Tussen grote namen en kleine ontdekkingen, een kort overzicht van de Belgische kunstgeschiedenis bij Intra Muros, De Pinte

Toegegeven, het doet wat vreemd aan om enkele van de grote namen uit de Belgische moderne kunstgeschiedenis in een — met alle respect — kleine kunstgalerie in De Pinte te zien opduiken. Toegegeven, je zal er geen topwerken te zien krijgen, maar dat heeft dan weer het voordeel van de verrassing. Zoals de fijne tekeningen van Gustave Van de Woestyne, Ensor of Rik Wouters — je krijgt die nu eenmaal niet zo vaak te zien — of een groot naakt van Permeke.

De kleinschalige expo heeft niettemin ook aandacht voor meer constructivistische kunstenaars als Luc Peire, maar die wisten enigszins aan mijn aandacht te ontsnappen. Die werd vooral getrokken door twee kunstenaars wier namen mij helemaal onbekend waren — wat op zich niet zo verrassend is. Het biedt me alleszins een mooi alibi om wat verder onderzoek te doen.

Willem Van Hecke is zo’n kunstenaar die ergens tussen de platgestreken hoofdstukken van de Belgische kunstgeschiedenis lijkt te zijn blijven hangen, al biedt zijn artistieke traject tegelijk een soort gecondenseerde blik op een stukje van de evolutie ervan. In zijn vroege werk zijn nog echo’s van het Vlaamse expressionisme te herkennen, maar gaandeweg reduceerde hij zijn figuren steeds verder tot bijna archaïsche menselijke types. In het kleine, ongetitelde werk uit 1954 dat op de expo hangt, is dat proces zo te zien volop aan de gang. De menselijke figuur is met nerveuze zwarte lijnen opgebouwd, deels stuntelig, maar juist daardoor heel aanwezig. Het lange lichaam, het scheve hoofd en de haast kinderlijke manier waarop handen en ledematen worden weergegeven, geven het werk iets broos en unheimlich: een zoektocht naar de essentie die weliswaar niet uniek is binnen de kunstgeschiedenis, maar daarom niet minder verrassend.

Nog sterker werd mijn aandacht getrokken door Vrouw met hond uit 1932 van Armand Vanderlick. Vanderlick volgde lessen aan de academies van Molenbeek en Brussel en vestigde zich in 1928 in Sint-Martens-Latem, al hield hij zich volgens tijdgenoten grotendeels buiten de bekende kunstenaarskolonie. Het werk uit 1932 behoort tot zijn vroege, uitgesproken zwart-witte periode, die hij zo te zien niet heel lang heeft aangehouden. Ondanks de grijze tinten en de nadrukkelijke verfstreken weet hij het tafereel iets opvallend teders en intiems mee te geven. Een criticus omschreef Vanderlicks werk ooit als doordrongen van een “stille en bevreemdende sfeer”, en precies dat lijkt hier raak getroffen. Misschien was het net die onverwachte combinatie van vervorming en zachtheid die mijn blik wat langer aan het schilderij deed kleven.

De expo heeft zo voor iedereen die de kunstgeschiedenis wat genegen is iets te bieden. Het is bovendien een verademing om eens niet uitsluitend oog in oog te staan met de gekende topstukken waarmee kunstenaars telkens opnieuw worden vereenzelvigd. Zo compact en gebundeld biedt de tentoonstelling juist de gelegenheid om wat naast de grote kunsthistorische lijnen ligt nader te bekijken, je kennis wat aan te scherpen en minder bekende kunstenaars of kanten van hun oeuvre te ontdekken.

©TheArtCouch


De expo Meli Melo loopt nog tot 25 oktober 2026 bij galerie Intra Muros in De Pinte. Klik hier voor alle info.


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op

Get 30% off your first purchase

Close Welcome Bar