Open brief: Jan Moeyaert over de besparingen in het cultuurbeleid

Er is al veel gezegd en gedebatteerd over de nota van minister van cultuur Jan Jambon. Alles wat met cultuur te maken heeft initieert sowieso heftige debatten en emoties. Los daarvan zijn er een aantal rationele argumenten die de huidige regering volstrekt negeert om haar eigen, benauwde visie op cultuur aan de samenleving op te leggen. Een van de personen die de laatste dertig jaar van ontzettend groot belang is geweest in ons culturele landschap, en nog steeds is, is Jan Moeyaert, bezieler van onder meer Kunstenfestival Watou en Stadsfestival Damme. Het loont de moeite om zijn geëngageerde en genuanceerde visie over de ‘nieuwe wind’ in het cultuurbeleid te lezen. We publiceren deze hier met zijn toestemming:

Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) kondigde tijdens de Boekenbeurs in Antwerpen aan dat ‘De projectmatige ondersteuning van de kunstensector in een nieuw perspectief wordt bekeken na de doorvoering van de besparingen op deze subsidies’. Als minister van Cultuur wil Jambon naar eigen zeggen de sterktes van het bestaande Vlaamse cultuurbeleid verder uitbouwen, en tegelijk ‘nieuwe accenten leggen om de maatschappelijke, persoonlijke én economische waarde van cultuur te maximaliseren’. In de werkingssubsidies wordt een generieke besparing van 6 procent doorgevoerd. In ‘uitzonderlijke’ gevallen wordt daar wel van afgeweken, met name bij de zeven erkende kunstinstellingen – onder meer de Vooruit in Gent, de Ancienne Belgique in Brussel en Opera en Ballet Vlaanderen – waar de besparing op de subsidies beperkt wordt tot 3 procent. De projectsubsidies zakken dan weer fors, met ongeveer 60 procent van 8,47 miljoen euro dit jaar naar 3,39 miljoen volgend jaar. ‘Het projectenbeleid (…) mag er niet toe leiden dat de illusie wordt gecreëerd dat dit automatisch leidt tot een structurele subsidie’, schrijft Jambon in zijn beleidsnota. ‘Bij de beoordeling gebeurt de selectie prioritair in functie van het potentieel om een internationaal niveau te bereiken. Selectiever kiezen moet ook leiden tot een betere ondersteuning.’ Naast de besparingen zullen de komende vijf jaar ook ‘nieuwe impulsen’ plaatsvinden, zoals in de sector van het cultureel erfgoed – ‘het DNA van onze samenleving’-, in het Vlaams Audiovisueel Fonds en Literatuur Vlaanderen en eveneens in … Bokrijk.

Kan het symbolischer? Bokrijk krijgt meer, de basis van onze creatieve piramide wordt leeggezogen. 60 procent korting op projectsubsidies betekent concreet een drooglegging van ons gerenommeerd cultureel ondernemerschap. Het is immers uit deze humus dat de vele jonge talenten die nu internationaal het mooie weer maken zijn geboren.

Wellicht heb ik het verkeerd begrepen, maar was het in de afgelopen jaren niet de intentie van dezelfde regeringspartijen om ‘startups’ te steunen, tenminste in de jobsector? JobsJobsJobs was toch de mantra van onze beleidsvoerders? Het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie van de Vlaamse overheid en het Agentschap Innoveren en Ondernemen heeft recent aangetoond dat er 171.265 mensen in de creatieve sector werken die samen voor 12,5 miljard euro aan toegevoegde waarde creëren. Alweer een bewijs dat de culturo’s (parlementair taalgebruik) beter scoren dan andere prominente sectoren zoals de chemie- of auto-industrie, waarin eveneens jarenlang zwaar geïnvesteerd werd. De tewerkstelling in de creatieve sector groeide met 26%, die van de Vlaamse economie daarentegen met slechts 6%.

Volgens Pascal Cools van Flanders DC is onze sector ‘naast een bron van verbazing, informatie, emotie, vreugde, schoonheid en vertier vooral dus een economisch powerhouse’. De investering loonde dus, maar toch blijft men zeuren over die vermaledijde ‘subsidie’… Ik heb het al eerder gehad over de flou artistique rond deze term en de willekeurigheid in het gebruik ervan: binnen het economisch landschap is het een investering, bij cultuur en onderwijs heet het subsidie. Is dat intellectueel vol te houden? Ook het woord ‘besparing’ is een tweesnijdend zwaard. De 11 miljoen die ‘geïnvesteerd’ wordt in het beveiligen van de voetbalwedstrijden om de hooligans uit elkaar te houden zouden in de cultuursector geld opbrengen. Dat deze uitgave de sportliefhebber niets maar dan ook niets opbrengt, dat het hier om een verloren investering gaat, geen ziel die er om maalt. Een deel van dezelfde goegemeente zou onze sector graag zien overleven op (meer) privé-initiatief naar analogie met het Angelsaksisch model, maar beseft tegelijkertijd niet dat we in dat geval de tools en wetgeving nodig die dit model toelaat te functioneren. Op al deze vlakken wordt momenteel een vals debat gevoerd. En ook hier ligt de verantwoordelijkheid bij de beleidsvoerders, niet bij de sectoren die geviseerd worden. Laten we ervoor zorgen dat onze verontwaardiging niet resulteert in kannibalisme binnen de sector, maar dat we solidariteit nastreven en de politieke wereld haar mening laten herzien. Zij zou immers niets liever zien dan dat we elkaar, als grote, kleine of middelgrote instellingen, in de haren vliegen.

De geplande besparingsoperatie is niet enkel gebaseerd op onwetendheid, ze is in het geval van het terugdraaien van de projectsubsidies helaas ook dodelijk voor opkomend talent en dient dus met hoogdringendheid herzien te worden. Al helemaal omdat de beleidsnota uitgaat van verkeerde veronderstellingen – ze stelt onder meer dat de projectmiddelen geen evidente toegang mogen verschaffen tot structurele middelen. Laten we, met Dries Doubi van het KunstenfestivaldesArts, kijken naar de voorbije structurele ronde: ‘Er waren een 14-tal instromers, tegenover een 49-tal uitstromers. Waar komt uw angst vandaan dat kunstenaars automatisch denken dat ze recht hebben op structurele subsidies eenmaal ze een projectondersteuning van de overheid hebben gekregen? De kunstenaars van vandaag weten precies wat mogelijk is. Voor velen is een gezelschap niet wenselijk en simpelweg ook geen optie (omdat ze bijvoorbeeld niet uitgebreid toeren). Sommige kunstenaars stromen door naar structurele organisaties (vooral binnen theater), sommigen stoppen. De meesten combineren uiteenlopende precaire jobs om rond te komen. Het is irrelevant om te schermen met het argument dat kunstenaars zogezegd allemaal een vaste structuur willen. Wel relevant is dat de projectenpot de broodnodige ondersteuning biedt voor een veelheid van kunstenaars, waar sowieso slechts enkelen van doorstromen binnen structuren. De onderkant van het kunstenveld moet zo breed mogelijk zijn opdat nieuwe stemmen en esthetieken zich kunnen ontwikkelen. Vele initiatieven verdwijnen vanzelf, andere groeien door.’

De sector reageert verontwaardigd en terecht. En met argumenten die kunnen tellen (letterlijk en figuurlijk). De keuze lijkt me immers duidelijk: men kiest voor behoud en archief en keert zich tegen creatie en innovatie. Populistische kunstvormen die puur entertainment bieden (waar niets mis mee is, en voor alle duidelijkheid, hun talenten vinden ze ook onder de jonge en talentrijke ontvangers van projectsubsidies) krijgen de wind in de zeilen. De collectie van havenmeester Ferdinand Huts wordt al gesuggereerd als mogelijk te ondersteunen verzameling. Men vergeet daarbij dat de The Phoebus Foundation die deze zogenaamd ‘Vlaamse’ collectie beheert niet in Vlaanderen resideert maar wel op het belastingparadijs Jersey. Twee keer aan de kassa passeren heet dat in economische termen. Gert Verhulst en Hans Bourlon zijn de verrassende laureaten van de Jozef Simonsprijs. Deze culturele onderscheiding van de erg Vlaamsgezinde Marnixring werd recent uitgereikt inclusief loftrede door de Antwerpse burgemeester Bart De Wever… Het is nu eindelijk officieel, K3 en co behoren tot de erkende Vlaamse cultuur. Welkom in het Vlaanderen van morgen waarin zij die kunst maken voor het geldgewin nog extra ondersteund gaan worden.

Filosofisch bekeken is behouden ‘conservatief’ en dat lijkt me een ‘defensieve’ instelling – kunst daarentegen is altijd ‘offensief’ en nodigt uit tot kritische reflectie over wie we zijn en hoe we samenleven. Daar clasht de realiteit met het beleid. En dat moet ons bezorgd maken. Een woordvoerder van Vlaams Belang zegde immers in het Eén Journaal: ‘Onze kathedralen en erfgoed vormen de basis van onze cultuur. Hedendaagse kunstenaars kunnen niet gesubsidieerd worden om te spuwen in het gezicht van de Vlaming’. Qua ideologie kan dit tellen. Zijn deze mensen ooit in het theater, bij een dansvoorstelling of een concert aanwezig geweest? Wordt daar aan bashing gedaan zoals zij het op hun niveau gewend zijn? Ik dacht het niet. Mij lijkt vooral dat ze bang zijn van de verbindende kracht van ons verhaal. En dat ze daarom een zwijgende cultuursector voor ogen hebben, evenals een volgzame sociale sector en lamgeslagen middenveld.

De beleidsnota vermeldt onze internationale excellentie. Dat is mooi. Maar heb dan de ambitie om deze te blijven ondersteunen door niet enkel de top maar ook de basis een garantie te bieden om door te gaan. Volgens Dries Doubi zijn ‘de Vlaamse grondstoffen kennis en creativiteit. Waarom zo hard snoeien in een domein dat fundamenteel bijdraagt tot de uitstraling van deze regio? Deze uitstraling is enkel mogelijk door golven van nieuwe kunstenaars waarvan de meerderheid met projectsubsidies beginnen. Uw beleid zal op middellange termijn destructief zijn voor de kunsten en zodoende de internationale uitstraling van Vlaanderen waarop u zo graag wil inzetten.’ Hij stelt ook dat ‘de grote instellingen het veld dragen en zorgen voor een internationale uitstraling (…) een Franse benadering van de kunsten is, zij het dat in Frankrijk de budgetten van de culturele instellingen vijf keer hoger zijn. De kracht van Vlaanderen zit in zijn fijnmazigheid, zijn veelzijdigheid, zijn diversiteit van stijlen en stemmen.’

Onze Franstalige landgenoot Camille de Rijck gebruikt in dit kader dezelfde argumenten die ook ikzelf vaker aanhaal: “Peu de régions, dans le vaste monde, doivent tant à la culture. Des polyphonistes flamands qui sont allés en Toscane forger les premiers sons d’une musique bientôt Européenne, aux Primitifs flamands – Van der Weyden, van Eyck – dont la recherche est l’un des socles de la Renaissance et qui surent recevoir Brueghel ou Rubens. Du théâtre contemporain et de la danse, Ivo van Hove, Anne Teresa de Keersmaeker, Jan Fabre sont des phares. Et combien de géants ce petit bout de terre fertile a-t-il offert à l’art contemporain ? Même les plus grands écrivains Belges francophones sont flamands : Maeterlinck, Rodenbach, Ghelderode. Et la musique ancienne ? Qui se souvient des Kuijken qui furent les modèles de plusieurs générations ? La Flandre leur a déjà réglé leur compte, à eux. La Flandre vit-elle de ses nano-technologies ou de ses édiles aux cheveux gras ? Son nom est-il inscrit pour toujours dans la mémoire collective grâce à quoi que soit d’autre que la culture ? Comment ce lieu de richesse et de magie, parmi les plus beaux du monde, comment des villes comme Bruges, Anvers, Gand tolèrent-elles qu’on profane leur histoire?’

We moeten er alles aan doen om het roer om te laten gooien. Ín Vlaanderen, op federaal niveau maar ook in Europa waar cultuur nog het enige cement vormt van een voor de rest economisch en politiek vastgelopen project. Maar zelfs daar is er geen echte Commissaris voor Cultuur meer op post… Er is een mentaliteitswijziging nodig, op het allerhoogste niveau. Politici moeten opnieuw naar de theaters komen, niet enkel om te beseffen waar het over gaat, maar veeleer om de kracht van cultuur aan den lijve te ondervinden. Ik vrees dat het ijdele hoop is. Met cultuur haal je immers geen stemmen. Maar zonder cultuur glijden we dan weer af naar een situatie waarin het volk krijgt wat het denkt te mogen verwachten. Niets meer, niets minder. Makkelijk verteerbare kost in onze ‘eigen’ taal en volgens onze eigen ‘waarden’. Panem et circenses. Brood en spelen. En we weten allen dat de val van het Romeinse rijk daar het rechtstreekse gevolg van was…

Jan Moeyaert, 12 november 2019

Author: The ArtCouch

Share This Post On

1 Comment

  1. De tendens om bruut te snijden in ‘cultuur’ is een sluipend gif dat in de vorige legislaturen reeds aanwezig was.
    Ik ben vooral bekommerd om de vele talentvolle jonge veulens die erin slagen om authentiek werk neer te zetten zonder enige vorm van ondersteuning. Ik weet van jonge collega’s die een heel sterk dossier hadden, vriendelijk bedankt waren maar spijtig genoeg geen subsidies konden krijgen, wegens géén geld.

    Er gaan in Vlaanderen geen weekends voorbij waar cultuur ‘vollen bak’ draait, even een greep in ‘elk wat wils’.
    Met name: zaterdag 16 november in Deinze: voetbalmatch Deinze-Dessel, Brielpoort Golden Earing, Leietheater Service Flat door Het Prethuis. Tel alle toeschouwers op, alle medewerkers, alle horecazaken,… maak zelf een financiële analyse, werkverschaffing, jobcreatie, engagement, enthousiasme,…

    En mijnheer Fernand Huts, die zo rijk als De Schelde lang is, stelde zijn privécollectie tentoon in het Caermersklooster,
    nu De Kunsthalle te Gent en dit terwijl andere beeldende kunstenaars ettelijke dossiers hebben ingestuurd zonder gevolg, verticaal geklasseerd op de stapel. SCHRIJNEND.

    Oproep aan alle kunstenaars om het GELE VLAK verder te zetten.

    Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op