tussen jeugd en volwassenheid. Waar ligt de grens precies? Wat ben je precies tussen deze twee stadia? Liminaal betekent ook: amper merkbaar. De transitie tussen twee stadia is iets zo subtiels dat het zich aan onze perceptie onttrekt. Misschien enkel zichtbaar voor dichters en kunstenaars.

Een strak omlijnd thema dus, dat nochtans alle richtingen uit kan. Het vormde een ideaal uitgangspunt voor Hedwig om met een tentoonstelling verschillende expressievormen te verkennen. In haar kenniskring waren er genoeg kunstenaars geïnteresseerd om rond dit thema creaties aan te bieden. De moeilijkheid lag in de selectie te maken, en een coherente verhaallijn te verzekeren. Een boeiende oefening, aldus Hedwig, die me door de tentoonstelling loodste.

 

Hedwig Brouckaert

 

Is het niet zo dat een curator door de keuzes die hij maakt veel van zichzelf in de tentoonstelling blootgeeft? Als de curator tevens kunstenaar is, vormt zijn/haar werk niet het uitgangspunt van de zoektocht die elke tentoonstelling is? Misschien is het in die zin niet toevallig dat de tentoonstelling begint met het werk van Hedwig, op de rechtermuur van de inkomsthal.

Haar werk bespreek ik uitvoerig in een volgende post, maar intussen ga ik op zoek naar wat haar werk verbindt met dat van de andere kunstenaars, en hoe zij zich verhouden tot het centrale onderwerp van de tentoonstelling.

 

Alexander Gorlizki

 

Naast Hedwig hangt het werk dat Alexander Gorlizki samen met een Indische meester-schilder uit Jaipur maakt. Het uiterst beheerste miniatuurwerk –het doet mij spontaan aan een mandala denken- kan eerst als een schril contrast gezien worden voor het wilde, of tenminste op toeval berustende werk van Hedwig. Nochtans gaat het hier ook over transitie: mandala en meesterschap als meditatief instrument. Loslaten en toch helemaal in het ‘nu’ vertoeven, tussen zijn en niet-zijn. Het werk lijkt uit verschillende bewegingen te bestaan: de stilstand van de buitenwereld omhelst een vloeibare, bewegende kern. In het membraan ertussen beweegt niets, maar lijkt ook niets stil te staan.

 

Taney Roniger

 

Wat verder hangt een werk van Taney Roniger. Met nagels slaat ze in relatief eenduidige patronen gaten in het canvas, en bewerkt deze gaten met grafiet. Het lijken wel fractalen, waarin vormen steeds herhaald worden naarmate de diepte waarmee men het bekijkt, tegelijk voorspelbaar en op toeval berustend. De echtheid en natuurlijkheid van deze vormen (fractalen komen overal in de natuur voor) verwerkt ze echter in abstract ogende composities. Haar werk wordt omschreven als op het kruispunt tussen wetenschap en kunst: ze onderzoekt de relatie tussen de gevoelswereld van de mens en de digitale –binaire- wereld van computers. Is er een kloof tussen beide, of zijn ze juist onlosmakelijk met elkaar verweven? Haar werk lijkt me alleszins van dit laatste uit te gaan.

 

Lucy Puls

 

Na de financiële crisis, waarbij onnoemelijk veel mensen in allerijl uit hun huizen werden gezet, gedoemd om in hun wagen of op straat te gaan leven, lieten deze mensen vaak persoonlijke spullen achter in de huizen. Matrassen, alledaagse voorwerpen, hun herinneringen en –soms- hun ziel. Lucy bezocht deze achtergelaten plekken en ook zij bracht deze aan emotie beladen beelden tot een hogere graad van abstractie. Soms door ze gewoon van een ‘natuurlijke’ perspectief te ontdoen, of een onnoemelijk detail danig uit te vergroten. In zekere zin verdraait ze hiermee de realiteit, alsof ze de tijd wou ombuigen tot het moment waarop de bewoners hun huizen verlieten, wanneer ze er tegelijk wel en niet waren. De onnoemelijk pijnlijke poëzie van die plekken heeft ze alleszins mooi in haar werk vervat.

 

Sofie Muller

 

In de gang hangen twee van haar hangsculpturen, maar de blikvanger van de expo is het werk op het einde van de gang, een vreemde verzameling kleine portretten, sommigen met bloed getekend, anderen in fumante omhuld, sommigen zeer precies en gedetailleerd, anderen nauwelijks herkenbaar. Een vreemde, betoverende compositie alleszins, de vraag stelt zich of het verschillende fases betreft in de wording van dezelfde persoon, in een tedere, licht weemoedige beeldentaal gegoten. Intrigerend werk.

 

Stéphanie Leblon

 

Links om de hoek hangen twee werken die mooi op elkaar inspelen. Het eerste is van Stéphanie Leblon, de Gentse kunstenares die haar lichamen in een vreemde soort ether laat zweven waardoor hun contour vervaagt, het neemt de grenzen weg tussen het lichaam en de omgeving. In het werk dat hier hangt is die ether (of water) zelfs niet meer tastbaar of zichtbaar. Het lichaam zweeft in een ondefinieerbare staat. Tussen zijn en verdwijnen, tussen lichamelijkheid en lucht. Maar dat proces lijkt zeker niet pijnlijk of beangstigend. Het is een natuurlijke, amper merkbare overgang.

 

Nelleke Beltjens

 

Het werk ernaast van de Nederlandse Nelleke Beltjens oogt op het eerste zicht analytischer, intellectueler. Uit Nelleke’s vloeiende, chaotische lijnen (herinneringen? Evolutie?) worden hoekige stukken gehaald en versnipperd over de rest van het doek gestrooid. Het werk roept sowieso evolutie op, maar de vraag is: welke richting gaat het uit? Zijn de snippers uit de jeugd hetgeen wat een mens in al zijn diversiteit maakt tot wat hij nu is, en moeten we het werk dus van rechts naar links lezen? Of ontploft onvermijdelijk wat men ooit is geweest in losstaande, gefragmenteerde elementen, en moet het werk dan van links naar rechts gelezen worden? Of beide tegelijk? Dat zou het natuurlijk helemaal poëtisch maken.

 

Max Razdow

 

Op het eerste zicht mag het verbazen dat het expliciet dromerige werk van Razdow in de tentoonstelling werd opgenomen. Natuurlijk, dromen zijn op zich zijn reeds tussenstadia tussen twee werelden, gekend en ongekend, bewust tegenover onbewust. Maar daarbovenop zocht Razdow inspiratie bij de Ijslandse mythologie en de ‘Seidr’ praktijk. De 18 tekeningen werden ook ritueel gewijd in de zeeën van Ijsland en Noorwegen, waarbij soms zeewier tot in de werken doordrong. ‘Veil of dreams’ heet de reeks. Het loslaten van de droom en het ten prooi laten aan de natuurelementen. Kan het nog poëtischer?

 

Carol Hepper

 

Een kever is het alleszins. Broos het evenwicht bewarend –of zoekend- in een oncomfortabele positie. Mocht het een mestkever zijn, dan zou de link met het centrale thema van de tentoonstelling nog sterker zijn: transformatie, ‘cradle to cradle’, afval van een ander verwerken tot nieuw afval, bruikbaar gemaakt voor een andere toepassing. Eeuwige transformatie, eeuwige terugkeer. Niets gaat werkelijk verloren. The beauty of it! Maar ook de vluchtigheid ervan, van alles. Is het een mestkever? Misschien niet, maar de toeschouwer heeft altijd gelijk. Net als de kunstenaar…

 

Bart Stolle

 

… de video van Bart, ‘darwinian symphony’ hebben we om technische redenen niet kunnen bekijken tijdens ons bezoek. Dit hebben we dus nog tegoed in een volgende post!

 

Een tentoonstelling cureren is lang niet makkelijk. Naast alle logistieke uitdagingen ligt de grootste uitdaging in het vertellen van een coherent verhaal, een eenheid zoeken en de toeschouwer toch confronteren met een brede waaier aan mogelijkheden, aan artistieke uitingen binnen de limieten van dit verhaal. De uitdaging is misschien des te groter als je zelf kunstenaar bent: welke maatstaven hanteer je om het werk van anderen te beoordelen? Hoe bevrijd kan je naar ander werk kijken, los van je eigen discipline?

Wat Hedwig heeft bereikt met ‘Liminal Lyrics’ bewijst alleszins dat het kan: tegelijk een coherent beeld oproepen rond een centraal thema en toch de toeschouwer verrassen met de diversiteit van het resultaat. Een knappe verwezenlijking!

De tentoonstelling wordt overigens verder uitgewerkt met als bedoeling om ook in België te worden getoond. We kijken er alvast naar uit! Blijf ons volgen om het als eerste te vernemen.

Intussen kan je de tentoonstelling nog tot 20 november zien bij Kunstraum in Brooklyn. Meer info op de website: www.kunstraumllc.com

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op