Ze zijn op een hand of twee te tellen: vrouwelijke kunstenaars die tijdens hun leven geroemd werden om hun kunst en de impact die ze hadden op de kunstwereld. Charley Toorop vormt op talrijke manieren een boeiend voorbeeld.
De kaarten liggen van meet af aan bijzonder voor Charley. Als dochter van de succesvolle maar onstuimige kunstenaar Jan Toorop, met half-Indisch bloed, en de Britse Annie Hall, die uit een zeer gelovig en conservatief milieu kwam, droeg Charley een complexe cocktail aan invloeden in zich. Beide ouders zouden regelmatig in conflict komen, al waren er evenzeer pogingen om elkaar tegemoet te komen. ‘Uit deze twee mensen ontstaat mijn conflict,’ zou ze later schrijven. Het verklaart alleszins haar drang om doorheen haar leven haar eigen weg te volgen, al was dat niet steeds de meest voor de hand liggende.
Haar drang naar zelfstandigheid liet zich al snel gelden, eerst als weerbarstig kind, maar vooral toen ze op haar 21ste het huis verliet om samen te gaan wonen met de wat labiele filosoof Henk Fernhout. Met hem kreeg ze drie kinderen, maar de relatie gleed al snel af naar agressie en waanzin, onder meer gevoed door een tomeloze jaloezie om het succes van zijn vrouw. Henk was het begin van een reeks passionele maar vaak complexe relaties, leren we uit deze biografie.
Het boek bewaart een evenwicht tussen verschillende aspecten van Charleys leven: in de eerste plaats haar persoonlijke verhaal en de intense, vaak moeilijke verhouding tot haar ouders — voornamelijk haar vader, die een grote invloed uitoefende op de kunstwereld — maar evengoed haar talrijke relaties binnen de artistieke en intellectuele milieus van deze boeiende periode in de kunstgeschiedenis. Zo passeren onder meer Roland Holst, Calder en Mondriaan (een ‘voorbeeld van zuiverheid’, p. 230) de revue, niet steeds in flatterende termen overigens.
Het boek besteedt ook uitgebreid aandacht aan haar artistieke traject. Van haar vader kreeg ze vermoedelijk het talent mee, maar evengoed de standvastigheid om zich tegen gangbare stromingen en modes in een eigen pad te banen. Haar vader bleef haar artistieke ontwikkeling niettemin volgen en trad vaak op als criticus (‘Ze is ontzettend vooruitgegaan dit laatste halfjaar en ziet haar weg thans zuiverder in’, p. 204). Bij Charley kreeg dit de vorm van een heel eigen expressionistisch-figuratieve beeldtaal, die gerust avant-gardistisch genoemd mag worden. Haar werk viel al snel op in de Nederlandse kunstwereld: ze was van meet af aan aanwezig op invloedrijke tentoonstellingen en kreeg reeds in 1919 een eerste solotentoonstelling.
De biografie gaat diep in op de ontstaansgeschiedenis van een aantal sleutelwerken en de evolutie van haar oeuvre, onder meer aan de hand van haar eigen dagboeken. ‘Ik heb vandaag veel werk vernietigd, ’t is dikwijls zo grof, zo wild, zo zonder diepere noodzaak, soms juist héél zuiver en mooi – dat is de betere ik’ (p. 310). Hoewel haar werk steeds autonoom en tegendraads tot stand kwam, sluipen er niettemin invloeden binnen — van andere kunstenaars en stromingen, maar evengoed van wereldgebeurtenissen, zoals de Eerste Wereldoorlog, die ook de kunstwereld diepgaand ontwrichtte.
Nog boeiender dan haar artistieke evolutie is echter hoe haar werk werd ontvangen. Haar oeuvre werd zeker niet zomaar aanvaard: ‘te behoudend voor sommigen, te radicaal voor anderen’ (p. 471). Dit leidde tot uitgesproken tegenstellingen in de kritiek. Tegenover scherpe aanvallen — ‘Charley Toorop is een vrouw, die zich tot de mannelijke heroïek forceert. Maar zij blijft dan juist larmoyant-pathetisch, huilerig-aandoenlijk.’ (p. 330) — stonden onvoorwaardelijke bewonderaars: ‘Haar wezen is niet traditioneel, maar revolutionair in die zin dat zij niet voortwerkt aan de traditie van heden, maar weer aanknoopt bij vroegere grote cultuurperioden.’ (p. 348). Waar De Gruyter een overdaad aan clichés zag, herkende Bremmer juist een vooruitstrevende visie. Haar werk liet alleszins niemand onverschillig, maar leidde wel tot de merkwaardige situatie waarin Charley Toorop grote bekendheid genoot, maar relatief weinig succes.
De omvangrijke biografie houdt zich strikt aan de feiten. Zelden laat Wessel Krul zich verleiden tot speculatie of interpretatie, wat over 500 pagina’s soms weegt op het leesplezier. Tegelijk bieden de talrijke citaten — zeker die uit Toorops dagboeken — voldoende aanknopingspunten voor een eigen lezing van haar leven en werk. Het boek schetst zo een boeiend beeld van een complexe vrouw die haar eigen weg heeft getraceerd: ondanks de invloed van de kunstwereld, niet in het minst die van haar vader; ondanks de wisselvallige ontvangst van haar werk (‘Maar omdat haar werk op iedere wat grotere tentoonstelling aanwezig was, vaak gepresenteerd met de nodige nadruk, sloop er bij de kijker iets van routine in’, p. 443); en vooral ondanks de talrijke persoonlijke uitdagingen — niet in het minst het opvoeden van haar drie kinderen.
Het resultaat is een genuanceerd portret van een complexe kunstenaar: gerespecteerd en invloedrijk, maar slechts kortstondig erkend als een vernieuwende kracht.

Wessel Krul – Charley Toorop, Een schildersleven
Boom Uitgeverij
Hardcover 680 pagina’s
januari 2026
EAN: 9789024473793
- Drie aspecten van de biënnale van de schilderkunst in MUDEL - juli 4, 2026
- Biografieën om te lezen deze zomer (#3): Charley Toorop - juli 4, 2026
- Ontdek TheArtCouch kunstmagazine met de speciale zomerdeal. - juni 27, 2026



