Valse Matisse in Parijs’ museum

Professor Lieven Annemans vestigde deze week de aandacht op een tot nu toe onderbelicht probleem, lees ik deze ochtend in De Standaard en ik verslik me bijna in mijn kop verse koffie. voor wie meer dan 4.000 euro per maand heeft, veroorzaakt nóg meer geld een daling van het geluksniveau: geluksdeprivatie is de (eveneens) dure term die deze lading moet dekken. Luxeartikelen, snoepreisjes en brandstofverslindende wagens bieden geen soelaas. Wie geen toegang heeft tot deze wereld kan altijd terecht in de illegale wereld van de namaak. Voor The Art Couch maakten we gebruik van een (snoep)reisje naar Parijs om even binnen te wippen bij het (te) onbekende Musée de la Contrefaçon.

Het was geleden sinds 1993 dat ik het museum betrad. 25 jaar geleden reed ik op een zotte zaterdag op mijn eentje naar de Lichtstad om mijn eindwerk een beetje luister bij te zetten. Reeds enkele jaren was ik in de ban geraakt van namaak en de gevolgen op de wereldeconomie. Als geen ander kon ik een Rolex van een Lorex onderscheiden en ook Carlier en Cartier vielen genadeloos door de mand. Al moet ik toegeven dat voor deze laatste creatieve vervalsers prachtige nieuwe versies van de letter ‘t’ uitdokterden.  Het was dan ook met zekere schroom dat ik zoveel jaar geleden aanbelde aan de majestueuze inkompoort waarachter het kleine museum schuilgaat. Ik vertrok een uurtje later met kilo’s papier en de wetenschap dat ik voldoende materiaal had om zeker een grote onderscheiding uit de brand te slepen.

25 jaar later – het lijkt wel een nieuwe roman van Alexandre Dumas –  tref ik dezelfde gesloten poort aan. Het was op weg naar de Fondation Vuitton dat mijn oog viel op het kleine museum in de Rue de la Faisanderie. Het ironisch toeval wil dat de namaakcollectie is ondergebracht in een statig herenhuis dat op zijn beurt een kopie is van een 17e -eeuws herenhuis dat zich in die tijd in de wijk Marais bevond.

Kiezen tussen namaak en Basquiat, tussen stilte en massa, tussen echt en namaak. Ik besloot Basquiat en Schiele aan mij te laten voorbijgaan en op zoek te gaan naar de kleinere, de onbekendere musea die onvoldoende aandacht krijgen.  Wat meteen opnieuw opvalt,  is de vriendelijkheid van de baliemedewerker die mijn perskaart keurt. Of ik ook even tijd heb om met de verantwoordelijke te spreken? Het museum werd in 1951 opgericht door de Union des Fabricants en had oorspronkelijk vooral een pedagogisch doel voor ogen: wijzen op de schadelijke gevolgen van namaak. Het museum is nog geen 200m² groot en onderverdeeld in zes zalen. Het is er druk. Wellicht veel mensen die de plenzende regen ontvluchten of die er zeker van willen zijn dat de Rolex die hun ’s avonds stiekem wordt aangeboden vanonder een lange regenjas wel echt is. Net zoals zoveel jaren geleden is er voor mij nog niet voldoende structuur in de collectie gebracht. Veel informatie, maar als bezoeker word je een beetje aan je lot overgelaten. Het kan verrassend zijn wat er allemaal nagemaakt wordt. Uurwerken en handtassen zijn wellicht wel de meest bekende voorwerpen, maar ook achteruitkijkspiegels en remschijven blijken niet veilig voor namakers. Winst boven veiligheid. In de laatste zaal wordt aandacht besteed aan namaak in de kunst. Boeken en schilderijen staan achter gesloten glas, alsof ze enige waarde zouden hebben.

Musée de la Contrefaçon is een kleine expositieruimte waar je op een half uurtje rond bent. De moeite om te bezoeken? Als je geïnteresseerd bent in namaak en de gevolgen op de economie en het dagelijks leven zeker, voor anderen een leuke kennismaking met deze wereld. En laat ons eerlijk zijn: hoe vaak krijg je de kans om een Matisse aan re raken … ook al weet je dat deze nagemaakt is.

Author: Yves Joris

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op