Wie durft te kijken? Christiane Struyven over vrouwelijke kunstenaars en vergeten verhalen

Naar aanleiding van de publicatie van haar nieuwe boek Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? 50 Belgische kunstenaressen 1880-2020 sprak ik met kunsthistorica, ereadvocaat en spreker Christiane Struyven. In een geanimeerd gesprek blikt ze terug op het succes van haar vorige boek, licht ze haar motivatie toe, en vertelt ze hoe ze in dit nieuwe boek het werk van vijftig Belgische kunstenaressen tot leven brengt.


Wanneer wist u dat er een tweede boek moest komen, na Moeten vrouwen naakt zijn om in het museum te hangen, uw eerste publicatie in 2022?

Dat was op 27 december 2022. Ik was in een kunstgalerij in Knokke en werd geraakt door een werk van Berthe Art, een bloemenstilleven uit begin van de 20ste eeuw. Het was zo verfijnd geschilderd, met een sterk donker-lichtcontrast. Ik kende haar niet, en net dat intrigeerde me. Ik dacht: dit is een beginpunt.

Was uw selectiecriteria voor de kunstenaressen anders dan bij het eerste boek?

Het concept is grotendeels hetzelfde gebleven: chronologisch opgebouwd in vijf hoofdstukken, telkens met een maatschappelijke en kunsthistorische context. Maar nu heb ik gekozen voor Belgische kunstenaressen. Kwaliteit stond centraal, maar ook innovatie en een feministische insteek.

Naast de Belgische invalshoek beperkt u zich tot de periode 1880–2020. Waarom die afbakening want België stond toch al een halve eeuw langer?

Vanaf 1880 bloeit Brussel op als avant-garde kunststad. Nieuwe fortuinen, progressieve liberalen, nieuwe kunststromingen. Dan begint het echt. Voor 1880 vond ik de Belgische kunst meer academisch. Ik wilde net die periode vatten waarin enkele kunstenaressen nieuwe kunststromingen gingen volgen.

De titel Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? klinkt als een provocatie. Is dat zo bedoeld?

Neen. Echt niet. De titel verwijst naar het toneelstuk “Who is afraid of Virginia Woolf”. De uitgever drong aan op deze titel. Mijn boek is géén aanklacht. Ik wil alleen begrijpen wat de omstandigheden waren waarin vrouwen kunstenaar konden worden. Welke obstakels stonden in hun weg? En wat is er intussen veranderd?

Is het dan ook een geschiedenisboek, naast een kunstboek?

Absoluut. De kunstenaressen worden gesitueerd in hun maatschappelijke context. Welke was de condition féminine? Hoe was het kunstklimaat? Je krijgt dus niet enkel beelden, maar ook inzicht in de context.

Welke kunstenaressen hebben u tijdens het onderzoek het meest verrast?

Er zijn er zeker een tiental geweest die me aangenaam verrast hebben. Ik kende ze niet allemaal, en toch bleken ze artistiek van hoge kwaliteit. Sommige vielen op door hun stijl, andere door hun vernieuwingsdrang. Maar ik kies nooit iemand enkel omdat ze vrouw is. Kwaliteit staat altijd voorop.

Heeft u zich ook persoonlijk kunnen identificeren met bepaalde kunstenaressen, op basis van hun levensverhaal?

Soms wel, ja. Vrouwen die hun plek nastreefden een mannenbastion, dat raakt me. Velen bleven bewust ongehuwd of kinderloos. Maar opnieuw: dat is niet waarom ik hen kies. Ze moeten artistiek overtuigen. Toch zie je vaak dat die artistieke moed samengaat met persoonlijke offers.

Beperkt u zich in dit boek tot België?

Ja. Mijn eerste boek ging over internationale kunstenaressen. Nu wilde ik inzoomen op België. Ongeveer 40 van de 50 kunstenaressen zijn Belgisch. Een tiental komt uit het buitenland maar werkt hier. Dat vond ik belangrijk: het gaat om vrouwen die actief hebben bijgedragen aan onze kunst.

Hoe zorgt u ervoor dat het boek toegankelijk blijft voor een breed publiek?

Ik schrijf zoals ik spreek: helder, bondig, zonder vakjargon. Elk hoofdstuk heeft een korte inleiding met context, daarna volgen de kunstenaressen en hun werken. De teksten zijn informatief maar niet zwaar. Je kan ook gewoon door de illustraties bladeren en genieten van het beeldmateriaal.

Hoe bent u te werk gegaan in uw onderzoek?

Veel lezen, veel zoeken. Ik heb een flinke bibliotheek opgebouwd, met boeken, monografieën en catalogi. Voor veel Belgische kunstenaressen bestaat weinig documentatie, dus dat was soms een uitdaging. Als ik iets niet vond, zeg ik dat ook eerlijk. Het blijft een werk in opbouw.

Was dit boek moeilijker dan het eerste?

Het was anders. Het eerste boek gaf me het internationale kader. Nu kon ik dat toepassen op België. Maar omdat veel Belgische kunstenaressen onderbelicht zijn, was het soms echt speurwerk.  Vooral de periode 1920–1970 is minder gedocumenteerd.

Wanneer wist u: nu is het boek af?

Ik had een deadline: 31 mei. Maar zelfs dan duiken er nog nieuwe vondsten op. Soms zie je iets in een catalogus waarvan je denkt: dat moet er nog bij. Dus ja, het stopt eigenlijk nooit helemaal.

Het boek volgt dezelfde opbouw als het vorige?

Ja: vijf hoofdstukken, telkens met een korte context. Elke kunstenares krijgt een tekstje en drie illustraties. Zo blijft het visueel aantrekkelijk en leesbaar. Je hoeft het niet van a tot z te lezen; elk deel staat op zich.

Hoe werd uw eerste boek onthaald?

Zeer goed. Het raakte snel uitverkocht: 2250 exemplaren in een jaar tijd. Wat me het meest raakte, waren mensen die me zeiden: “Dankzij u kan ik nu naar kunst kijken door een vrouwelijke bril.” Dat was het mooiste compliment.

Wat betekent dat: kijken door een vrouwelijke bril?

Andere onderwerpen, gevoeligheden en ervaringen. Thema’s van moederschap, kleine kinderen, zwangerschap, solidariteit tussen vrouwen. En op een andere manier gebracht. Het is een vrouwelijke gevoelswereld, een andere blik op dezelfde werkelijkheid.

Er is de laatste jaren meer aandacht voor gendergelijkheid in de kunstwereld. Is dat een goede evolutie?

Ja. Het is een noodzakelijke inhaalbeweging. Vrouwen waren eeuwenlang afwezig in de kunsthistorische canon. Nu krijgen ze aandacht, en dat is terecht. Maar de kwaliteit moet altijd primeren. Uiteindelijk gaat het om sterke kunst, ongeacht het geslacht.

Gaat u ook weer lezingen geven, zoals bij het eerste boek?

Zeker. Ik geef veel lezingen. Ik wil mijn inzichten delen en mensen helpen België, zijn kunst en kunstenaressen beter te begrijpen. Ons land is artistiek  versnipperd. Franstalig, Nederlandstalig, Brussel,  verschillende tijdperken, stromingen. Ik wil graag proberen te verbinden.

Als u één kunstenares uit het boek zou mogen ontmoeten, wie zou dat dan zijn?

Er zijn er veel die ik graag had willen spreken. Maar als ik moet kiezen: Sofie Muller. Ze maakt sculpturen, schilderijen, installaties. Een veelzijdige, krachtige kunstenares die me diep raakt. En het mooie is: haar kan ik nog écht ontmoeten.


Het boek Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? 50 Belgische vrouwelijke kunstenaars 1880-2020 is bij uitgeverijen Lannoo

EAN: 9789020978926
272p.

Author: Yves Joris

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op