Armando kennen we vooral als schilder en beeldhouwer, en binnen zijn Nul-periode als de kunstenaar van metalen platen, bouten, prikkeldraad en andere industriële materialen. Minder bekend is dat hij in diezelfde jaren ook installaties maakte waarin niet langer het afzonderlijke object, maar de ruimte en de ervaring van de bezoeker centraal kwamen te staan. Precies dat aspect belicht het Stedelijk Museum Schiedam in Armando Radicaal – De Nul-jaren in een nieuw licht.

Armando voor zijn installatie ‘Autobanden-wand’, 1962 in Stedelijk Museum Amsterdam, c/o Pictoright Amsterdam 2026, foto Ad Windig, Maria Austria Instituut.
Tussen 1961 en 1965 maakte Armando samen met Jan Schoonhoven, Henk Peeters en Jan Henderikse deel uit van de Nul-groep, de Nederlandse tak van de internationale ZERO-beweging. Die ontstond eind jaren vijftig als reactie op de expressieve, vaak emotioneel geladen schilderkunst van de voorgaande generatie. In plaats van de persoonlijke toets van de kunstenaar centraal te stellen, zochten kunstenaars naar neutraliteit, herhaling, seriële structuren, industriële materialen, licht en beweging.
Het ging niet zozeer om een kunst zonder betekenis, maar om een soort nulpunt: een poging om opnieuw te beginnen, voorbij het individuele gebaar en de romantische idee van de kunstenaar als genie. Een alledaags object hoefde daarbij niet langer vermomd te worden als kunst. Het kon net door herhaling, isolatie of verandering van context een andere intensiteit krijgen. “Alles was mooi, ik voelde me één groot oog”, blikte Armando later terug op die periode. Die uitspraak vat misschien beter dan welke theorie ook samen waar Nul naar zocht: een andere, meer directe manier van kijken.
De tentoonstelling in Schiedam brengt voor het eerst vier installaties van Armando samen. Daaronder Autobandenwand uit 1962, opgebouwd uit identieke industriële banden. Hun banaliteit verdwijnt niet, maar wordt door de schaal en de herhaling juist scherper zichtbaar. Wat normaal functioneel en haast onopgemerkt blijft, krijgt plots een formele en bijna monumentale aanwezigheid.
Nog uitgesprokener is Zwart water uit 1964, ontstaan na een bezoek aan een verffabriek. Grote bakken met zwarte verf inspireerden Armando tot een installatie waarin de schijnbaar onpeilbare diepte van het donkere oppervlak en de belichting samen een bijna mystieke ervaring oproepen. Dat is interessant, omdat het toont dat Nul nooit uitsluitend koel of rationeel was. Achter de neutraliteit kon ook verwondering, vervreemding of zelfs dreiging schuilgaan.
Ook de vroege, ongetitelde installatie uit 1958 krijgt bijzondere aandacht. Het werk wordt voor het eerst sinds zijn oorspronkelijke presentatie opnieuw uitgevoerd. Samen met 5 rode en 5 zwarte vaten uit 1964 maakt het duidelijk hoe Armando al vroeg industriële producten inzette om de traditionele grenzen van schilderkunst en sculptuur open te breken.
Achteraf gezien krijgen die materialen bovendien een extra lading. Staal, prikkeldraad, bouten en vaten lijken vooruit te wijzen naar thema’s als macht, geweld en herinnering die in Armando’s latere oeuvre veel nadrukkelijker aanwezig zouden zijn. De schijnbare neutraliteit van Nul blijkt daardoor minder onschuldig dan ze op het eerste gezicht lijkt.
Het museum brengt die historische installaties bewust in dialoog met hedendaagse kunstenaars. Zalán Szakács, Gabey Tjon a Tham en het collectief Touki Delphine werken eveneens met licht, beweging, ruimte en waarneming. Zo wordt zichtbaar hoe ideeën uit de Nul-beweging vandaag nog doorwerken, zij het met andere middelen en vanuit andere vragen.
Armando Radicaal – De Nul-jaren in een nieuw licht toont zo niet alleen een minder bekend hoofdstuk uit Armando’s oeuvre, maar ook hoe radicaal de stap ooit was om kunst los te maken van het individuele gebaar en opnieuw te laten ontstaan uit materiaal, ruimte en ervaring.



Zalán Szakacs, ‘Topia’, 2019, Licht-installatie, 15 min, 10 x 3 m, Foto Cristoph Wimmer
Gabey Tjon a Tham, Red Horizon, 2014, Multimediale installatie, variabele afmetingen, Foto Maurice Tjon a Tham
Armando, ‘Zwarte bouten op wit 2/61’, 1961, Stalen bouten en alkydverf op paneel, rubber, 122,5 x 122,5 cm, Collectie Rüdiger Weng, Düsseldorf
De tentoonstelling loopt van 14 november 2026 tot en met 17 mei 2027 in het Stedelijk Museum Schiedam.
- Armando Radicaal – de Nul-jaren opnieuw bekeken - oktober 14, 2026
- Marc Chagall – wanneer verbeelding materie wordt - oktober 8, 2026
- Tapta en Donald Judd, een visuele ontmoeting in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten - september 29, 2026



