In het Stedelijk Museum Amsterdam vindt nog tot 1 maart 2026 onder de titel Erwin Olaf – Freedom een postume overzichtstentoonstelling plaats van een van de meest toonaangevende kunstfotografen van Nederland. Zelf onderging Olaf de invloed van onder meer zijn Amerikaanse collega Robert Mapplethorpe, wiens werk hem begin jaren 80 van zijn sokken blies. Olaf was niet alleen fotograaf, maar ook activist en voorvechter van homo-emancipatie. Hij kwam op voor de vrijheid om jezelf te kunnen zijn – een strijd die hij niet alleen voerde met zijn camera, maar ook met films, installaties en de legendarische feesten die hij organiseerde in Amsterdamse clubs. Een portret in woorden van een fotograaf voor wie freedom meer was dan just another word for nothing left to lose.
Kunst als wapen
Erwin Olaf werd geboren te Hilversum op 2 juli 1959 als Erwin Olaf Springveld. Na zijn middelbareschooltijd studeerde hij fotografie aan de School voor Journalistiek te Utrecht. Daarna verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij bleef wonen tot zijn onverwachte overlijden op 20 september 2023. Als beginnend fotojournalist werkte Olaf voor onder meer Sek, het ledenblad van de lhbtq+-rechtenorganisatie COC Nederland, Gay Krant en Vrij Nederland. Voor dat laatste blad maakte hij een reportage over de sm-scene in Nederland. Het was een wereld die hij niet kende, maar waarin hij zich snel thuis voelde. Daarnaast bracht hij ook beeldverslagen van de protesten tijdens de installatie van bisschop Simonis als aartsbisschop van Utrecht (die met zijn conservatieve uitlatingen over abortus, euthanasie en homoseksuelen veel verzet kreeg), van een antikernwapendemonstratie, een aids-benefietavond en een Roze Zaterdag, een jaarlijks openlijk en landelijk treffen van homo’s, lesbiennes, transgenders en andere seksuele minderheden in telkens een andere Nederlandse stad. Omdat Olaf zelf homo was, nam hij het op voor de queergemeenschap en bracht hij haar uitgebreid in beeld, net als de underground- en clubcultuur van Amsterdam.
Het waren Olafs rauwe, rebelse en activistische jaren waarin hij bekendheid genoot als een provocateur en de fotojournalistiek achterwege liet om zich toe te spitsen op eigen werk. Zijn foto’s, steeds in zwart-wit, kenmerkten zich door fel flitslicht, harde contrasten en gedurfde en soms uitdagende thema’s zoals seksualiteit, fetisjisme en machtsverhoudingen. Bekende series uit die tijd zijn Squares (1984-1990) en Chessmen (1988). In de eerste reeks portretteerde Olaf naast modellen en zichzelf ook bejaarden, kleine mensen en dikke mensen, vaak in bondage-kleding of naakt. De tweede reeks bestaat uit 32 surrealistische foto’s van bodybuilders, stevige vrouwen en circusartiesten die schaakstukken symboliseren. Olaf probeerde er de wetten van de seksuele aantrekkingskracht mee ter discussie te stellen. Niet zonder succes: in 1988 won hij met de serie de Young European Photographer Award, wat zijn internationale doorbraak betekende. Van straatfotograaf met een punkattitude evolueerde hij in korte tijd tot kunstfotograaf met een manische zin voor perfectie. Niet onbelangrijk bij dit alles: zijn camera bood Olaf bescherming en gaf hem toegang tot onbekende werelden, want van nature was hij terughoudend van aard. Met zijn provocerende foto’s eiste hij het recht op je eigen leven te leiden, buiten het gangbare om. Een veelzeggende uitspraak van hem: ‘Kunst is mijn middel om vrijheid te verkennen en mijn wapen om haar te verdedigen.’


Erwin Olaf, Aids Campaign – Kan ik jou verleiden, Martin Schenk, 1995 © Estate Erwin Olaf, courtesy Galerie Ron Mandos Amsterdam
Erwin Olaf, Nederlands Dans Theater, 01, 2009 © Estate Erwin Olaf, courtesy Galerie Ron Mandos Amsterdam
Van zwart-wit naar kleur
De jaren 90 stonden voor Olaf in het teken van conceptuele provocatie, met sleutelwoorden en -begrippen als sociaal commentaar, camp, glamour, satire en theatrale sets. Hij werd steeds meer gevraagd voor reclamecampagnes van multinationals zoals Heineken, Microsoft, Nokia, BMW en Diesel, en voor binnen- en buitenlandse kranten en magazines zoals The New York Times, Libération, Le Monde, Nieuwe Revu, Elle en Sunday Times. Maar ook organisaties als Veilig Verkeer Nederland en SAD-Schorerstichting ter stimulering van veilige seks in sauna’s en darkrooms wisten hem aan zich te binden, net als toneel- en danshuizen zoals Schauspielhaus Wien, Nederlands Dans Theater en Het Nationale Ballet. Tussendoor pakte Olaf uit met eigen werk in de vorm van reeksen zoals Blacks (1990), Mind of Their Own (1995) en Mature (1999).
Blacks is een gestileerde, geënsceneerde en theatrale serie waarin zwarte acteurs te zien zijn, gekleed als koningen en kanonnenvoer. De sculpturaal uitziende figuren poseren in sierlijk lijstwerk dat uit attributen bestaat die verband houden met het afgebeelde personage. Blacks draait niet zozeer om etniciteit dan wel om de manier waarop identiteit geconstrueerd en bekeken wordt. De reeks wordt gezien als een belangrijke stap in Olafs artistieke ontwikkeling. De fotograaf onderzocht erin hoe fotografie niet simpelweg registreert, maar een wereld construeert. De serie vormt een overgang tussen zijn rauwere, provocerende werk uit de jaren 80 en latere, meer cinematografische series zoals Royal Blood (2000) en Grief (2007).
Het jaar 1995 was een belangrijk overgangsjaar voor Olaf: vanaf dan begon hij zich op kleurenfotografie toe te leggen. Zijn eerste serie in kleur was Mind of Their Own, die balanceerde op de rand van hogere kunst en sociale fotografie. De foto’s tonen mensen met het syndroom van Down. Olaf kegelde er heilige huisjes mee omver. De fotograaf behandelde zijn onderwerpen met respect, en bracht hen waardig en esthetisch in beeld. Hij verhief hen tot helden en betaalde hen voor hun modellenwerk het standaardtarief voor professionals. Voor een paar modellen zorgde dat er zelfs voor dat hun zelfvertrouwen groeide, wat voor Olaf een belangrijke drijfveer was. Met welke mensen hij in zijn loopbaan ook werkte, hij toonde hen altijd als de mensen die ze waren en nooit als freaks.


Erwin Olaf, Chessmen, V, 1988 © Estate Erwin Olaf, courtesy Galerie Ron Mandos Amsterdam
Erwin Olaf, Stedelijk Museum – Borek Šípek, Pro J.P. Prešov, Slovakia-BW, 1991 © Estate Erwin Olaf, courtesy Galerie Ron Mandos Amsterdam
Nieuwe thema’s
Mature is een van de meest provocerende series van Erwin Olaf. Ze focust op thema’s als ouder worden, schoonheidsidealen en sensualiteit, en omvat een tiental portretten van oudere vrouwen tussen de 60 en de 90 jaar die gekleed zijn als pin-upmodellen uit de jaren 50. Olaf leverde er kritiek mee op de klassieke schoonheidsidealen en daagde er de overheersende norm mee uit van jeugd – slankheid en perfectie – door oudere lichamen in de kijker te zetten op een manier die gewoonlijk aan jongere modellen wordt toebedeeld. Tegelijk benadrukte hij dat sensualiteit en seksuele uitstraling niet exclusief zijn voor jonge mensen, maar deel kunnen blijven uitmaken van het leven van oudere volwassenen. Voor deze serie gebruikte Olaf voor het eerst Photoshop om ouderdomsvlekken te accentueren en rimpels te benadrukken in plaats van ze weg te moffelen. Zo versterkte hij de conceptuele impact van de beelden.
De periode 2000-2005 was er een waarin Olaf zijn werk steeds meer technisch verfijnde en controleerde. Alles wat hij in beeld bracht was regie: compositie, kleur en licht. Zijn foto’s werden minder expliciet en schokkend ten voordele van toenemende psychologische spanning, ingetogenheid en introspectie. Hij begon nieuwe thema’s te verkennen zoals isolatie, eenzaamheid, innerlijke strijd, verdriet, onvermogen en identiteit. Vanaf de fotoserie Separation (2002-2003) veranderde ook de toon van zijn werk. Die wending had verschillende oorzaken. Olaf treurde in die tijd om de aanslagen van 11 september, de dood van zijn vader en het einde van een lange relatie met Teun Frieszo. In 2004 kwam daar ook nog eens het verdriet bij om de moord op de omstreden filmmaker Theo van Gogh. Het was Olafs manier ook om te reageren op maatschappelijke spanningen.
Separation is een reeks waarin een gezin centraal staat. Bijzonder is dat alle gezinsleden gekleed zijn in zwarte latexpakken, waardoor hun gezichten en mimiek verborgen blijven. De gezinsleden bevinden zich in steriel ogende, donkere en onnatuurlijke binnenruimten. Hun pakken symboliseren enerzijds een emotionele gevangenis en het onvermogen om elkaar te bereiken, en anderzijds isolatie en afsnijding van de buitenwereld. De foto’s werden destijds voorgesteld samen met een korte film van Olaf, waarin dezelfde personages en scènes terugkomen.
Filmstills
De jaren 2004-2010 worden wel eens aangeduid als Erwin Olafs ‘cinematografische’ periode. Zijn foto’s uit die tijd tonen strakke sets die een jaren 50-gevoel ademen, met gedempte kleuren en zacht licht, als waren het filmstills. Dat hebben ze gemeen met de foto’s van onder meer de Amerikaanse fotograaf Gregory Crewdson. Die is vooral bekend van zijn grootschalige, geënsceneerde en psychologisch geladen scènes in voorstedelijke landschappen en interieurs. Om die beelden tot stand te brengen geeft Crewdson net als een filmregisseur leiding aan een grote productie- en belichtingsploeg. Soms huurt hij zelfs meerdere straten af om het gewenste resultaat te bereiken. Tijdens de postproductie bewerkt hij zijn beelden zo dat ze een surrealistische sfeer uitstralen, wat bij de kijker soms een ongemakkelijk gevoel veroorzaakt. Olaf pakt het minder groots aan, maar blijft wel in het verhalende vaarwater van Crewdson. Daarvan getuigen series als Rain (2004), Hope (2005), Grief (2007) en Dusk (2009), waarin in fifties-stijl vooral ‘non-emoties’ worden vastgelegd. Olafs ‘tableaux vivants’ verschillen van die van Crewdson vooral in die zin dat ze eerder een stemming oproepen dan een volledig verhaal vertellen, terwijl Crewdsons filmstills de illusie wekken dat er net iets akeligs is gebeurd of op het punt staat te gebeuren. Bij het vastleggen van zijn verstilde foto’s noemde Olaf zich wel eens ‘regisseur van één seconde’.
Erwin Olaf, April Fool 2020, 11.15am, 2020 © Estate Erwin Olaf, courtesy Galerie Ron Mandos Amsterdam
Lynchiaans
In het decennium 2010-2020 vond er opnieuw een kentering plaats in Erwin Olafs werk. Voor het eerst sinds zijn vroege werk uit de jaren 80 verliet hij de veilige omgeving van zijn studio om elders te fotograferen. In die periode werkte hij grote reeksen uit zoals Berlin (2012), Palm Springs (2018) en Shanghai (2017-2020). Berlin verwijst naar het interbellum en de democratie die wordt bedreigd door oprukkend populisme. Shanghai toont de moderne megastad en de bijbehorende eenzaamheid, terwijl Palm Springs een wereld toont waarin de bubbel van de American Dream op springen staat. Een treffend voorbeeld daarvan is de foto The Kite. Daarop zien we een dor Amerikaans landschap tegen een achtergrond van bergen en een groot windmolenpark. Op de voorgrond zien we een volwassen vrouw met een donkere huidskleur in een groene jurk en een meisje met een lichtere tint in een roze jurk. Ze kijken beiden naar een boom waarin een verscheurde Amerikaanse vlag er troosteloos bijhangt. Zowel de vrouw als het meisje – is zij de dochter van de zwarte vrouw en van een blanke man? – vertonen geen spoor van emotie. Ze lijken onaangedaan door wat ze zien, of is dat slechts schijn en ondergaan ze lijdzaam de teloorgang van wat eens een sterke natie was? In de wetenschap dat een kind geen noties heeft van zo’n zwaarbeladen onderwerp is dat erg onwaarschijnlijk. Van het tafereel gaat een bijna Lynchiaanse bevreemding uit, en dat gaat ook op voor tal van andere foto’s uit de reeks, zoals At the Pool. Daarop zien we een tuin met verdord gemillimeterd gras en een zwembad. De tuin is van de buitenwereld afgeschermd door hoge struiken, palmbomen en een villa. Links van het zwembad zit een slanke jonge vrouw met zwart haar in een bikini wezenloos voor zich uit te staren. Rechts ervan zit een jonge, mollige vrouw in shorts en een roze bloes in een tuinstoel met over elkaar geslagen benen. Ook zij lijkt in gedachten verzonken of niet echt aanwezig te zijn. Achter haar ligt op een tuintafel met toegevouwen parasol een opengeslagen boek waarvan we nog net de titel kunnen lezen: Lolita, Vladimir Nabokovs meesterwerk. Wat heeft dat te betekenen? We weten het niet, net zoals we ook niet weten waarom beide vrouwen zich ogenschijnlijk niet bewust zijn van elkaars aanwezigheid. Foto’s als deze roepen meer vragen op dan dat ze antwoorden geven.
Olaf drukte zijn foto’s in die tijd af op steeds grotere formaten. Heldere pastelkleuren en strakke geometrie voeren er de boventoon in. Ze zien er griezelig perfect uit, wat bij de kijker voor onbehagen zorgt. De fotograaf verdiepte zich in Berlin, Palm Springs en Shanghai in de interactie tussen de mens en modernistische architectuur, globalisering, stedelijkheid en sociale vervreemding. Ondanks zijn wereldwijde succes vallen Olafs hypergestileerde foto’s nochtans niet bij iedereen in de smaak. Zo schreef de Nederlandse kunstcritica Janneke Wesseling in 2003 over Olafs tentoonstelling Silver het volgende in NRC Handelsblad: ‘Het maakt niet uit of er een flesje bier staat of een mens. Deze mensen betekenen niets. Ze zijn gereduceerd tot object. Dat is wat zijn werk zo weerzinwekkend maakt.’ Ze bedeelde de tentoonstelling met 0 sterren. Dat belette niet dat Olaf tijdens zijn loopbaan tal van onderscheidingen kreeg, waaronder de Johannes Vermeerprijs in 2011. Dat is de Nederlandse staatsprijs voor de kunsten. Voor zijn oeuvre in de reclame- en kunstfotografie verwierf hij in 2008 de Amerikaanse Lucie Award en in 2023, het jaar van zijn overlijden, ontving hij uit handen van koning Willem-Alexander de eremedaille voor Kunst en Wetenschap.


Erwin Olaf, Mature, Cindy C., 78, 1999 © Estate Erwin Olaf, courtesy Galerie Ron Mandos Amsterdam
Erwin Olaf, Köln, Eine Armlänge Abstand, 2016-2019, sculptuur, © Estate Erwin Olaf, courtesy Galerie Ron Mandos Amsterdam
Andere kijkervaringen
In 2019 vierde Erwin Olaf zijn zestigste verjaardag met een dubbeltentoonstelling in het Gemeentemuseum (vandaag Kunstmuseum) en het Fotomuseum in Den Haag. Het Fotomuseum zoomde in op Olafs liefde voor het ambacht en de omslag die hij doormaakte van analoog werkende fotojournalist naar digitale beeldmaker en verhalenverteller. Zijn werk ging er in dialoog met dat van een twintigtal fotografen die een inspiratiebron voor hem vormden. Het Gemeentemuseum toonde het vrije werk van Olaf vanaf het jaar 2000 tot aan zijn nieuwste series, waaronder Shanghai en de nog niet eerder vertoonde reeks Palm Springs. Bij de dubbeltentoonstelling verscheen bij uitgeverij Hannibal Books de omvangrijke publicatie Erwin Olaf – I Am, die 240 foto’s bevat. Naar aanleiding van de feestelijkheden rond zijn verjaardag liet de fotograaf zich de volgende uitspraak ontvallen: ‘Wat ik het liefst wil laten zien, is een perfecte wereld met een barst erin. Ik wil het beeld verleidelijk genoeg maken om mensen mijn verhalen in te trekken, en dan een klap uitdelen.’
Olafs drie laatste levensjaren stonden in het teken van zelfreflectie, kwetsbaarheid, lichamelijkheid en sterfelijkheid. Hij kleedde zijn sets voortaan minder theatraal aan en ging meer de directe confrontatie aan. Tegelijk zette hij in op de combinatie van foto’s, video’s en installatiekunst. Sommige van zijn films waren onderdeel van een fotoserie of kunnen worden beschouwd als autonome videokunstwerken. Voor een aantal Nederlandse artiesten, onder wie Karin Bloemen en Paul de Leeuw, maakte hij ook videoclips. Daarnaast ontwierp hij ook sculpturen. Daartoe verenigde hij fotografie met 3D-technologie: hij liet tweedimensionale foto’s omzetten in driedimensionale objecten door 3D-scan- en printtechnieken te gebruiken. Zo maakte hij onder meer beelden van vrienden in Carrara-marmer, met opvallende details zoals de huidstructuur en emotie van de geportretteerden. Op dezelfde vindingrijke wijze verwerkte hij installatie-elementen in zijn tentoonstellingen, waarbij ‘kijklijnen’ en objecten de foto’s omringden of verrijkten. Zo bijvoorbeeld de manshoge installatie Keyhole, die bezoekers uitnodigde door een sleutelgat te kijken, wat een andere kijkervaring oplevert dan rechtstreeks kijken naar een simpele foto op een muur.
Muzen
In zijn laatste jaren reageerde Olaf meer dan ooit op de actualiteit, waaronder de klimaatcrisis en de kwetsbare verhouding tussen mens en natuur. Tijdens tochten door de bossen van de Duitse en Oostenrijkse Alpen raakte hij diep onder de indruk van de grootsheid en grilligheid van de natuur. Die ervaring vormde de basis voor de serie Im Wald (2020), waarin hij kritiek uitte op massatoerisme, onze reisdrang en de manier waarop mensen de natuur consumeren. Olaf verwonderde zich in die tijd over de arrogantie van de mens: ‘Je loopt door de natuur, maar luistert niet meer naar de vogeltjes. In plaats daarvan maak je een selfie. Waarom sluit je je af voor een wereld die zo mooi is?’ Zo zie je in Im Wald onder meer foto’s van meisjes met selfiesticks en koptelefoons die, ondanks de overweldigende omgeving, in zichzelf gekeerd zijn. Of van een kwetsbaar uitziende jongen met een plastic tas in de hand. Met deze adembenemend mooie fotoserie haakte Olaf aan bij de traditie van de Duitse romantiek, waarin de mens nietig wordt afgebeeld tegenover een allesomvattende natuur. Caspar David Friedrichs beroemde schilderij Wanderer über dem Nebelmeer (1818) vormde meer dan eens het uitgangspunt voor de foto’s, waarvoor Olaf terugkeerde naar zwart-witfotografie om de brute kracht en onverschilligheid van de natuur te benadrukken en de beelden een tijdloos karakter te geven. Hij drukte de foto’s af op barietpapier, dat rijkere tonen en subtielere nuances in de huid weergeeft dan digitale prints.
Een van de laatste fotoseries – ook in zwart-wit – waaraan Olaf werkte voor zijn overlijden was Muses (2022-2023). De fotograaf bezon er zich in over vergankelijkheid. Van jongs af was hij zich sterk bewust van zijn lichaam en het ouder worden. Het verlies van vrienden tijdens de aidsepidemie maakte dit besef alleen maar scherper, net als zijn diagnose van longemfyseem in de jaren 90. De serie ontleent haar titel hieraan dat Olaf vroegere modellen – zeg maar muzen – opnieuw voor hem liet poseren. Zo toonde hij zijn dankbaarheid en respect voor hen. Foto’s uit die reeks zijn nu voor het eerst te zien in de tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam.


Erwin Olaf, Im Wald, Auf dem See, 2020 © Estate Erwin Olaf, courtesy Galerie Ron Mandos Amsterdam
Erwin Olaf, Nederlands Dans Theater, 01, 2009 © Estate Erwin Olaf, courtesy Galerie Ron Mandos Amsterdam
Vrijheidsstrijder
Van portretten naar zelfportretten is maar een kleine stap. Als er één rode draad te ontwaren valt in Olafs oeuvre, dan wel zijn zelfportretten. Gedurende heel zijn loopbaan stelden ze hem in staat om zijn eigen lichamelijkheid en seksualiteit te verkennen. Volgens cultuurtheoreticus, curator en tentoonstellingsmaker Paco Barragán, die vanaf 2005 nauw samenwerkte met Olaf en voor wie hij bij vijf tentoonstellingen als curator optrad, gaan de zelfportretten van de fotograaf ‘veel verder dan eenvoudige introspecties van zijn eigen psyche, temperament of gemoedstoestand. Ze ademen de strijd voor sociale rechtvaardigheid, voor gelijkwaardigheid op het vlak van gender, seksualiteit en afkomst, en voor vrije meningsuiting die de voorbije veertig jaar kenmerkend is geweest voor de hedendaagse samenleving. Compromisloos gaf Olaf keer op keer een creatieve draai aan het genre van het zelfportret. Zijn vermogen om het persoonlijke te politiseren maakt van zijn zelfportretten aangrijpende en opmerkelijke metaforen voor de tijdgeest.’ Journalist Jan Desloovers mening in De Standaard Weekblad van 18 oktober 2025 sluit daar tot op zekere hoogte bij aan: ‘Eerlijker en integerder dan Erwin Olaf krijg je ze niet. Technisch bekwamer ook niet. Maar subtieler, geheimzinniger en gelaagder dus absoluut wel. Wellicht daarom dat het Stedelijk de focus legt op Olaf de vrijheidsstrijder en haast politieke kunstenaar.’
Uitgeverij Hannibal gaf de royale catalogus van bijna 400 bladzijden uit. Het boek bevat, naast honderden zwart-wit- en kleurenfoto’s, teksten van curatoren, kunsttheoretici, journalisten en goede vrienden van Olaf. De uitgave biedt een unieke kijk in zijn werkproces en technieken, en laat zien hoe Olaf voortdurend zijn eigen grenzen verlegde, zijn oeuvre bleef vernieuwen en zijn persoonlijke idealen vertaalde naar beelden die met recht iconisch genoemd mogen worden.

Paco Barragán e.a.: Erwin Olaf – Freedom. Uitgeverij Hannibal Books, Veurne, 2025, 384 blz., hardcover, 26 bij 34,4 cm, € 69,95. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen in elke boekhandel.
De expo Erwin Olaf – Freedom loopt nog tot 1 maart 2026 in Stedelijk Museum Amsterdam. Klik hier voor meer info.
- Van Dagblind tot White Heat: de bijzondere beeldtaal van fotograaf Paul D’Haese - april 16, 2026
- You Have Seen Too Much: schrijver Peter Terrin debuteert als fotograaf - april 3, 2026
- Witnessing Life met fotograaf Co Rentmeester - maart 20, 2026



