Ondertussen vullen ze nagenoeg een heel schap in onze bibliotheek, de boeken kunstgeschiedenis. Naast de onvermijdelijke Gombrich en Hugh Honour heeft elke respectabele uitgever van kunstboeken wel zijn eigen dikke flagship-kunstgeschiedenis, van Taschen tot Thames & Hudson, en dan hebben we het nog niet eens over de geschiedenis van de kunstfilosofie. De vraag blijft: hebben we behoefte aan nog een boek over de kunstgeschiedenis, zoals de titel suggereert, laat staan aan een andere, zoals in diezelfde titel als belofte is vervat? Het korte antwoord luidt: ja, al verdient dit werk van Koenraad Jonckheere een langer antwoord.
De kunstgeschiedenis ontsnapt niet aan dezelfde logica waaraan ook de algemene geschiedenis onderhevig is: ze is voor interpretatie vatbaar. Afhankelijk van de gekozen invalshoek of het zichtpunt kunnen uit het niets onvermoede inzichten verschijnen, die op zichzelf weer een hele denktrant in gang zetten en soms de hele geschiedenis in vraag stellen, zo niet opnieuw scheppen, zouden kwatongen beweren. Dit is meteen ook het mooie aan deze wetenschap, net als aan alle vormen van wetenschap: dat ze de kiem draagt van haar eigen ondergang.
Het — letterlijk — schrijven van de kunstgeschiedenis is echter meer dan bij andere wetenschappen een persoonlijk verhaal vertellen. Je maakt uit de nagenoeg eindeloze reeks beelden die kunstenaars en ambachtslui hebben geproduceerd een selectie die je visie en inzicht bekrachtigt. Al hoeft dit niet noodzakelijk te betekenen dat je je lezers wilt manipuleren, dan wel overtuigen of, zoals in dit geval, deelgenoot maken van een ervaring. In dit licht loont het zeker de moeite om het voorwoord van Jonckheere grondig in je op te nemen. Tegen de beroemde uitspraak van Gombrich — “There really is no such thing as Art. There are only artists” — lijkt hij te willen inbrengen dat kunst op zich, ook los van de maker, een invloed kan uitoefenen op wie haar beleeft. Wie zich op een of andere manier in de kunst verdiept, als idee, als object of gewoon als inspiratiebron voor reflectie, komt er niet noodzakelijk met veel meer kennis uit, maar wel met meer inzichten. Hij zegt dit niet letterlijk, maar ik lees het tussen de regels, en na het lezen van zijn geschiedenis voelde ik me alleszins een stuk ‘rijker’, in metaforische zin.
Dit komt onder meer door de structuur van het boek, dat is opgedeeld in vijf thema’s. Dat biedt het voordeel dat het, eerder dan een lange, chronologische weergave te schrijven, een alibi vormt om in elk hoofdstuk de kunstgeschiedenis heen en weer te bekijken, soms met herhaling, maar steeds vanuit een andere invalshoek.
De eerste twee hoofdstukken behandelen kunst als economische factor — of kortweg verhandelbaar product — en kunst als ‘idee’, waaruit we kunnen opmaken dat de notie kunst op zich sterk evolueerde door de eeuwen heen, zij het soms op onvermoede manieren. Ook het derde hoofdstuk zorgt voor verrassingen, wanneer kunst in relatie wordt gebracht met wetenschap: disciplines die veel nauwer bij elkaar stonden dan de hedendaagse kunstliefhebber zou vermoeden. In het vijfde hoofdstuk gaat Jonckheere dieper in op de notie ‘stijl’, waaruit we opmaken dat stijlen niet louter veranderen uit esthetische voorkeur, maar door technische mogelijkheden, sociale verhoudingen, theoretische inzichten en maatschappelijke verwachtingen.
Het vierde hoofdstuk trok iets meer dan de andere mijn aandacht, vermoedelijk omwille van de actuele waarde ervan. Het richt zich op kunst als instrument van macht, geloof en overtuiging. Religieuze en wereldse autoriteiten gebruikten van meet af aan beelden om gezag te vestigen, gemeenschappen te vormen en ideeën te verspreiden. “De vanzelfsprekendheid waarmee kunst en beeld tegenwoordig omarmd worden als kritische media in een (relatief) evenwichtig democratisch bestel staat haaks op de rol die kunst eeuwenlang gespeeld heeft in de politieke en religieuze geschiedenis van het continent,” schrijft de kunsthistoricus, waarop hij aansluit met het argument dat het beeld enorm is gedemocratiseerd. Jonckheere was zich op het moment van verschijnen van het boek goed bewust van het feit dat deze democratisering van het beeld niet betekent dat het losstaat van politieke recuperatie — zo wijst hij erop dat de president van de V.S. anno 2020 al de klassieke stijl als officiële norm wilde verheffen — maar hij kon moeilijk inschatten dat de democratisering niet enkel zou slaan op het verspreiden van beelden, maar evengoed op het maken ervan. De laatste jaren hebben alleszins aangetoond dat de democratisering hiervan geenszins garant staat voor de democratie in de samenleving. Hierin spelen talrijke dynamieken die vermoedelijk een geheel nieuw studiedomein openen, maar het beeld als propagandamiddel is alleszins terug van nooit weggeweest.

Dankzij de vijf thema’s benadert het werk van Jonckheere de kunstgeschiedenis dus niet als een opeenvolging van stijlen, namen en meesterwerken, maar als een dynamisch geheel van omstandigheden, ideeën en keuzes binnen economische, intellectuele, wetenschappelijke, politieke en religieuze contexten, die haar vorm en betekenis mee bepalen. Another History of Art is daarin zeker niet uniek; elk van de hoofdstukken vinden we op een of andere manier terug in studies van Baxandall of Susie Nash. Maar wat dit boek van Koenraad zo uitzonderlijk en hoogst aangenaam om te lezen maakt, is de ongebreidelde en spontane manier waarop hij verschillende zaken en gebeurtenissen met elkaar in verband brengt. Het is een talent dat Gombrich ook bezat, maar waar hij dit al bij al nog in een rechtlijnige evolutie zag, brengt Jonckheere verbanden aan over stijlen en periodes heen. Dit levert de niet-geïnitieerde wel wat kopzorgen op, gezien er vlotjes van de hak op de tak wordt gesprongen, maar voor wie ook maar enige notie heeft van kunstgeschiedenis biedt het een uiterst boeiende, zelfs vermakelijke lectuur, die ik alvast in twee of drie rukken uitlas.
Het enthousiasme waarmee Jonckheere het boek schreef, kwam vermoedelijk voort uit het feit dat het toevallig ontstond, ergens tijdens een bezoek aan Frieze in Londen, waar het hem opviel dat kunstenaar Jeff Koons er werd achternagezeten door tientallen groupies. Het boek kwam er zonder voorbedachte rade, om het zo maar te zeggen, wat verklaart dat hij tijdens het schrijven voor een aantal verrassingen kwam te staan die hem, ondanks zijn jarenlang opgebouwde kennis aan de faculteit, tot nagenoeg kinderlijke verwondering aanzetten:
“De geschiedenis van de kunst bekijken door vijf verschillende lenzen leek me een interessante gedachte die ik op een goede dag naïefweg begon uit te werken. Gaandeweg werd het een fascinerende ervaring die mij wegleidde uit de vertrouwde cocon van wetenschappelijk micro-onderzoek binnen strak omlijnde grenzen. Dat vervreemdende effect werkte bevrijdend en beklemmend tegelijk, maar het bracht me vooral terug tot de verwondering, tot de reden waarom ik ooit kunstgeschiedenis ben gaan studeren en waarom ik er nog steeds van hou om anoniem, blij als een kind, door musea en beurzen te struinen en de dingen die zich voordoen te observeren, zoals in een tuin der lusten.”


Dat is precies wat kunst pleegt te doen en, om terug te komen op de eerdere vraag, dat kan ze ook bereiken zonder te veel aandacht voor de sterren uit de kunstwereld. Kunstgeschiedenis is als een eindeloos uitdijend landschap waarin, waar we ook kijken, steeds nieuwe dingen te ontdekken vallen. Another History of Art biedt alvast een mooi voorbeeld van hoe dit mechanisme werkt, en vormt daarmee een uitnodiging om ook zelf op ontdekkingsreis te gaan door de kunstwereld.

Koenraad Jonckheere – Another history of art
Uitgeverij Hannibal
471 p. September 2021
EAN 9789463887526
Ook te koop bij Copyright Bookshop, Gent
- Het Magazijn: dertien kunstenaars krijgen carte blanche in De Weverij - september 5, 2026
- Het ‘meisje met de parel’ gaat op reis, en het is meteen wereldnieuws… - september 4, 2026
- AKANARI van Nayra Martín Reyes: het lichaam als gedeeld territorium - augustus 28, 2026



