In het Fotografiemuseum Amsterdam (FOAM) vond onder de titel Witnessing Life van 10 oktober 2025 tot 22 februari 2026 een solotentoonstelling plaats van Co Rentmeester (1936, Amsterdam), een van de meest invloedrijke fotografen van de twintigste eeuw. Een pionier die reportages, oorlogsfotografie, sportbeelden en commerciële beelden naadloos wist te combineren. Bij de tentoonstelling verscheen een gelijknamig boek dat wij aandachtig voor u inkeken. Verslag van een kijk- en leeservaring.
The Tank Gunner was taken during a search and destroy mission in the Iron Triangle in South Vietnam in 1967. The photo won the World Press Photo of the Year award that year. 1967.
© The LIFE Picture Collection. Image by Co Rentmeester.
Vietnamoorlog
Co Rentmeester, geboren als Jacobus Willem Rentmeester, is tot nog toe de enige Nederlandse fotograaf en fotojournalist die tweemaal de World Press Photo Award won – een jaarlijkse fotoprijs georganiseerd door de Nederlandse stichting World Press Photo. Die reikt de prijs uit voor het beeld dat ‘… is not only the photojournalistic encapsulation of the year, but represents an issue, situation or event of great journalistic importance, and does so in a way that demonstrates an outstanding level of visual perception and creativity’.
Co Rentmeester rijfde zijn eerste World Press Photo Award binnen in 1967 met een foto van een Amerikaanse soldaat in een M48 Patton-tank die in een vizier kijkt tijdens de Vietnamoorlog. Het was de eerste kleurenfoto ooit die de prijs won. In 1973 won Rentmeester in de categorie ‘Sportfotografie’ met een foto van zwemmer Mark Spitz tijdens de Olympische Spelen van 1972. Spitz behaalde toen zeven gouden medailles.
Close up of Mark Spitz training. Photographed for LIFE’s 1972 Olympic preview. The photo won World Press Photo ‘Sports’ in 1973.
© The LIFE Picture Collection. Image by Co Rentmeester.
Watts
Niet fotograferen maar roeien was Rentmeesters eerste passie. Hij vertegenwoordigde Nederland als roeier tijdens de Olympische Spelen van 1960 in Rome. Een jaar later verhuisde hij naar de Verenigde Staten om er in Los Angeles fotografie te studeren aan het Art Center College of Design. Met succes, want in 1965 kon hij als freelancefotograaf aan de slag bij het toonaangevende LIFE Magazine, destijds hét podium voor visuele journalistiek. Hij viel er al snel op door zijn oog voor compositie en door zijn lef om dicht bij het onderwerp te komen, zelfs in gespannen of gevaarlijke situaties zoals rellen in Watts. Die vonden plaats van 11 tot en met 17 augustus 1965 in de wijk Watts te Los Angeles. Oorzaak van de opstand was de discriminatie en segregatie van Afro-Amerikanen en hispanics door de blanke gemeenschap. Bij de rellen vielen 34 doden, raakten 1032 mensen gewond en werden in totaal 3438 mensen gearresteerd. Rentmeester was erbij en schoot er foto’s van plunderingen, brandende huizen, arrestaties en (zwaar)gewonde mensen. Dat was niet zonder gevaar, want op een van de foto’s, genomen vanuit zijn auto, zie je hoe Afro-Amerikaanse jongeren aan de overkant van de straat stenen naar hem – een blanke man en dus de ‘vijand’ – gooien.
Van 1966 tot 1972 was Rentmeester staffotograaf bij LIFE. Hij maakte er tweeëntwintig covers voor het tijdschrift, een uitzonderlijke prestatie. Een van de opvallendste covers toont een sneeuwaap op Honshu – het grootste en belangrijkste eiland van Japan –, badend in dampende warmwaterbronnen. Zijn foto’s sierden daarnaast de covers van tijdschriften en kranten als American Photographer, de Volkskrant, The New York Times, Sports Illustrated, National Geographic en People.
Los Angeles Uprisings, 1965. © Co Rentmeester
Radioafstandsbediening
Witnessing Life is niet zozeer een titel als wel een levenslange betrokkenheid bij de wereld aan de hand van foto’s. Rentmeester is een fotograaf die het niet moest hebben van afstand, maar van nabijheid. Het liefst stond hij midden in de actie, soms met gevaar voor eigen leven. Dat was het geval met de rellen, oorlogen en conflicten die hij als fotojournalist versloeg. Eén keer liep het bijna mis: in 1968 raakte een sluipschutter in Saigon hem terwijl hij fotografeerde. De kogel ging via zijn camera dwars door zijn hand. Het werd zijn laatste foto in Vietnam.
Rentmeesters foto’s zijn niet spontaan, maar gemaakt: technisch, ruimtelijk en conceptueel. De fotograaf gebruikt zijn camera als een werktuig om er een visueel oordeel mee te vellen. Zijn aanpak vraagt precisie en opent tegelijk ruimte voor reflectie. In elk van zijn foto’s is het getoonde minder belangrijk dan hoe het beeld tot stand komt. Dat lijkt op het eerste gezicht haaks te staan op veel van zijn foto’s, die eruitzien alsof ze snel tot stand kwamen. Zo bevindt hij zich op een van de beelden die hij in Vietnam nam vlak achter een aantal Zuid-Koreaanse soldaten die in een dorp de huizen in brand steken van sympathisanten van het National Liberation Front.
Andere foto’s zijn genomen vanuit helikopters en bommenwerpers waarin Rentmeester als reporter meevloog. De fotograaf ging daarin erg ver: soms monteerde hij zijn camera op de staart van een vliegtuig en bediende hij het toestel via radioafstandsbediening in de cockpit of de laadruimte. Zo slaagde hij erin adembenemende foto’s te nemen van Amerikaanse bommen die uit een bommenwerper vallen en waarop in krijt To Charlie with Love staat geschreven – een verwijzing naar de vijand, die ‘Charlie’ werd genoemd. Een van die foto’s is te zien op het achterplat van Witnessing Life. Soms ook bevestigde Rentmeester zijn camera aan een helikoper waarin hij niet zelf zat. Hij bevond zich dan aan boord van een helikopter die ernaast vloog en deed vanaf die plek zijn ding. Het leverde unieke foto’s op die van vindingrijkheid, berekening en een flinke dosis geluk getuigen.
Rentmeesters zorgvuldige manier van fotograferen vindt ongetwijfeld zijn oorsprong in zijn carrière als roeier, die hem vormde. De discipline die komt kijken bij elitesport – het ritme, de timing, de kinesthetische uitlijning – bepaalde de logica van zijn visueel denken. Toen hij fotografie studeerde in Los Angeles bouwde Rentmeester een apart beeldend vocabularium op: methodisch, gecomponeerd en afgestemd op morele complexiteit.
The female snow monkey in the hot springs of Japan’s Shiga Mountains was LIFE Magazine’s cover on January 30, 1970.
© The LIFE Picture Collection. Image by Co Rentmeester.
Zonder angst
Na de schotwonde in zijn hand keerde Rentmeester oorlogsfotografie de rug toe. Van getuige was hij zelf slachtoffer geworden en dat liet zijn sporen na. Was zijn camera tot dan toe een instrument geweest waarmee hij dehumanisering in beeld bracht, voortaan wendde hij zich (tijdelijk) af van menselijke onderwerpen en maakte hij reportages over dieren. Een van zijn foto’s van de sneeuwapen in Japan haalde in 1970 de cover van LIFE. Het was het bestverkochte nummer van het magazine tot dan toe. Dat succes was geen toeval: de beelden van de apen vertegenwoordigen een vorm van portretkunst waarin het menselijke en het dierlijke dicht bij elkaar liggen. Het had net zo goed een mens kunnen zijn die in de stoom van de warmwaterbronnen naar de fotograaf keek.
Maar ook het dierenrijk is niet vrij van conflicten en van hiërarchie. Een dominante mannelijke sneeuwaap mengt zich in de groep, verjaagt zijn ‘ondergeschikten’ en herstelt de orde. Die orde is van een andere aard dan die van mensen in oorlogstijd. Waar menselijke hiërarchieën, zoals die bijvoorbeeld voorkomen tussen twee landen of bevolkingsgroepen, escaleren tot ingrijpende vormen van ideologisch geweld, bestaan ze bij apen als mechanismen om tot sociale cohesie te komen. Zowel bij mensen als bij apen is er sprake van bedreiging, alleen kennen dieren geen doctrines en sluiten ze elkaar niet uit op basis van ras, origine of geloof. De rellen in Watts ontstonden als gevolg van het feit dat blanke Amerikanen niet-blanke Amerikanen als een bedreiging beschouwden en hen om die reden verjoegen naar de rand van de samenleving, met een volksopstand als gevolg.
Zoals Rentmeester in Vietnam de mens als vernietiger registreerde, zo portretteerde hij de sneeuwapen in Japan als overlevers. Die omslag bij de fotograaf was geen ontsnapping, maar een besluit. Hij verkoos zijn lens niet langer te richten op vernietiging, maar op (levende) aanwezigheid. En in die aanwezigheid – van de apen in de warmwaterbronnen – werd iets zichtbaar dat verloren was gegaan in Watts en in Vietnam: de mogelijkheid om gezien te worden zonder angst (om gedood te worden).
B-52 bomber dropping 500 poundbombs on enemy troops at the border of NorthVietnam. With the camera mounted in the wing ofthe plane Rentmeester sitting in the plane firedthe camera by wired remote. 1968. © The LIFE Picture Collection. Image by Co Rentmeester.
Beheersing
Angst en bedreiging: Rentmeester zou er in de jaren 70 opnieuw mee in aanraking komen. Van 26 augustus tot 11 september 1972 vonden de Olympische Zomerspelen plaats in München. Ze werden overschaduwd door een terreuraanslag waarbij leden van de Palestijnse terreurgroep Zwarte September elf Israëlische teamleden gijzelden en doodden. Rentmeester reageerde instinctief op het gebeuren. Toen de gijzeling plaatsvond, installeerde hij zich op een helling net buiten de veiligheidsperimeter, vanwaar hij een rechtstreeks zicht had op het balkon van het verblijf van de Israëlische atleten. Met een telelens van 1000 mm in de aanslag wachtte hij tot er iets zou gebeuren.
Twee uur later verscheen een gemaskerde en gewapende gijzelaar op het balkon. Rentmeester drukte af en had zijn foto, die vervolgens, samen met die van een collega van Associated Press, de wereld rondging. De kracht van de foto schuilt in zijn beheersing. Hij beeldt geen geweldpleging af, maar maakt de voorwaarden zichtbaar waarin geweld niet ondenkbaar is. Ook de overige foto’s die Rentmeester van de gijzeling nam, tonen geen bloedvergieten. Ze laten onder meer zien hoe voertuigen vlak bij de scene van positie veranderen, gebouwen worden afgesloten en tactische antiterreureenheden zich verdekt opstellen. Beeld na beeld voel je de atmosfeer aandikken. De foto’s focussen niet op wat gebeurde, maar wat op het punt stond te gebeuren.
Visuele grammatica
In de aanloop naar de Olympische Spelen van 1984 gaf LIFE Rentmeester de opdracht om een portretserie te maken van de meest veelbelovende deelnemende Amerikaanse atleten. In plaats van de sportlui te fotograferen in hun vertrouwde biotoop, verkoos hij ze te portretteren buiten bestaande sportinfrastructuur om. Wat uit die werkwijze ontstond was niet zozeer een foto van een atletische actie als wel een fotografische verkenning van controle, spanning en identiteit. Daartoe bestudeerde de fotograaf onder meer de omgeving waarin hij zijn foto’s wilde nemen en berekende hij de lichtomstandigheden. Hij legde er een nieuwe visuele grammatica mee vast: nabijheid zonder schending, verwijdering zonder afstandelijkheid.
Onder de sporters die Rentmeester uitkoos, bevonden zich onder meer een loper, een renner, een gewichtheffer, een hordeloper en een basketbalspeler. Rentmeester nam van alle sporters samen slechts negentien foto’s. Eén ervan, getiteld Jumpman, werd later door Time Magazine uitgeroepen tot een van de honderd meest invloedrijke foto’s aller tijden. De foto, die op het omslag van Witnessing Life prijkt, stelt basketter Michael Jordan voor op een hellend grasveld bij het licht van de ondergaande zon. Het beeld is zorgvuldig geënsceneerd en geregisseerd. Rentmeester vroeg Jordan om een balletachtige sprong (grand jeté) te maken met de bal boven zijn hoofd, zodat zijn lichaam mooi in de lucht werd vastgelegd, op enige afstand van de basketring. Veel mensen dachten dat de foto fake was, omdat Jordans sprong onmogelijk hoog is. In werkelijkheid was hij het resultaat van timing en perspectief. Dat Jordan hoger leek te springen dan normaal was het gevolg van het feit dat hij een lange balletsprong maakte, de foto van onderaf genomen is, het hoogste moment van zijn sprong werd vastgelegd en zijn houding het lichaam optisch verlengde. De foto ziet er vandaag, 42 jaar later, nog altijd surreëel uit, alsof hij tot stand kwam met AI.
Michael Jordan, North Carolina, 1984. © Co Rentmeester (poster image)
Mondriaan
Al even surreëel zijn de andere foto’s die Rentmeester nam in de aanloop naar de Olympische Spelen. Gewichtheffer Kenny Clark fotografeerde hij ’s avonds of ’s nachts op de rand van het dak van een wolkenkrabber in San Francisco tegen een achtergrond van andere, helverlichte hoge flatgebouwen. De atleet, wiens gespierde bovenbenen bedekt zijn met talkpoeder, houdt de zware halter vast ter hoogte van zijn kin. Hij lijkt zich niet bewust van de gapende leegte achter hem.
Het silhouet van polsstokspringer Billy Olson met zijn stok in de aanslag is te zien op een vlakte tegen een avondlijke hemel. De lat waar hij overheen moet is in geen velden of wegen te bekennen. Met een beetje verbeelding zie je in hem een neanderthaler die, gewapend met een speer, op jacht is. Ook uitzonderlijk: de foto van wielrenster Rebecca Twigg. Zij lijkt, zittend op haar fiets, geplakt tegen de gevel van een torengebouw in Dallas die eruitziet als een raster van blauwe en witte vierkante tegels. Rentmeester liet zich voor deze foto inspireren door het werk van zijn landgenoot Mondriaan.
Constructie van een mythe
Tussen 1979 en 1999 droeg Co Rentmeester bij aan een van de meest verreikende visuele campagnes van de twintigste eeuw: een reeks iconische beelden van stoere cowboys in weidse landschappen, in opdracht van sigarettenfabrikant Marlboro. Wat oorspronkelijk begon als een testshoot van twee dagen, mondde uit in een twintig jaar durende samenwerking met creatief directeur Ken Krom van het Leo Burnett Ad Agency. Samen met een select groepje andere fotografen hielp Rentmeester mee aan de totstandkoming van een visueel archetype: de Amerikaanse cowboy – aka de ‘Marlboro Man’ – als een wereldwijd symbool van autonomie, beheersing en mannelijke zelfbeschikking.
Zoals gewoonlijk liet Rentmeester voor deze opdracht niets aan het toeval over. Hij werkte niet met acteurs of modellen, maar met echte cowboys van wie de handelingen niet ingestudeerd maar ingebakken zijn. Of hij ze nu fotografeerde terwijl ze vee door rivierbeddingen joegen, uitrustten naast hun paarden of door grote, open landschappen reden, elke foto was een doordachte constructie, verstoken van improvisatie, en berustte op structuur en herhaling.
Rentmeesters ‘Marlboro Man’-foto’s waren technisch bijzonder omdat ze spectaculaire effecten bereikten zonder digitale bewerking – Photoshop bestond in die tijd nog niet. Zo maakte de fotograaf gebruik van dubbele belichting (double exposure) op één filmframe. Eerst fotografeerde hij bijvoorbeeld de zon of de lucht, daarna belichtte hij hetzelfde filmframe met de cowboy en het landschap. Dat leidde tot een foto met een perfecte grote zon achter de cowboy. Grote landschappen met een klein onderwerp (de cowboy) bereikte de fotograaf door gebruik te maken van groothoeklenzen, veel scherptediepte en de strategische plaatsing van de ruiter. Lichtcontrole bekwam hij door het moment van zonsopkomst of zonsondergang secuur te kiezen of door reflectoren te gebruiken om het licht te sturen. Zo droeg Rentmeester met veel vakmanschap bij aan de constructie van een mythe. Wat zijn Marlboro-mannen toonden, is niet wat mannen zijn, maar wat hen geleerd is te belichamen.
American Everyman
De meest opvallende foto’s van Rentmeester tonen vooral (blanke) mannen. De fotograaf nam ze dikwijls in omstandigheden waarin mannen worden uitgedaagd, zoals op slagvelden, in jungles, op prairies en tijdens sportcompetities. Voor lezers van magazines als LIFE, Time, Sports Illustrated en People – de grootste bladen in de VS – maakte Rentmeester beelden van charismatische mannen die onder de noemer ‘The American Everyman’ kunnen worden geplaatst: de doorsnee (blanke) Amerikaanse man. Het is dan ook ironisch dat de fotograaf tijdens de rellen in Watts een iconische, op de cover van LIFE verschenen foto nam van een slanke Afro-Amerikaanse man die een tafel en een stoel uit de brand sleept – letterlijk, want achter hem zie je zijn brandende huis – en die gekleed is in het ‘uniform’ van de blanke ‘American Everyman’: wit T-shirt, donkere jeans en sneakers.
Rentmeesters ‘American Everyman’ is niet noodzakelijk een heldhaftige man die zonder kleurscheuren uit penibele situaties komt. Neem de bekroonde foto van de Amerikaanse soldaat in een M48 Patton-tank die in een vizier kijkt om na te gaan waar ‘Charlie’ zich bevindt. Omgeven door het staal van de tank, zijn gezicht en hals bedekt met een mengsel van zweet, vuil en olie, lijkt hij mentaal onaantastbaar en lichamelijk onkwetsbaar – een schoolvoorbeeld van blank Amerikaans heroïsme. Tragisch genoeg raakte de soldaat een tijdje later gewond en werd hij blind aan één oog – een gegeven dat ver afstaat van het zorgvuldig gecreëerde beeld van de onverstoorbare ‘Marlboro Man’. Het verschil zit hem in de genres waarvan Rentmeester gebruikmaakte: in Vietnam was hij als oorlogsfotograaf, de ‘Marlboro’-foto’s schoot hij als reclamefotograaf. Vietnam was non-fictie, Marlboro fictie. Waar versus onwaar.
Mosterd
Co Rentmeester is een belangrijke fotograaf omdat hij fotojournalistiek, sport- en reclamefotografie op een visueel vernieuwende manier combineerde. Tegelijk school daarin ook zijn zwakte: had hij zich beperkt tot één discipline, dan was hij ongetwijfeld nog bekender geworden. De foto die hij nam van de luchtsprong van basketter Michael Jordan is wereldwijd bekend – Nike ontleende er zijn logo in de vorm van een vector aan –, maar er is vrijwel niemand die hem nog linkt aan de Nederlandse fotograaf. Dat komt omdat sportschoenenfabrikant Nike later een bijna identieke foto van Jordan liet nemen door een andere fotograaf. Rentmeester klaagde Nike daarvoor aan, maar hij verloor het proces, waardoor zijn rol in de ware toedracht vooral in fotografische kringen bekend bleef.
Het punt is dat Rentmeesters stijl zo invloedrijk is dat anderen ermee werden of worden geassocieerd. Minimalistische composities, silhouetten tegen de lucht, heroïsche atleten, cinematografische sportbeelden: ze zijn inmiddels gemeengoed geworden en daardoor onterecht niet langer toe te schrijven aan Rentmeester. In plaats van een innovatie van één fotograaf is het een algemene stijl geworden. Het is daarom een goede zaak dat het Amsterdamse Fotografiemuseum een uitgebreide tentoonstelling wijdde aan Rentmeesters werk en dat er een fotoboek bij verscheen waarin het belang van de fotograaf geschetst wordt door drie specialisten: Aya Musa, Aernoud Bourdrez en Markha Valenta. Bekijk en lees de publicatie en je komt te weten waar de mosterd écht vandaan komt.

Aya Musa, Aernoud Bourdrez & Markha Valenta: Co Rentmeester – Witnessing Life, Lannoo, Tielt, 2025, 256 blz., Engelstalig, 31,6 bij 23,7 cm, € 65. ISBN 978 90 59960 13 8. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen in elke boekhandel.
- You Have Seen Too Much: schrijver Peter Terrin debuteert als fotograaf - april 3, 2026
- Witnessing Life met fotograaf Co Rentmeester - maart 20, 2026
- Bram Bogart: rock-‘n-roll met verf - maart 4, 2026








