Vijf jonge vrouwelijke kunstenaars die de abstracte kunst een nieuw élan geven

Is abstractie nog van deze tijd? Is niet alles reeds op een of andere manier in abstracte vorm verteld? Blijkbaar niet. Je zou kunnen stellen dat het levendiger is dan ooit, zo te zien. Getuige hiervan de horde aan jonge kunstenaars die zich op deze kunstvorm toeleggen, en er op een of andere manier een nieuwe richting aan geven, door nieuwe technieken en materialen te gebruiken, of door voortdurend de -uiteindelijk heel artificiële- grenzen te verkennen tussen abstract en figuratief, tussen academische studie en gevoelsmatige spontaneïteit, tussen controle en toeval ook.

Opmerkelijk is dat veel vrouwelijke kunstenaars dit pad verkiezen. Is abstractie misschien een vrouwelijke eigenschap? Of is het bij uitstek een vrouwelijke manier om vorm te geven aan een rijk emotioneel leven? Geen idee. Het verdient wellicht een diepere analyse.

Niettemin, er zijn een aantal vrouwelijke kunstenaars die internationaal hoge toppen scheren met abstracte kunst. Elk op hun eigen manier tonen ze alvast aan dat abstracte kunst nog lang niet is uitgesproken.

Geniet even mee van een kleine selectie:

Jadé Fadojutimi (1993, Londen)

Abstract betekent niet noodzakelijk gevoelloos, misschien zelfs in het tegendeel. “I want to paint the indescribable: moments that enthrall and challenge me with a stream of questions that continue to build over time,”, vertelt ze, “these include feelings of belonging, struggle, pleasure, conflict.” De complexiteit van menselijke gevoelens, in eenvoudige vormen en lijnen vervat. Nu, eenvoudig is een relatief begrip, haar werk zit vol beweging, connecties, moeilijk te achterhalen patronen, die zeker nooit onberoerd laten.

Han Bing (1986, Shandong)

Figuratie en abstractie, de scheidingslijn is sowieso wellicht artificieel. Voor haar werk laat de Chinese kunstenares Han Bing zich alleszins inspireren door heel concrete beelden van stedelijke landschappen en architecturale elementen, iets wat ze “poems with authors unknown“, noemt. Haar werk heeft daardoor soms iets weg van graffiti, hoewel ze spontaan lijken te ontstaan, uit een moment van “perplexiteit”, zegt ze zelf, dat dan weer aanleiding geeft tot een dynamiek in de opbouw van haar werk, die voor haar volledig klopt.

Trudy Benson (1985, Richmond, Virginia)

Dat abstracte kunst -soms- nog steeds een cerebrale activiteit kan zijn, merk je snel bij het werk van deze Trudy Benson. Haar kleurblokken lijken zorgvuldig bestudeerd en voorbereid, en dat is ook zo, al laat ze in haar werken een even grote rol over voor het toeval, zoals wanneer ze bepaalde vlakken omringt door plakband, waaronder de verf grillige, oncontroleerbare wegen inslaat. Het resultaat oogt alleszins vrolijk, en swingt sowieso de pan uit.

Beatrice Modisett (1985, Washington, D.C.)

“My paintings reference the terrestrial and the corporeal: eruptions, tsunamis, blood vessels, and more”, vertelt ze. Het mag duidelijk zijn: action painting is niet veraf, noch het abstract expressionisme. Ze verft niet, ze smijt eerder met de verf, al is dit ook niet lukraak, gezien ze bepaalde verfstromen in welbepaalde richtingen begeleidt. In zekere zin verweeft ze de verf met haar eigen gevoelsleven, filtert ze het met haar eigen ervaringen “als schilder en als mens.” Een interessant uitgangspunt.

Yevgeniya Baras (1981, Syzran, Rusland)

Het proces dat de Russische Yevgeniya Baras gebruikt is wat meer uitgewerkt, materiëler. “My process is rooted in my feeling for the material and for transforming those materials,” zegt ze. Het kunstwerk-als-object dus. Dit komt door haar materialen, uiteraard, verf gemengd met papier maché, dat haar werk een driedimensionaal karakter verleent. Dik, lijfelijk. En niet volledig abstract, wie haar werk nauwkeurig aanschouwt zal er vaak verwijzingen vinden naar heel herkenbare objecten.

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op

X