Ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag en een loopbaan van ruim vijftig jaar stelt de Nederlandse fotograaf, grafisch ontwerper en filmregisseur Anton Corbijn een groot overzicht van zijn fotografisch werk voor in Fotografiska Stockholm, een internationaal museumnetwerk dat hedendaagse fotografie en kunst presenteert. De tentoonstelling is nog te bezoeken tot 22 oktober 2025. Daarna reist ze verder naar Fotografiska Berlin, Tallinn en Shanghai. Wie niet in de mogelijkheid is naar Zweden te reizen kan zich vermeien met een kolossaal overzichtswerk van de topfotograaf: Corbijn, Anton… 1972-2024, goed voor 560 pagina’s en een gewicht van vier kilogram. De kanjer – opnieuw een prachtuitgave van Hannibal Books – bevat teksten van U2-bassist Adam Clayton, kunstschilder Marlene Dumas, De Standaard-journalist Johan Faes, actrice en muzikante Samantha Morton, singer-songwriter Tom Waits en Corbijn himself.
Portret van een fotograaf die velen kennen als de huisfotograaf van bands zoals U2 en Depeche Mode, en van soloartiesten zoals Don ‘Captain Beefheart’ Van Vliet, Nick Cave en Tom Waits. Filmliefhebbers zullen hem dan weer kennen van uitstekende rolprenten als Control (2007), The American (2010), A Most Wanted Man (2014) en Life (2015). En misschien ook van Squaring the Circle (2023), een documentaire over het legendarische Britse grafisch bureau Hipgnosis, dat gespecialiseerd was in het ontwerpen van iconische lp-hoezen – denk aan The Dark Side of the Moon van Pink Floyd.

a.cobain, Strijen, 2001 | © Anton Corbijn
Muziekkrant OOR
In 1981 kochten wij, zestien jaar jong, de derde editie van Muziekkrant OOR’s eerste Nederlandse Popencyclopedie. Daarin staan vele tientallen zwart-witfoto’s van bands en soloartiesten. Op bladzijde 55 een paginagrote foto van Don Van Vliet, van wiens band Captain Beefheart wij fan waren (en nog steeds zijn). Locatie van de foto: de Mojave-woestijn, in het zuidwesten van de Verenigde Staten, waar de hoogbegaafde zanger en instrumentalist jarenlang in een trailer woonde. Naam van de fotograaf: Anton Corbijn. Bladzijde 311: een grote foto van de al even begaafde gitarist, zanger en componist Frank Zappa, van wiens muziek wij toentertijd gek waren. Naam van de fotograaf: Anton Corbijn. Tussen de C van Captain Beefheart en de Z van Zappa tientallen andere foto’s van Corbijn.
Het was onze eerste kennismaking met zijn werk. Zijn foto’s waren toen al, op een of andere manier, bijzonder. Vele ervan prijken ook in het recente overzichtswerk. Iconische foto’s, niet alleen nu, maar ook toen al, in 1981. De toenmalige hoofdredacteur van OOR, Constant Meijers, maakte in zijn inleiding van de encyclopedie niet voor niets gewag van ‘de fabuleuze Anton Corbijn’. Vandaag, vierenveertig jaar later, is de aantrekkingskracht van Corbijns werk onverminderd. Wie is hij? Waar komt hij vandaan? En vooral: hoe bereikte hij de sterrenstatus die hij thans geniet?
Autodidact
Anton Corbijn werd in 1955 geboren te Strijen (Zuid-Holland) als Anton Johannes Gerrit Corbijn van Willenswaard. Zijn vader was predikant van de Nederlandse Hervormde Kerk, zijn moeder verpleegster. Na hem kwamen nog twee broers en een zus. Opmerkelijk is dat Corbijn als fotograaf autodidact is. In zijn tienerjaren begon hij spontaan te fotograferen met de camera van zijn vader en leerde zo al doende de knepen van het vak. Zijn eerste foto’s in een muziekblad – Muziek Parade – waren van de Nederlandse progrockband Solution, die in 1972 optrad op de Grote Markt in Groningen, waar het gezin Corbijn inmiddels naartoe was verhuisd. Zijn loopbaan als muziekfotograaf begon pas echt toen hij rond 1975 Herman Brood zag spelen in een café. Hij bleef Brood en zijn begeleidingsband The Wild Romance volgen, wat na verloop van tijd leidde tot meer bekendheid van beiden.
In 1975 lijfde muziektijdschrift OOR Corbijn in als fotograaf. Zijn eerste bijdragen waren foto’s van onder meer Herman Brood en van internationale acts die in Nederland optraden. Dankzij zijn contacten in Engeland publiceerde hij vanaf 1978 ook in buitenlandse bladen. Een jaar later verhuisde hij naar Londen, waar hij na verloop van tijd in loondienst trad van New Musical Express, hét muziekblad van de Britse pop- en punkscene, en zich verder kon ontwikkelen als muziekfotograaf, zonder formele studieachtergrond. In januari 1980 schoot Corbijn zijn eerste cover voor NME, naar eigen zeggen ‘een rockabillygozer bij een verhaal van Nick Kent over die scene. Mijn tweede cover was van de skaband The Selecter. En toen was ik binnen.’ In de daaropvolgende jaren maakte hij vele foto’s van beroemdheden, waarvoor hij naast Engeland ook regelmatig de Verenigde Staten aandeed. Hoewel de kleurenfotografie toen al zijn intrede had gedaan, bleef hij nog lang in zwart-wit fotograferen. Later legde Corbijn zich ook toe op het maken van videoclips voor popgroepen, en van daaruit rolde hij de filmindustrie in.



Per Gessle, Nashville, 2016 | Iggy Pop, New York, 2003 | Clint Eastwood, Hollywood, 1997 | © Anton Corbijn
Melancholie
Corbijns stijl is sterk beïnvloed door die van andere, gerenommeerde documentaire fotografen en door beeldend kunstenaars, door muziek en de ermee samenhangende subculturen, en door film en de atmosfeer die ze uitstralen. Tot de fotografen die hem ‘leidden’ behoren onder meer zijn dertig jaar oudere landgenoot Ed van der Elsken, de Zwitsers-Amerikaanse Robert Frank en de Tsjech Josef Koudelka. De eerste bewonderde hij om zijn directe stijl en zijn vermogen om emotie vast te leggen. De tweede om zijn losse, documentaire manier van fotograferen en zijn gevoel voor melancholie. De derde om de dramatische contrasten en de verbeelding van de eenzaamheid in zijn werk. Maar ook het werk van fotograaf en beeldend kunstenaar Man Ray inspireerde Corbijn. Ray’s experimenten met vorm, licht en vervreemding zijn als inspiratiebron terug te vinden in sommige van Corbijns portretten. Want laat dat duidelijk zijn: Anton Corbijn beschouwt portretten maken als de essentie van wat hij doet.
In Corbijns stijl van fotograferen vind je met gemak ook invloeden terug uit de punk- en new wave-scene van de jaren 1970 en 1980. De donkere, minimalistische esthetiek van bands als Joy Division, U2 en Depeche Mode versterkten zijn visuele taal. Vooral met de laatste twee groepen kwam het tot een langdurige samenwerking. Corbijn leerde de leden van U2 kennen in 1983. Gaandeweg groeide hij uit tot hun huisfotograaf, hoesontwerper en videoclipmaker. Drie jaar later werkte hij voor het eerst samen met Depeche Mode, waarvoor hij niet alleen foto’s maar ook videoclips en scenografieën maakte. Het leidde uiteindelijk tot het koffietafelboek Depeche Mode by Anton Corbijn (2021). En in het geval van U2 tot U2 & I (2007).
Als er twee filmregisseurs zijn die Corbijns foto’s en films hebben beïnvloed, dan wel de Rus Andrei Tarkovski en de Zweed Ingmar Bergman. De eerste stond bekend om zijn trage, poëtische films waarin licht en stilte een belangrijke rol spelen. Corbijn heeft meermaals gezegd dat Tarkovski’s melancholie hem diep raakte. Bergmans gebruik van zwart-wit, close-ups en de existentiële thema’s in zijn films zijn eveneens terug te vinden in zijn foto’s en later ook in zijn speelfilms. Alle voorgaande invloeden zorgden ervoor dat Corbijn een herkenbaar handschrift ontwikkelde, gekenmerkt door soberheid en contrast.
The tall Dutchman
In de periode 1980-1990 publiceerde Corbijn zijn foto’s regelmatig in tijdschriften als The Face en Melody Maker – magazines die de visuele stijl van new wave en postpunk mede bepaalden –, maar ook in Rolling Stone, Vogue, Elle en Vanity Fair. Gaandeweg zocht hij zijn inspiratie steeds meer in de modewereld, wat vanaf de millenniumwende leidde tot publicaties in tijdschriften als GQ en Harper’s Bazaar. Debet daaraan was zijn vriendin, modeontwerpster en model Nimi Ponnudurai, van en voor wie hij al foto’s had gemaakt, en met wie hij later zou huwen. Beroemde modellen die Corbijn voor zijn lens kreeg, waren onder meer Naomi Campbell, Helena Christensen, Kate Moss en Christy Turlington. In 2020 publiceerde ‘the tall Dutchman’, zoals de fotograaf weleens wordt genoemd, het boek Mood/Mode. Het bevat meer dan 150 beelden uit zijn oeuvre waarin hij de cross-over opzocht tussen de fotografie en de modewereld. Daarmee omarmde hij het begrip ‘mode’ in de ruimste zin.
Eind vorige eeuw werd Corbijn samengebracht met de bekende kunstenares Marlene Dumas voor strippinggirls, een tentoonstelling en een boek waarvoor ze eerst naar stripclubs trokken om meisjes te vinden. Dumas, die in Zuid-Afrika geboren is maar al vele jaren woont en werkt te Amsterdam, heeft met Corbijn gemeen dat ze portretten maakt. Dumas: ‘We omarmen beiden improvisatie en beschouwen portretkunst als een in essentie zwarte kunst, gemaakt van diepe schaduwen en toevallig licht.’ Corbijn vond het prettig samenwerken met Dumas omdat ze de schilderswereld verder voor hem opentrok. Tot dan had hij nooit geweten hoe goed ze was. Vandaag, een kwarteeuw later, blijft zijn fascinatie voor de schilderkunst even groot. Corbijn: ‘Nog altijd vind ik de streek van het penseel mooier dan de klik van de camera. Het heeft iets onafs, is minder definitief dan een foto. De vrijheid is niet gekadreerd.’



FOTO 1
John Lydon, London, 1979 | Simple Minds, Jim Kerr, New York, 1985 | Sophie Zelmani, Gotland, 2016 | © Anton Corbijn
‘Echt’ kan de pot op
Bij de Engelse versie van Corbijn, Anton… 1972-2024 zit een boekje met daarin de teksten van de auteurs in het Nederlands. In zijn eigen bijdrage vraagt Corbijn zich af of hij een bepaald doel voor ogen heeft. ‘[O]f is het zelfexpressie, of doe ik het uit lijfsbehoud? Ik denk soms wel dat het een combinatie van al die factoren is.’ Opmerkelijk is dat de fotograaf verder in de tekst schrijft dat hij ‘vele jaren, misschien wel decennia’ vond dat hij geen echte fotograaf was en dat hij denkt dat hij het nog altijd niet voor honderd procent is. Hij voegt er weliswaar aan toe dat hij dat een ereteken vindt: “Echt’ kan de pot op.’ Corbijns gevoel geen echte fotograaf te zijn vindt wellicht zijn oorsprong in het feit dat hij als jongeling op geen enkele kunstacademie toegelaten werd omdat men overal vond dat zijn werk niet goed genoeg was.
Perfectie is doods
De langste tekst in het boekje is van journalist Johan Faes. Het is een biografisch overzicht waaruit we onder meer leren dat Corbijn van mening is dat fotografie altijd een herinnering is, ‘het vastleggen en vieren van een stukje leven dat vervliedt. Een collectie van zielen.’ Ook Corbijns drieledige definitie van een geslaagde foto komt erin aan bod. Eén: hij moet iets zeggen over de persoon die je fotografeert. Twee: hij moet iets zeggen over jou. En drie: het mag nog nooit op die manier vertoond zijn. Geslaagde foto’s maken belet nochtans niet dat Corbijn nog altijd niet weet hoe hij tot bepaalde foto’s komt. Als hij er wat dat betreft een formule op na zou houden, zou dat zijn vrijheid kunnen aantasten. Expressie is voor hem van primair belang, techniciteit en methodologie komen op de tweede plaats. Als hij al eens in herhaling dreigt te vallen, dan lost hij dat op door een andere camera te gebruiken of in een ander formaat te fotograferen. Met Instanton bracht hij in 2022 zelfs een boek uit met foto’s die hij maakte met zijn smartphone.
Geslaagde foto’s hebben voor Corbijn niets te maken met perfectie. Dat neemt niet weg dat hij zich soms geïrriteerd voelt als hij iets niet meteen goed kan krijgen. Hij stoort zich dan aan zijn eigen tekortkoming, terwijl hij die in zijn foto’s wel toelaat. Corbijn: ‘Perfectie is doods. Imperfectie ademt. Het menselijke falen zit erin. Mensen houden meer van imperfecte foto’s omdat ze zich erin kunnen herkennen.’ Die indruk van onvolmaaktheid in zijn foto’s is ongetwijfeld mede het gevolg van lange sluitertijden. Hij past die toe om de gebaren en bewegingen van de geportretteerden vast te leggen in zijn unieke stijl, die zowel hun imperfectie als hun persoonlijkheid toont. Maar het is net dat onaffe dat zijn foto’s vaak zo fascinerend maakt, net als hun korreligheid. Veel van zijn zwart-witfoto’s zien er hard en genadeloos uit, alsof hij de mensen voor zijn lens zo onaantrekkelijk mogelijk wil voorstellen, al is dat allesbehalve het geval. Misschien heeft het hiermee te maken dat hij ze, hoe beroemd ze ook zijn, wil treffen in hun meest onbewaakte zelf. Als je daar als fotograaf telkens opnieuw in slaagt, dan ben je goed bezig.

John Martyn, South Downs, 1986 | © Anton Corbijn
Schilderen in het lichtledige
Het overzichtswerk doorbladeren is als bladeren door een halve eeuw pop-, kunst- en cultuurgeschiedenis. Honderden portretten, waarvan het merendeel in zwart-wit, passeren de revue. Een greep: Peter Gabriel, Sinéad O’Connor, Miles Davis, John Lydon, Michael Stipe, Annie Lennox, Frank Sinatra, Rutger Hauer, Clint Eastwood, John Lee Hooker, Kris Kristofferson, Courtney Love, Isabelle Huppert, Salman Rushdie, Georg Baselitz, Philip Seymour Hoffman, Anselm Kiefer, Dries Van Noten, The Killers, Julien Clerc, David Gilmour, Nelson Mandela, Lucian Freud. Wie de foto’s grondig bekijkt, ontdekt dat ze vaak geregisseerd aandoen, als waren het filmstills. En dat zijn ze soms ook. Zo bijvoorbeeld de foto van The Who-gitarist Pete Townshend in een taxi. Corbijn liet de muzikant in een gehuurde taxi plaatsnemen voor de zuilen van de Bank of England. Best ironisch, want als muzikant van een van de belangrijkste Britse bands van de afgelopen zestig jaar heeft Townshend heel wat poen geraapt. Corbijn: ‘Waarmee ik nu natuurlijk de illusie doorprik dat het allemaal toeval was.’
Bijzonder zijn de kleurenfoto’s die Corbijn met een zaklantaarn maakte. In complete duisternis liet hij zijn camera openstaan – door een lange sluitertijd in te stellen – en alles waar hij op scheen, werd door de camera gecapteerd. Je zou het schilderen in het lichtledige kunnen noemen. Het leverde bevreemdende, surrealistisch aandoende foto’s op. Onder meer Eurythmics, Depeche Mode en Don Van Vliet stonden model voor Corbijns zaklamp.
Zelfportretten
Een andere opmerkelijke reeks kleurenfoto’s in het overzichtswerk bestaat uit zelfportretten van Corbijn waarin hij zichzelf afbeeldt verkleed als de overleden muzikale helden uit zijn jeugd – Jimi Hendrix, Sid Vicious, John Lennon – of als iconische muzikanten. De kledij die hij op de foto’s draagt is grotendeels zelfgemaakt, zodat hij echt de visuele kenmerken van de muzikant kan benaderen (haardracht, bril, kleding, pose), zonder te vervallen in imitatie of karikatuur. Ook deze foto’s doen ietwat surrealistisch aan. Op het eerste gezicht lijken ze grappig of spottend, maar zo heeft de fotograaf ze niet bedoeld. Zoals hij ooit gezegd heeft, gaat de serie over ‘death in my place of birth’. Daarmee doelt hij op de combinatie van zijn fascinatie voor muziek én de religieuze, protestantse achtergrond van zijn ouders, die sterk gericht was op leven na de dood.
De volledige reeks uit 2001-2002 is getiteld a.somebody. Ze was onderdeel van de grote retrospectieve tentoonstelling Hollands Deep in het Haagse Gemeentemuseum in 2015, ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de fotograaf. In die expo werden foto’s uit a.somebody getoond naast werk waarin hij zijn muzikale idolen daadwerkelijk fotografeerde. Zo kwamen er telkens dialogen tot stand tussen de echte persoon versus Corbijns verbeelding of herinnering.
Als wij zelf een keuze mogen maken uit het overzichtswerk, dan gaat onze voorkeur uit naar de zwart-witfoto’s die ook al werden afgedrukt in Muziekkrant OOR’s eerste Nederlandse Popencyclopedie uit 1981. Is dat een kwestie van nostalgie of van ‘oude liefdes roesten niet’? Geen van beide. Het heeft alles te maken met wat wij ‘de eerste blik’ noemen: vaak blijft het eerste werk dat je van een kunstenaar gezien hebt je het langste bij, ook al heeft hij dat later artistiek overtroffen. Dan toch een beetje nostalgie?


Brian Eno, London, 1992 | Annie Lennox, London, 1992 | © Anton Corbijn

Johan Faes e.a.: Corbijn, Anton… 1972-2024. Uitgeverij Hannibal, Veurne, 2025, 560 blz., hardcover met stofomslag, € 145,00. De teksten in het boek zijn in het Engels. Los bijgevoegd is een brochure met de Nederlandstalige versie van de teksten en een grote, opgeplooide poster. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen in elke boekhandel.











- Buiten zinnen met fotograaf Eddy Verloes - december 12, 2025
- Luc Verbist viert 70ste verjaardag in Kunstforum De Koolputten - november 21, 2025
- De nacht keert: Els Vos in CC Binder te Puurs-Sint-Amands - november 7, 2025






oktober 10, 2025
Zalige tekst.
oktober 12, 2025
Een helder verhaal rond één van mijn favoriete fotografen en een leeftijdsgenoot geboren in de ’50’s.
En ook voor mij is : ‘the beauty of imperfection’ (Wab-Sabi en het Japanse ‘mono no aware’),
een leidraad in mijn artistiek werk.
oktober 12, 2025
Dank voor uw waarderende woorden! Vriendelijke groet, Patrick Auwelaert.