Seen not heard, het vreemde verhaal van topfotografe Lillian Bassman

Een kunstenares wees me er onlangs op dat er bij de laatste Sotheby’s veiling amper werken van vrouwelijke kunstenaars aangeboden werden. Degenen die toch the most wanted list haalden, werden lager ingeschat (estimated value) dan hun mannelijke lotgenoten. Deze hedendaagse kunstenares heeft gelijk. Wil dat zeggen dat vrouwen niet kunnen schilderen? Het boek Women can’t paint (Gender, the Glass Ceiling and Values in Contemporary Art) van Helen Gorrill gooit een knuppel in het hoenderhok. De boekentip van de opmerkzame kunstenares komt op mijn most wanted reading list.

Er zijn uiteraard uitzonderingen zoals de Amerikaanse collectioneur Ginny Williams. Haar indrukwekkende collectie van vrouwelijke kunstenaars werd eind juni geveild bij Sotheby’s voor recordbedragen. De roodharige cowgirl verzamelde werken van Louis Bourgeois, Joan Mitchell, Lee Krasner,… Ginny ging echter veel verder dan de loutere aanschaf van de kunstwerken in de hoop op een winstgevende investering. Ze ondersteunde deze vrouwen en niet zelden ontstonden vriendschappen voor het leven. Empowerment in de praktijk, en met succes!

Sois belle et tais-toi??

Tijdens de zoektocht naar mijn eigen vingerafdruk voor een kunstcollectie voelde ik me aangetrokken tot de portretten uitgevoerd door de oude meesters. Ik belandde zo bij het prachtige en gedurfde portret van Hortense Mancini door de Vlaamse 17e-eeuwse schilder Jacob-Ferdinand Voet. Hortense werd samen met haar zussen als de nichtjes van kardinaal Mazarin geïntroduceerd aan het Franse hof. De Mazarinettes werden uitgehuwelijkt aan heren van rang en stand. Hortense huwde op amper 15-jarige leeftijd een jaloerse Franse generaal. Deze schoonheid had echter geen zin in een leven met een molenkraag rond haar tere nekje en muisde ervan onder richting een vrijgevochten leven. Hoogst opmerkelijk voor die tijden waarin vrouwen vaak moesten leven naar sois belle et tais-toi.

Vrouwen lieten zich meestal in hun versie van the (little) black dress portretteren maar dus niet Hortense. Zij verkoos een heel sensueel en gewaagd portret. Staat al deze info af te lezen op het schilderij? Neen, het vraagt opzoekingswerk om je te verdiepen in de persoon die afgebeeld staat, de tijd waarin ze leefde, en de kunstenaar. Maar geloof me dit is het leukste gedeelte van de jacht! Wil je Hortense graag ontmoeten? Trek dan naar het Snijders & Rockoxhuis in Antwerpen, daar is ze nog te bewonderen tot eind 2020.

Van oude meesters naar post-war, van wall power naar staying power

Na wat omzwervingen kwam ik verrassend terecht bij de post-war fotografe Lillian Bassman. Je hoort wel eens ervaren collectioneurs geheimzinnig spreken over hèt moment dat een werk overgaat van wall power naar staying power. En hoe meer ik begon te graven in het leven van de geportretteerden maar vooral ook van de fotografe, hoe meer dit een kanshebber leek. De Amerikaanse fotografe Lillian Bassman werd in 1917 in de Bronx geboren in een immigrantengezin. Als vrijgevochten vrouw bouwde ze een carrière uit in modemagazines. Ze klom op tot art director bij Harper’s Junior Bazaar. Zo kwam ze in contact met beroemde fotografen zoals Richard Avedon en Robert Frank. Lillian wou geen copycat zijn van haar mannelijke collega’s. Ze begon te experimenteren in een eigen, gewaagde stijl met foto’s van fotomodellen. Ze rekte de lang genekte meisjes nog verder uit en vervaagde de beelden tot ze in feite bijna verdwenen.

De fotomodellen uit de jaren ’50 en ’60 hadden nog niet de sterrenstatus van nu. Ze konden nog anoniem over de straat in New York lopen. Weggeplukt van die straten werden ze in een studio gedropt om de mooiste jurken aan te trekken en een droombeeld van elegantie tot leven te wekken. Deze meisjes werden niet opgeleid tot topmodel en sommigen zouden geen eerste prijs halen voor verfijnde manieren. Sois belle et tais-toi. Eén van modellen was Barbara Mullen. Het mager invalmodel, the replacement girl, werd de muse van Lillian Bassman. Het leverde haar de meest iconische foto’s op, die de hoogste veilingprijzen haalden.

Bassman werd bekend in een periode dat fotografie ook als een kunstvorm werd geaccepteerd. De modellen evolueerden mede dankzij Bassmans foto’s van stille onbekenden naar mondige supersterren. Ze gaf de meisjes een stem. Lillian kon echter niet altijd goed om met de arrogante houding die deze evolutie met zich meebracht. Uiteindelijk gaf ze er de brui aan en vernietigde het grootste gedeelte van haar fotomateriaal, behalve één afvalzak met nog 100 negatieven.

En ja, net zoals in een Hollywoodklassieker werd deze zak in de jaren ’90 per toeval ontdekt door fashion curator Martin Harrison. Hij moedigde Lillian aan om terug aan de slag te gaan met de foto’s. Deze keer maakte ze in de ontwikkeling haar eigen keuzes, in volle vrijheid. Haar eigen aanpak werd gesmaakt! Lillian stelde tentoon in Londen, Hamburg en Parijs. Haar foto’s zijn opgenomen in de collecties van the Museum of Fine Arts in Boston en the Fashion Institute of Technology in New York.

De verhalen achter de geportretteerden, de opmerkelijke fotografe en de boeiende tijdsgeest waarin ze leefden, verzekeren de staying power van deze foto’s in mijn eigen feminine kunstcollectie. De foto’s zijn echter, afhankelijk van het onderwerp en oplage, pittig geprijsd. Naar verluid is een Amerikaanse journalist in 2018 gestart met een biografie over Lillian Bassman. Even afwachten wat dat oplevert.

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op