Ze maken een bevreemdende, Lynchiaanse indruk, de foto’s van de Amerikaanse fotograaf Jeff Bark (1963, Duluth, Minnesota). Ze hebben iets kunstmatigs, alsof ze met behulp van AI tot stand kwamen, en doen denken aan de foto’s van Gregory Crewdson, Jeff Wall, Cindy Sherman, Erwin Olaf en Ruud van Empel. Ook die ogen vaak echter dan echt. De verklaring ligt voor de hand: ze zijn zorgvuldig geënsceneerd en passen daarom in de traditie van de ‘staged photography’. Dat is een vorm van fotografie waarbij de fotograaf als een regisseur alles van tevoren in scène zet om volledige controle te hebben over de wijze waarop zijn of haar idee wordt gevisualiseerd. In Drunk Dad, Barks nieuwe fotoboek, zet hij die lijn consequent verder.
Foto’s als sculpturen
Hoewel foto’s ensceneren al gebruikelijk was in de beginjaren van de fotografie, werd het pas in de jaren tachtig als een apart genre erkend. Sommige fotografen begonnen zich toen te profileren als conceptuele kunstenaars. Hun beelden ontstonden niet langer uit een confrontatie met de werkelijkheid, ze probeerden de werkelijkheid vóór de camera integendeel volledig te beheersen. Door de grenzeloze mogelijkheden aan belichting, onderwerpen, decors, modellen, maquillage, voorwerpen, kledij, poses, standpunten, reflecties en toevalligheden uit te putten, creëerden ze meer dan momentopnamen. Ze zetten de werkelijkheid naar hun hand en boetseerden haar net zo lang tot het indrukken van de sluiter maar bijzaak leek. Ze werkten eerder als een regisseur of beeldend kunstenaar dan als een klassieke fotograaf. Jeff Bark zei hierover ooit dat niets hem meer geluk schenkt dan foto’s maken die eruitzien als sculpturen.
Bark noemt onder meer kunstenaars als David Lynch, Otto Dix, Walt Disney en Eric Fischl als belangrijke invloeden. Een filmmaker, twee kunstschilders en een striptekenaar/tekenfilmmaker. Geen fotografen. Dat zegt veel over zijn aanpak. Barks foto’s hebben duidelijke relaties met de barokke schilderkunst, de historieschilderkunst, het classicisme, het surrealisme, picturale stillevens en films. Maar ook hedendaagse esthetiek is nooit ver weg. Neem de Amerikaanse kunstschilder Eric Fischl (1948), een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de postmoderne figuratieve schilderkunst. Zijn sterk verhalende schilderijen stellen scènes voor waarmee hij achter de façade van de Amerikaanse middenklasse kijkt en menselijke afgronden blootlegt. Vaak legt hij de focus daar waar je normaal gesproken zou wegkijken. Fischl plaatst zijn onthullende analyses meestal op onschuldige plaatsen zoals stranden of huiskamers. Zijn beeldtaal is soms aanstootgevend en obsceen, maar soms ook discreet en zeer esthetisch – elementen die je ook terugvindt in Barks werk.

©Jeff Bark
Vervaldatum
Debet aan Barks zin voor esthetiek is de periode waarin hij als modefotograaf werkte – de jaren tachtig – en zijn foto’s gepubliceerd zag in magazines als Vogue, Dazed & Confused, V Magazine en POP. Op die foto’s is zijn uitzonderlijk gevoel zichtbaar voor huid en textuur, kleding en naaktheid, poses, glamour, kunstmatige belichting en decoratieve composities. Het was pas later dat hij een persoonlijker autonoom oeuvre tot stand bracht. Een waarin schoonheid vaak wordt gecombineerd met verval, dood, ongemak of dreiging. Dat was heel goed te zien in zijn veelgeprezen fototentoonstelling en serie van filmische tableaus Goldenboy, die in 2014 in première ging bij de Hasted Kraeutler Gallery in New York.
De serie oogt als een verzameling zonovergoten foto’s die in de jaren tachtig in een achtertuin in Zuid-Californië werden gemaakt. Een gegeven dat gebaseerd is op Barks eigen jeugd. Op achttienjarige leeftijd verhuisde hij van Minnesota naar Californië en nam er in een soortgelijke achtertuin zijn allereerste foto’s. In werkelijkheid bouwde en ensceneerde Bark deze hyperrealistische achtertuin minutieus in zijn studiogarage in Upstate New York – ten noorden van New York City – om de omgeving volledig te kunnen controleren. De beelden tonen een gebruinde en gespierde jonge man die zich ontspant in een idyllisch, warm geel licht. Zijn jeugdigheid contrasteert met een onderliggende sfeer van chaos en verval, verpersoonlijkt door dode palmbomen, rondslingerende plastic bekers, lege drankflessen, tot moes geknepen fruit en een duistere, melancholische sfeer. Tijdens de vernissage van de tentoonstelling in New York werden aan de foto’s nog zintuiglijke elementen toegevoegd om Californië na te bootsen, waaronder een warme gloed, de geur van zilte zeelucht en levende parkieten.
Wat Bark hier deed is eigenlijk heel schilderkunstig. Hij gebruikte de traditie van het naakt en het stilleven. Het lichaam is het centrale beeldmotief, terwijl de voorwerpen eromheen functioneren als een soort vanitas. Bloemen en vergankelijke materialen kunnen verwijzen naar de teloorgang van schoonheid en jeugd. Het beeld krijgt daardoor een ondertoon die veel minder geruststellend is dan de eerste indruk doet vermoeden. Over verval zei Bark ooit dat het interessant en mooi is en dat we er allemaal door omgeven zijn. En ook dat er een vervaldatum staat op alles en dat een foto die vervaldatum voorgoed vasthoudt.
Rome in New York
Dat Barks foto’s een picturaal aanzien hebben van lang vervlogen tijden is geworteld in zijn jeugd. Als kind tekende hij na schooltijd urenlang in de herberg van zijn grootmoeder. Niet wat er in zijn hoofd omging, maar afbeeldingen van schilderijen uit de Renaissance. Die koos hij uit bibliotheekboeken. Tegelijk onderging hij de invloed van de honderden centerfolds waarmee de wanden van de herberg waren behangen. Later trok hij als jonge fotograaf naar Italië voor een Grand Tour: de historische reis die kunstenaars door het land maken om de klassieke kunst en renaissancekunst te bestuderen. Het voelde voor Bark aan als een bruusk ontwaken. De invloed ervan is terug te vinden in de monografische catalogus Paradise Garage uit 2017, die hoort bij de gelijknamige tentoonstelling in het Palazzo delle Esposizioni in Rome, gecureerd door Alessio de’Navasques. De expo omvatte meer dan vijftig nieuwe foto’s, geïnspireerd door Rome. Bark maakte ze in zijn garagestudio in Upstate New York.
Hij bouwde zijn studio om tot een soort fictieve Romeinse wereld. Nu eens creëerde hij er een barok paleis of een Italiaans landschap, dan weer een kabinet van curiositeiten, een stilleven of een plek voor monumentale portretten. De foto’s zijn dus in de Verenigde Staten gemaakt, maar doen alsof ze Italië tonen. De officiële tentoonstellingstekst spreekt over interieurs, stillevens, natuurlijke landschappen en ‘cabinets of curiosity’. Bark combineerde daarin verwijzingen naar kunst uit het verleden met vreemde, hedendaagse details, zoals voorwerpen die hij vond op onder meer Amerikaanse vlooienmarkten. Het leidde tot foto’s die aandeden als hedendaagse historieschilderkunst. Tegelijk illusie én ontmaskering van die illusie.
Masculiene maatschappij
Drunk Dad is althans inhoudelijk een heel ander boek dan Paradise Garage. Barks fotografische werkwijze bleef grotendeels dezelfde, maar hij legde deze keer de klemtoon op andere, vaak zere plekken. Drunk Dad gaat over verslaving, een vader-zoonverhouding, herinnering, mannelijkheid en trauma. De aanleiding was de alcoholverslaving en verdrinking van Barks vader. Het boek bevat geen inleiding of begeleidend essay, alleen enkele ultrakorte teksten van de fotograaf zelf. De eerste is een geïsoleerde zin op een verder blanco bladzijde: ‘I was 18 the summer my dad drowned.’ Het staat er haast terloops, als een losse notitie, of als de beginzin van een verhaal of roman. Enkele pagina’s verder staan drie zinnen, opnieuw omringd door een grote hoeveelheid wit. ‘I grew up in a small town in Northern Minnesota. Masculinity was often judged by how much you could drink.’ Daarna volgt een witregel, gevolgd door de derde zin: ‘The men in my town took this very seriously.’
Je hebt maar weinig verbeelding nodig om je bij die vier nuchtere zinnen iets voor te stellen. Zeker wie doordrenkt is van de Amerikaanse cultuur ziet onmiddellijk een beeldenstroom voor zich opdoemen. Denkt bijvoorbeeld aan westerns waarin revolverhelden in een saloon de ene na de andere bourbon achteroverslaan zonder dat het hun schietvaardigheid beïnvloedt. Of herinnert zich scènes uit de thrillers van de Afro-Amerikaanse auteur S.A. Cosby waarin de overwegend zwarte hoofdpersonages urenlang ‘eigenstook’ drinken uit weckpotten. Het zijn clichématige beelden die een ongemakkelijke waarheid blootleggen: dat je als man moet kunnen drinken om erbij te horen, zeker in een masculiene maatschappij als de Amerikaanse, die gehuisvest is op pioniers die moesten strijden voor een lapje grond. En dat dat de normaalste zaak van de wereld is, terwijl het in werkelijkheid om een verslaving gaat die tot een voortijdige dood kan leiden. De Amerikaanse droom ontwricht.
©Jeff Bark
All American hero
Wil dat nu zeggen dat Drunk Dad een autobiografisch fotoboek is? Niet helemaal. Bark maakte er geen reportage van over zijn vaders alcoholisme en over de trauma’s die hij er als kind aan overhield. Hij probeerde integendeel zijn ervaringen fotografisch te reconstrueren via fictie, herinnering en enscenering. Net als voorheen gebruikte hij opnieuw zijn garage als studio en vormde ze om tot Lynchiaanse decors en stillevens, waarin hij acteurs vooraf bepaalde poses liet aannemen. Daarnaast fotografeerde hij in en rond zijn geboorteplaats in het noorden van Minnesota om het pseudoautobiografische karakter van Drunk Dad te versterken. Het grote verschil met Paradise Garage is dat in die fotoserie de wereld grotendeels fictief is, terwijl er in Drunk Dad een persoonlijke herinnering schuilgaat achter de fictie. Uitgeverij Lannoo beschrijft de foto’s in een perstekst dan ook als fragmenten van een verhaal waarvan de kijker zelf het emotionele landschap moet reconstrueren.
Grosso modo kunnen de foto’s in Drunk Dad worden ingedeeld in beelden die achtereenvolgens doen denken aan Disney, Edward Hopper en David Lynch. Disney om de verwondering, de fantasie en de Amerikaanse droom die eruit spreekt. Hopper om de leegte, het isolement en de eenzaamheid die ze uitstralen, en David Lynch om de droomlogica, de verontrustende banaliteit en de ambiguïteit die ervan uitgaat. Een voorbeeld van een foto die aan Disney doet denken, is die van een brandweerman met een bierflesje aan de lippen. Je ziet zo dat het om een ‘geregisseerde’ foto gaat, genomen in Barks garagestudio. In de achtergrond is een illusoir landschap zichtbaar. Dat alleen al doet aan Disney denken. Dan heb je de brandweerman zelf. Hij ziet er beroet uit, draagt de sporen van een brand die hij mee heeft helpen bestrijden. De Amerikaanse droom die eruit spreekt is die van een ‘all American hero’ die na afloop van een hachelijk avontuur een biertje drinkt om te bekomen. Dat heldendom wordt nog versterkt door zijn blauwe ogen en door de tattoos van een roofvogel, een revolver en sparren of dennenbomen op zijn bovenarmen, in zijn hals en op zijn borst.
©Jeff Bark
Ambigu
Daarnaast zijn er tal van foto’s in Drunk Dad te zien die verwijzen naar Edward Hopper en diens befaamde schilderijen van solitaire figuren in urbane landschappen. Op pagina 48-49 zien we een jongeman met alleen een witte onderbroek aan languit in een mosgroene zetel zitten. Met zijn linkerhand omklemt hij een bierflesje, zijn rechterarm steunt met de elleboog op een kastje naast de zetel. Met zijn gekromde rechterhand ondersteunt hij zijn hoofd, dat zich in schuine stand bevindt. Zijn halfdichte ogen en de zorgelijke trek om zijn mond bevestigen dat hij zich niet goed in zijn vel voelt. Hij ziet er terneergeslagen uit. Is hij een alcoholicus die verwijst naar Jeff Barks vader? We weten het niet en net dat maakt de foto’s in Drunk Dad zo ambigu. Volgens ons probeert Bark niet om zijn vader fotografisch te reconstrueren, maar wel de emotionele werkelijkheid van zo’n vader te vatten. Het verklaart ook waarom de uitgever de foto’s omschrijft als ‘painfully honest and hauntingly ambiguous’: ze zijn persoonlijk en eerlijk, maar tegelijkertijd bewust dubbelzinnig.
Talrijk zijn de beelden in Drunk Dad die een Lynchiaans karakter hebben. De films van David Lynch kenmerken zich door een surrealisme waarin het alledaagse en het sinistere samenkomen. Een van de foto’s bij deze bijdrage is daar een goed voorbeeld van. We zien een naakte man met de benen over elkaar zitten in een protserige zetel met bloemenmotief. Over zijn hoofd draagt hij een zak die uit dezelfde stof lijkt gemaakt als die van de zetel. Vreemd is dat ook zijn naakte lichaam is beschilderd met hetzelfde bloemenmotief, een procedé dat doet denken aan de foto’s van de Chinese fotograaf Liu Bolin. Die maakt zelfportretten waarbij hij zijn kleren beschildert in dezelfde kleuren als de achtergrond waartegen hij zich bevindt, zodat je hem in zijn foto’s letterlijk moet proberen te detecteren. Nog vreemder is dat aan de man zijn blote voeten speelgoedlegervoertuigen te zien zijn, net als enkele op de vloer liggende plastic soldaatjes. Ook op het tafeltje naast hem staan meerdere van die soldaatjes. Er staat daarnaast nog een buitenmaatse, brandende schemerlamp op. Sinister is dat een speelgoedsoldaatje met een touwtje aan de houten sokkel van de lamp is vastgemaakt. Bij nader toezien lijkt de kamer waarin de man zich bevindt nog het meest op een blokhut. De wanden bestaan uit horizontale balken en ook de vloer is van hout. Net als sommige scènes in Lynch’s films gaat het om een beeld dat zo onwerkelijk aandoet dat je even niet weet waar je het hebt.

©Jeff Bark
Familiegeschiedenis
Al even talrijk als de beelden met een Lynchiaans karakter in Drunk Dad zijn de foto’s die Bark nam in zijn geboortestreek Minnesota van huizen, straten, landschappen en industriële omgevingen. Ze vormen ongetwijfeld het meest rechtstreekse autobiografische onderdeel van het boek. De landschappen zijn geografisch verbonden met de wereld waarin Bark opgroeide, maar het zijn geen louter documentaire landschappen. In de context van het boek kunnen ze een gevoel oproepen van verlatenheid, wachten, isolement, verlies en dreigend onheil, zonder dat we weten welke concrete herinnering eraan ten grondslag ligt. Dat is typisch Bark: de geografische werkelijkheid is echt, maar de psychologische werkelijkheid geënsceneerd. Of om de allerlaatste, ultrakorte tekst in het boek van Bark te citeren: ‘In the end, it’s more about me than him.’ De ‘staged photography’, die aanvankelijk vooral een esthetische methode was, werd in Barks handen uiteindelijk een instrument om herinnering en familiegeschiedenis te onderzoeken. Dat hij daar met glans in geslaagd is, bewijst het stijlvol uitgegeven Drunk Dad. Geen koffietafelboek, ook al ziet het er zo uit, maar een indringende fotografische analyse en reconstructie van een jeugdtrauma.

Voor meer info over Jeff Bark: https://www.jeffbark.com
Jeff Bark, ‘Drunk Dad’, Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2026, 192 p., hardcover, 59,99 EUR, ISBN 978 90 5996 2880. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen in elke boekhandel of rechtstreeks bij de uitgever.
- ‘Drunk Dad’: nieuw fotoboek van Jeff Bark ontwricht de Amerikaanse droom - oktober 6, 2026
- Van expressionist tot magisch realist: retrospectieve Jef van Tuerenhout in Mechelen - september 19, 2026
- Duizelingwekkend modern: Léon Spilliaert in dialoog met hedendaagse kunstenaars te Brussel - september 8, 2026





