Rubriek ‘flaneur op de kunstboulevard’: De kop van Hans Vandekerckhove

De lezer of prentenkijker van de aan de schilder Hans Vandekerckhove gewijde kunstboeken ‘Gimmi Shelter’ en ‘My Head is My Only Home’ kan daarin de fysionomie van ’s kunstenaars hoofd ruimschoots bestuderen. En dan vooral wat dat lichaamsdeel op het eerste gezicht allemaal ontbeert. Zou de toeschouwer de kunstenaar herkennen wanneer hij of zij hem morgen zonder corona-mondkapje ergens onverwacht ontmoet? 

Ik mag voor de kunstenaar van harte hopen van niet.

Hij zou dan immers door het leven moeten als een houten klaas, de armen meestal werkeloos naast het lichaam, als iemand die niet glimlacht, nooit de wenkbrauwen fronst of blijk geeft van bezorgdheid, ergernis, vreugde, zelfvoldaanheid of wat we met onze talrijke gelaatsspieren aan tientallen gemoedsstemmingen kunnen uitdrukken. Hij verliest zich niet in de gulle lach van de levensgenieter, er bereikt ons geen desperate schreeuw vanuit het hoge, duistere Noorden, geen verbazing over het dagelijks loven der zotheid om ons heen. 

Er is zelden een naar buiten gerichte emotie, maar des te meer een blik die het aanschouwde naar binnen zuigt.  

Hans Vandekerckhove, Antony’s Vision, 2014

Zelfportretten?

Vandekerckhove spreekt niet over zelfportretten, maar “aanwezigheden”. De ene kop is inwisselbaar voor een andere, als zinnebeeld voor de mens die bewust kijkend en luisterend in zijn omgeving staat. Waar de term “allegorie”  al vlug de barok of de pathos van de negentiende eeuw oproept, zoekt de kijker hier vergeefs naar brede bewegingen en kleurmassa’s die de menselijke deugden en morele onhebbelijkheden potig in de verf zetten. In het schilderij staat een stroef lichaam dat al zijn aandacht spitst op het kijken en luisteren. Er is geen uiterlijk vertoon van gevoelens, maar des te meer openheid voor waarnemingen. De zintuiglijke aanwezigheid wekt tevens ónze nieuwsgierigheid en onze blik gaat als vanzelf dezelfde kant op naar de verre horizon, de boomkruinen van het omgevende bos of de plasjes licht die op het gebladerte en de bodem vallen. 

Wanneer er een enkele keer toch emotie getoond wordt, is het die van een kind. De blije verbazing bij het zien van een bloem ontlokt een bewonderend en aanmoedigend handgeklap. De bloem lijkt het applaus in ontvangst te nemen en neigt naar haar tegenspeler toe. Het betreft hier wel een man van middelbare leeftijd, van wie men zou veronderstellen dat hij weet wat in de wereld zoal te koop is, door de wol is geverfd, het allemaal wel eens gezien heeft, voor wie de wereld geen verrassingen meer heeft, laat staan een bloem. De kleur oranje geeft voor Vandekerckhove het mystieke weer van de ontmoeting. 

De ronde ogen in de kop zijn lenzen die registreren. 

In het boek ‘Goodbye to Berlin’ legde de schrijver Christopher Isherwood vast wat hij observeerde in het Berlijn van tussen de twee wereldoorlogen. Zijn manier van kijken omschreef hij met de bekende boutade:  “I am a camera with its shutter open, quite passive, recording, not thinking. (…) Some day, all this will have to be developed, carefully printed, fixed.

Ook Vandekerckhove tracht zo onbevooroordeeld mogelijk en niet oordelend in de wereld te staan. Hij kijkt aandachtig en neemt op, zonder onmiddellijk beheerst te worden door de aanvechting te moeten ingrijpen in zijn omgeving. 

(l) Hans Vandekerckhove, (r) ©Howard Sooley

Invloeden

In de jaren negentig kuierden twee toonaangevende Britse tuiniers, Beth Chatto en Christopher Loyd, op het Oost-Engelse kiezelstrand in Dungeness. Plots stelden ze tot hun verbazing vast dat ze al keuvelend ongemerkt in een tuin terecht waren gekomen. Hij was onopvallend in de vlakte opgenomen, zonder grensaanduiding of schutting en gevuld met planten die blijkbaar opperbest gedijden in deze toch aparte omgeving van zout en wind. De avant-gardecineast Derek Jarman had de tuin aangelegd toen hij reeds door aids getekend was. Door aandachtig te kijken had hij geleerd niet tegen de hem omringende elementen in te gaan, maar ermee te leven als een riet dat soepel buigt in de wind. Het handelen van de tuinier wordt immers, en misschien vooral, bepaald door wat hij nu net niet doet. 

Hans Vandekerckhove brengt in een prachtig schilderij een ode aan de creatie van Jarman, die ons in zijn paradijs een plant aanbiedt. 

Hans Vandekerckhove, Gardening at Night, 2002

In september 2019 vestigde David Hockney zich in Normandië om er, ruimschoots op tijd, in de streek van Monet, de komende lente te bestuderen. De lente kwam, het land ging noodgedwongen in lockdown en Hockney besloot voorlopig niet naar het Verenigd Koninkrijk terug te keren. Hij zou van de gelegenheid gebruik maken om in zijn nieuwe omgeving een paar bomen beter te leren kennen. Een paar bomen beter leren kennen! Dat was het ultieme streven van uitgerekend de kunstenaar van wie de bomen die hij gedurende jaren op zijn doeken neerzette zo stilaan een uitgestrekt woud moeten bestrijken. Steeds maar beter leren kijken, is het levensmotto van Hockney, die niet toevallig het onderwerp uitmaakte van Vandekerckhove’s proefschrift.

Belangeloos kijken

Hans Vandekerckhove, Shepard of Trees, 2014

Het is dus geen kijken met reeds een bepaalde planning in het achterhoofd en de kettingzaag in de hand. We staan nogal ‘ns vlot open voor nieuwe indrukken wanneer die op de één of andere wijze vlug gehonoreerd zullen worden. Dan kijken we met de inschattende blik die het berekenende brein voedt en tot actie noopt.  

“Ik woon graag in een bos, maar dan moeten de bomen uiteraard verdwijnen want ik heb ruimte en licht nodig.” Machines zullen aanrukken en de beuken smakken met een griezelige bonk tegen de vlakte. Te midden van deze kaalslag wordt vervolgens een constructie uit de grond gestampt die meestal een geïnspireerd architect het schaamrood naar de wangen jaagt. Ondertussen tekent de tuinarchitect enkele boompjes en als de dame des huizes zich groene vingers aanmeet, zal zij deze manicuren tot heksenbezems. Vervolgens slaat de aangelegde tuin jaarlijks lelijk aan het muiten. Een uitgebreid arsenaal aan werktuigen met benzinemotoren dient te worden omgord, de zwaarden loeiend in de hagen gezet en elk verdwaald blaadje met veel misbaar naar elders geblazen, bij voorkeur bij de gebuur. Deze brengt de dag nadien zijn afweergeschut in stelling. Wat uiteraard de sociale interactie in dergelijke bosverkaveling aanvuurt. 

De belangeloze toeschouwer wordt nogal vlug weggezet als een naïeveling of, godbetert, een idealist. Voor Vandekerckhove is het nochtans door een belangeloze aanschouwing dat we een verantwoordelijke verhouding kunnen onderhouden met onze leefomgeving. Open kijken is niet verzaken aan de realiteit en zal uiteindelijk het opstapje worden naar correct handelen en zorg dragen voor de natuur. Gaan we daarmee om als een goede huisvader of gedragen we ons als conquistadores? 

Voor Hans Vandekerckhove ligt het antwoord hierop in een werk als ‘The Shepherd of Trees’. 


Het boek ‘Gimme Shelter’ van Hans Vandekerckhove is nog beschikbaar bij Copyright Bookshop. Klik hier voor alle info.

Author: André Degeest

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op

X