Biografieën om te lezen deze zomer (#2) Manet en Morisot in ‘Verscheurd Parijs’

Om het even welke soort kunst hij maakt, elke kunstenaar is een kind van zijn tijd. Daaraan valt niet te ontkomen. De vraag is hoe sterk de omstandigheden de persoon beïnvloeden, en, in het geval van een kunstenaar, hoe zijn werk zich tot de gebeurtenissen verhoudt.

Voor wie in Parijs vertoefde, waren de gebeurtenissen van 1870-1871 ronduit afschuwelijk. De bezetting door de Pruisen, met hongersnood en talrijke ziektes tot gevolg, werd gevolgd door de Commune en de Franse burgeroorlog, met haar verschrikkelijke semaine sanglante. Parijs leefde maandenlang onder immense druk, ten prooi aan wrede ontbering en met een uiterst bloedige afloop. In dit Parijs waren nog een handvol kunstenaars aanwezig: Courbet, Manet, Degas en Morisot, maar evengoed iets minder bekende, al daarom niet minder belangrijke kunstenaars als Regnault. Hoe beleefden zij deze tragische gebeurtenissen, en vooral: hoe verwerkten ze die in de kunst die ze nadien maakten? Het is het onderwerp van deze boeiende studie van de Australische kunstcriticus Sebastian Smee, van wie eerder al een interessante studie over de rivaliteit tussen kunstenaars in het Nederlands verscheen.

Smee neemt geduldig zijn tijd vooraleer hij die vraag beantwoordt, maar dat heeft zeker zijn reden, want het antwoord op de centrale vraag verdient een delicate en genuanceerde analyse. Zonder inzicht in de evolutie die de kunst in de voorafgaande decennia doormaakte, en in de onderlinge verhoudingen tussen de protagonisten, riskeer je te snel tot al te makkelijke conclusies te komen.

Frankrijk beleefde in de 19e eeuw een woelige periode, die iedereen dwong positie te kiezen. Alle kunst is politiek; zelfs de grote werken en kunstenaars die ons zijn bijgebleven, kunnen enkel ten volle begrepen worden in het licht van de maatschappelijke context van hun tijd. Zo kan je het oeuvre van Manet pas werkelijk begrijpen wanneer je ook zijn politieke overtuigingen begrijpt. Als anti-imperialist, en dus tegenstander van Napoleon III, maakte hij van zijn werk vaak een statement, een houding die hij ook buiten zijn kunst doortrok. Een prestigieuze kunstprijs weigerde hij om redenen die we ons in de huidige tijd best opnieuw in herinnering brengen: “Wanneer de staat prijzen uitdeelt eigent deze zich de smaak van het publiek toe. Deze interventie is fataal voor de kunstenaar, die erdoor wordt misleid wat zijn waarde betreft, en fataal voor de kunst, die erdoor wordt veroordeeld tot uiterst steriele middelmatigheid.” (p. 171)

Smee schetst een boeiend beeld van deze ontwikkelingen en van de manier waarop kunstenaars zich daarin bewogen, met bijzondere aandacht voor de directe voorlopers van de impressionisten en voor de oorsprong van hun vernieuwende aanpak. Voor de ene lezer vormt dit een gecondenseerde introductie, voor de andere een nuttige opfriscursus.

In het tweede deel beschrijft Smee levendig de gebeurtenissen en de omstandigheden van die dramatische jaren, waarin de kunstenaars weliswaar de rode draad vormen, zonder daarom zelf het hoofdthema te zijn. Dat hoeft ook niet te verbazen, aangezien de meesten te diep in de gebeurtenissen verwikkeld waren: ze wierpen zich met volle overgave en enthousiasme in de strijd, of werden, zoals Courbet, die al te oud was voor actieve deelname, ingezet om de kunstschatten van Parijs te helpen redden. Maar evengoed werpt de schrijver zijn licht op het belang van Nadars ballonnen of op de onvermijdelijke Victor Hugo in deze ontwikkelingen.

De kunstenaars hadden zelf te maken met de ontberingen en de permanente angst die Parijs teisterden, en waren getuige van de bloedige taferelen van de burgeroorlog. Hebben ze deze trauma’s in hun kunst verwerkt? In het derde hoofdstuk werpt Smee zich op als kunstcriticus. Het antwoord is verrassend, aangezien de kunstenaars het onderwerp als dusdanig lijken te hebben vermeden. Een van zijn conclusies geeft de schrijver al in de introductie prijs, wanneer hij over het werk van Morisot schrijft: “Ze schilderde niet enkel de vergankelijkheid van het licht, maar ook de wezenlijke breekbaarheid van het leven zelf” (p. 8). Zonder de feiten en hun impact expliciet in hun kunst te hebben verwerkt, blijkt die impact toch in de nuances en interpretaties van hun werk terug te vinden. In tijden waarin alles ons wordt ingeprent via ‘ready-made’, onmiddellijk te begrijpen beelden, draagt dit boek een belangrijke boodschap in zich: het is in de nuances en subtiliteiten, en in het geduldig doorgronden van een oeuvre, dat we de ware omvang ervan pas kunnen begrijpen.


Sebastian Smee – Verscheurd Parijs
Uitgeverij spectrum, 414p
2024
EAN 9789000372584


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op