Honoré δ’O is een kunstenaar die al sinds de jaren tachtig een volstrekt eigenzinnig parcours loopt. Je zou hem de uitvinder kunnen noemen van een bijna kinderlijke naïviteit, die ook doet denken aan het werk van Panamarenko. Zijn speelse omgang met materialen belet nochtans niet dat zijn werk indirect vragen stelt bij onze ‘condition humaine’. Nog tot 10 mei 2026 kan je onder de titel Quarantaine − Quarantine een tentoonstelling van hem bezoeken in het MACS: Musée des Arts Contemporains Grand Hornu. Die voormalige mijnsite bevindt zich in de Henegouwse gemeente Boussu. De kunstenaar stelt er een installatie van veertig sleutelwerken uit zijn oeuvre tentoon in een grote vierkante zaal die in het halfduister is gehuld – een gegeven waar je de eerste minuten moet aan wennen.

Honoré δ’O, ‘Donner un verre d’eau au désert chaque jour’. © Honoré δ’O
Piepschuim
Honoré δ’O, sinds 1984 het pseudoniem van Raf Vanommeslaeghe (1961, Oudenaarde), woont en werkt in een voormalig fabrieksgebouw in Gent. Hij studeerde schilderkunst aan de kunstacademie van Zottegem en later architectuur in Gent. In een interview zei hij over kunst ooit het volgende: ‘Kunst interesseert me wel, het is een getuige van de tijd, maar niet om deel te worden van de geschiedenis. Kunst gaat bij mij over zelf maken. Het moment dat je creëert, dat je hand en het materiaal al weten wat in je hoofd omgaat. Dan valt alles samen in een heden.’
Polystyreen, in de volksmond ook wel ‘piepschuim’ genoemd, is een van δ’O’s favoriete materialen. Het bestaat voor 98 % uit lucht en is dus ultralicht. Op een foto zien we de kunstenaar op een stoel zitten met naast hem op een tafel een weegschaal waarop een blok polystyreen ligt. De wijzer van de weegschaal geeft geen krimp. Humor en poëzie zijn dan ook nooit ver weg in δ’O’s werk: ze brengen de artistieke en de alledaagse werkelijkheid met elkaar in symbiose. Gewichtigheid is er in geen velden of wegen in te bekennen.
δ’O laat zich naast piepschuim ook uitdagen door andere, vooral industriële materialen zoals pvc-buizen, plastic, karton, stofmaskers en kogellagers. Hij maakt er dynamische installaties mee, ruimtelijke omgevingen die er op het eerste gezicht chaotisch uitzien. Daarnaast staat hij ook bekend om zijn minimale ingrepen in landschappen en in de publieke ruimte, en om zijn re-enactments, performances, beelden, tekeningen en video’s. Vaak licht hij de werkelijkheid daarmee uit haar hengsels, zodat je er een andere kijk op krijgt. Zo fotoshopte hij ooit een foto van de vermaarde koepel van de Duomo in Firenze – een huzarenstuk van Filippo Brunelleschi – door de koepel te kopiëren en hem omgekeerd op de originele koepel te plaatsen. Je hebt maar een weinig verbeelding nodig om er onmiddellijk een diabolo in te zien – een voorwerp dat wel vaker voorkomt in δ’O’s werk.
Heruitvinding
In Quarantaine – Quarantine verwijst Honoré δ’O naar toen hij zich in 2024 veertig dagen in Marfa (Texas) ‘terugtrok in de woestijn’ als artist-in-residence. Dat kleine stadje, gelegen op de hoogvlakte van de Chihuahua-woestijn, is een knooppunt voor de kunstwereld, vergelijkbaar met Art Basel in Miami of Documenta in Duitsland. Het begon allemaal toen de befaamde minimalistische kunstenaar Donald Judd (1928-1994) in de jaren zeventig New York verliet voor dit stoffige stadje van nauwelijks 2000 inwoners. Hij wilde ontsnappen aan de kunstwereld die hij naar eigen zeggen verachtte. Met de hulp van de DIA Foundation – een non-profitorganisatie die kunstprojecten initieert, ondersteunt, presenteert en behoudt – verwierf Judd in Marfa een complete legerbasis waarin de Judd Foundation een onderkomen kreeg. Voordat de kunstenaar in 1994 overleed, vulde hij die met kunst, waaronder lichtinstallaties van Dan Flavin (1933-1996) en zijn eigen kenmerkende ‘dozen’.
Zoals de titel suggereert met de dubbele betekenis van het woord ‘quarantaine’, combineert het project van δ’O de ervaring van spirituele introspectie met die van fysiek isolement. In een trailer, ver weg van het stedelijke en mondaine leven, dompelde de kunstenaar zich tijdens zijn verblijf onder in het omliggende landschap: de Chihuahuawoestijn, die een geschatte oppervlakte heeft van ongeveer 453.000 vierkante kilometer, ofwel vijftien keer de oppervlakte van België. Deze dorre, ascetische omgeving resoneerde perfect met het principe van voortdurende heruitvinding, dat sinds de jaren negentig een drijfveer is van δ’O’s kunstpraktijk. De woestijn, een habitat voor nomaden en kluizenaars op de rand van georganiseerde gebieden, wordt hier een metafoor voor de weerstand tegen elke vorm van verovering, op ruimtelijk, militair, territoriaal en commercieel vlak. Van de talrijke situaties die de kunstenaar gedocumenteerd heeft, is de (3D-geprinte) bouwwerf van hotel El Cosmico in de buurt van Haystack Mountain emblematisch voor de ironische blik van Honoré δ’O op onze verhouding tot de open ruimte, tot dit universum dat vermarkt wordt als een toeristisch product.

Honoré δ’O, ‘Haystack Mountain’. © Honoré δ’O
Video
Toen de kunstenaar aankwam in Texas, was hij van plan om stadjes en dorpen in de buurt te bezoeken en om er een aantal kunstencentra en bekende collecties te bekijken. Maar toen hij voor het eerst op het terras van zijn trailer stond, kwam het omringende landschap, met pal in het midden de Haystack-berg, stevig bij hem binnen. Al zijn vooraf gemaakte plannen gingen op de schop en hij besloot instinctief om in die setting te blijven en de berg als zijn metgezel te beschouwen. Dat gevoel, verklaarde hij later in een interview, zou de toonaard worden voor al zijn ervaringen tijdens zijn verblijf.
Tijdens zijn residentie werd de kunstenaar niet geacht iets te creëren, produceren, presenteren of representeren. De tentoonstelling bij MACS lag toen ook nog niet vast. Niksen was voor hem echter geen optie. Video werd een evidente keuze om mee aan de slag te gaan in die omstandigheden. Hij nam veel korte performances op, daartoe geïnspireerd door het observeren van het licht, de wind en de vegetatie, met zandhozen overdag en de melkweg ’s nachts. Hij ontdekte er onder meer hoe de onmetelijkheid van ruimte hand in hand gaat met de onmetelijkheid van tijd. δ’O: ‘Ik had zeeën van tijd om te reflecteren over mijn eerdere werk, mijn chaotische archief, de rode draad die steeds zichtbaarder wordt in het geheel van mijn activiteiten.’ Fragmenten uit zijn vroegere werk integreerde hij in zijn verhaal over de Chihuahua-residentie in de tentoonstelling in het MACS. (zie onderaan)
Replica
De vraag rijst hoe Honoré δ’O’s residentie in Marfa en zijn vroegere werk gestalte kregen in het MACS. Voor hij aan het installatieproces van een tentoonstelling begint, heeft de kunstenaar immers nooit een idee van hoe die er zal uitzien. Hij verzamelt veel basismateriaal, fragmenten, noten en tonen, maar zolang ze geen melodie vormen, blijft het proces open. Het compacte gedicht zou een hele symfonie kunnen worden, maar evengoed wordt het onzichtbaar en transformeert het in een geur. De ruwe grondstoffen moeten zichzelf wegcijferen en vooral het beeld van verwantschap en connectie uitdragen.
De vierkante zaal in het MACS is uitermate geschikt om er video’s te tonen. Het geprojecteerde licht, dat past bij de sfeer in Marfa, bevat inhoud, maar is immaterieel. De kunstenaar is dan ook op zoek naar een mentale respons op de beelden, wars van een puur materieel of objectgebaseerd beeld. Dat neemt niet weg dat er heel wat objecten in de zaal te zien zijn. Samen vormen ze een ogenschijnlijk ordeloze installatie als een soort replica van de Chihuahua-woestijn. Sommige objecten staan op de grond, andere hangen aan de wand of aan het plafond. Als bezoeker weet je niet waar de opstelling begint en eindigt. Er rest je niets anders dan je argeloos over te geven aan het gegeven dat je je eigen gids bent en dat je de in- en uitgang vindt door de manier waarop de dingen geordend zijn, of door af te gaan op je gevoel en intuïtie.

Honoré δ’O, ‘Hunter-Gatherer Pin-Up’. Copyright Honoré δ’O
Introspectie
Wat is er zoal te zien in de grotendeels verduisterde zaal, die niet alleen bewaakt wordt door een bewaker van vlees en bloed, maar ook door enkele door de kunstenaar gemaakte camera’s in piepschuim? Een willekeurige greep: partituurhouders (zonder partituren) die mechanisch om hun as draaien, cactussen, opgestapelde zandzakjes met woestijnzand die mogelijk verwijzen naar loopgraven, kleine en grote kunstwerken die δ’O al eerder vertoonde in andere publieke constellaties, aan elkaar geklitte oesters, maquettes, een reuzegrote diabolo, losstaande zwarte letters die tegen de muren leunen of in de ruimte staan en woorden vormen als ‘everything’ en ‘anything’, een Mercator-achtige wereldbol van piepschuim, een dubbelwandige glazen schijf met een gele vloeistof erin, een rode appel die bengelt aan een galg, de uitsnede in kunststof van een man die met uitgestrekte armen tegen een muur leunt alsof hij ze voor omvallen wil behoeden – klein en groot knutselwerk, kortom, dat genoeg denkstof biedt voor veertig dagen van introspectie. En dat de indruk wekt dat het niet voor de eeuwigheid gemaakt is, maar voor het heden en het heden alleen.
Verwonderlijk is dat niet: Honoré δ’O staat wantrouwig tegenover de ‘objectgerichtheid’ van de kunstwereld en de kunstmarkt. Hij weigert dan ook om afgewerkte objecten aan te leveren. Hij is meer geïnteresseerd in het proces zelf, dat zich op een bepaald moment in de ruimte voltrekt door de combinatie van materialen en voorwerpen. Zijn associatieve en humorvolle aanpak leidt tot uitwaaierende installaties met een bijzonder open karakter. De bezoeker wordt ondergedompeld in zijn poëtische wereld en gaat ermee in interactie, om zo deel te worden van het werk.
De installaties van δ’O manifesteren zich als een web van onderliggende betekenissen en verbanden, waarbij de werkelijkheid voortdurend overgaat in kunst en omgekeerd. De kunstenaar maakt ze zonder de minste technische pretentie. Hij introduceert voortdurend bij toeval gevonden nieuwe objecten waarmee hij de grens tussen het dagdagelijkse en het kunstwerk onduidelijk maakt, alsook de relatie tussen ethiek en esthetiek. Het toevallige opdagen van de toeschouwer en zijn interactie met het werk functioneren als een vervolmaking van de installaties.

Honoré δ’O, ‘Hole in One’. © Honoré δ’O
Her-denken
De monografie die bij de tentoonstelling hoort toont geen zaalzichten, maar veertig sleutelwerken uit δ’O’s oeuvre. De meeste nemen verschillende bladzijden in beslag en tonen er diverse aspecten van. Ze pendelen heen en weer tussen observatie en verbeelding, tussen verleden en heden, stilstand en beweging. Ze vormen een zintuiglijke reis door een landschap waar leegte heerst en waar de kleinste details een geheel nieuwe wereld openen. Door mythische verhalen, filosofische overpeinzingen, avontuurlijke ironie en kritische speelsheid met elkaar te combineren, nodigt Honoré δ’O ons uit om de manier waarop we naar de dingen kijken te her-denken en er zo nieuwe betekenissen aan te geven. Daarin schuilt zijn grootste kracht.
In schril contrast met de speelsheid van δ’O’s werk staan helaas de ál te academische bijdragen van Denis Gielen – conservator van het MACS – en Bram Van Damme, docent aan de KASK Gent. Als we er sociologen en filosofen als Gilles Deleuze en Bruno Latour bijhalen, moeten ze hebben gedacht, dan worden we ongetwijfeld serieus genomen. Mooi niet. Het werk van Honoré δ’O zet hen een neus. De glasheldere schrijfstijl zonder geleerddoenerij van een kunstjournalist zoals Eric Rinckhout had hier wonderen kunnen doen. En wat hadden wij graag een al even toegankelijke tekst van wijlen Bernard Dewulf over de kunstenaar gelezen. Zijn overlijden blijft een gemis.

Voor meer info over de expo, klik hier.
Voor praktische info over het museum, klik hier.
Honoré δ’O , Pierre-Jean Galdin, Denis Gielen en Bram Van Damme: Quarantaine – Quarantine. Hannibal Books, Veurne, 2025, 240 blz., hardcover, 28,6 bij 23,6 cm, € 59,00. De teksten in het boek zijn in het Engels en Frans. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen in elke boekhandel. Het is ook te koop in de shop van het MACS.
- Veertig dagen in de woestijn met Honoré δ’O - april 23, 2026
- Van Dagblind tot White Heat: de bijzondere beeldtaal van fotograaf Paul D’Haese - april 16, 2026
- You Have Seen Too Much: schrijver Peter Terrin debuteert als fotograaf - april 3, 2026



