Voormalig sportjournalist en amateurfotograaf Frank Raes (71) bracht in november 2025 met Altijd overal een lijvig fotoboek uit. Het door uitgeverij Group 24 uitgegeven werk telt een zorgvuldig samengestelde selectie van 250 kleurenfoto’s die Raes maakte tijdens zijn vele reizen over de hele wereld, al dan niet in functie van zijn werk. Het is onderverdeeld in tien hoofdstukken, van ‘Altijd onderweg’ tot ‘Zee en zo’, met tussenin de fotoreeksen ‘Mensen’, ‘Portret’, ‘Natuur’, ‘Sneeuw’, ‘Keerzijde’, ‘Stad’, ‘Straat’ en ‘Sport’. Een evaluatie.
Ultieme foto
Raes toonde al interesse voor fotografie in zijn kindertijd, maar die belangstelling stak pas écht de kop op rond 2003, toen digitale camera’s betaalbaar en technisch voldoende ontwikkeld waren. Vanaf dan gooide hij zich zonder aarzelen in het diepe en leerde hij zichzelf fotograferen. In de eerste plaats door praktijkervaring op te doen, maar ook met behulp van boeken, websites en tijdschriften. Vooral de laatste vijf à tien jaar leerde hij veel bij, liet hij zich ontvallen in een kranteninterview naar aanleiding van zijn fotoboek. Met succes, want in maart 2024 organiseerde antiquair Frank Van Laer – bekend van het televisieprogramma Stukken van mensen – in Antwerpen een tentoonstelling met een veertigtal van zijn foto’s. Die kende zoveel bijval dat ze werd verlengd. In november 2024 vond opnieuw een expo met Raes’ foto’s plaats, ditmaal in Lauren Van Middelem Gallery in Knokke-Heist, waar ook Marc Van Ranst – nog een Bekende Vlaming – een onderkomen vond met zijn schilderijen.
Altijd overal is niet Raes’ eerste boek. Eerder al publiceerde hij een zestal boeken, waaronder de biografie Ik, Rik Coppens (2005), Een hart voor voetbal (2009), Het lijden van de diepe spits (2011) en Het uur van de waarheid (2016). Die twee laatste boeken bevatten voetbalcolumns die hij schreef voor Het Nieuwsblad en De Standaard. Altijd overal – een titel die sterk doet denken aan Michiel Hendryckx’ fotoboek Altijd ergens – is wel Raes’ eerste fotoboek. Qua teksten bevat het alleen een voorwoord van zijn hand en plaatsaanduidingen bij elke foto, met hier en daar als extra een opmerkelijke bijzonderheid. In zijn voorwoord beklemtoont Raes dat elke foto uniek is, ‘zelfs de banaalste, lelijkste of meest onderbelichte. Dat ene moment was er voordien niet en zal ook nooit meer terugkeren, want de zon stond net even anders, de wind waaide wat feller door de takken van de bomen, die mooie glimlach trok een millimeter meer naar links…’ Elke foto, gaat hij verder, ‘is simpelweg een strijd tegen de vergankelijkheid, elke foto wil vasthouden wat nooit meer terugkomt, elke foto koestert de angst van de maker om te vergeten wat voor altijd voorbij is.’ Die verantwoording vinden wij eerlijk gezegd als een levensgroot cliché klinken. Klinkklare nonsens ook, want ook barslechte foto’s zijn uniek. Kon Raes het echt niet oorspronkelijker formuleren?
Grand Central, het grootste treinstation ter wereld, met 44 perrons en 67 sporen, New York, USA.
© Frank Raes
Straatfotograaf
In zijn voorwoord drukt Raes ook zijn ambitie uit om de ultieme foto te maken, ‘dat ene beeld dat alles verklaart, waarop de hele wereld te zien is, waarop de essentie van ons bestaan wordt samengevat’. Tegelijk beseft hij dat dat een utopie is. Zijn favoriete foto, mijmert hij, is de foto die hij morgen en dus eigenlijk nooit zal maken. Nog zo’n dooddoener. Wil niet élke fotograaf uiteindelijk de ultieme foto maken?
Raes benadrukt verder dat zijn boek geen toeristische gids wil zijn en ook geen bundeling van postkaarten, ‘maar wel een neerslag van wat ik on the road zoal ben tegengekomen’. En hij voegt eraan toe dat elk van zijn foto’s een verhaal wil vertellen, soms alleen via een enkel detail. Zo geeft hij nadrukkelijk aan dat hij in de eerste plaats een straatfotograaf is. Daarmee schaart hij zich in een lange traditie van fotografen zoals Henri Cartier-Bresson, Helen Levitt, Saul Leiter, Vivian Maier en Martin Parr. En, bij ons, Magnumfotograaf Harry Gruyaert, wiens werk Raes bewondert. Dat alle foto’s in Altijd overal kleurenfoto’s zijn, is dan ook geen toeval. Raes: ‘Ik zoek naar het licht en naar de kleuren, naar composities die de gelijkenissen en verschillen tussen plaatsen laten zien.’
Op weg naar Essaouira, Marokko. © Frank Raes
Stalenboek
Wie de foto’s in Altijd overal aandachtig bekijkt, kan er niet omheen: ze lezen als een stalenboek van een fotograaf die alle genres en technieken heeft uitgeprobeerd in handleidingen voor beginnende fotografen: close-ups, landschappen, avond- en nachtfotografie, flora en fauna, platteland en stad, metro’s, spiegeleffecten, voedsel, interieurs, lange sluitertijden, beeldrijm, wintertaferelen, fotograferen in tegenlicht, fotograferen met groothoek- en telelenzen, vervagingseffecten, scherpe voorgronden en vage achtergronden, enzovoort. Het is typisch voor eerste fotoboeken: de fotograaf wil soms ten overvloede laten zien wat hij kan en wat hij in zijn mouw heeft zitten.
Verrassend is dat Altijd overal geen foto’s van sportwedstrijden bevat. In een kranteninterview zei Raes daarover dat dat een specifieke kennis vraagt die hij niet heeft. In het boek is wel een kort hoofdstuk aan sport gewijd: met foto’s van locals die voetballen op een strand in Kaapverdië tot Thibaut Courtois tijdens een training in het stadion van Bordeaux. Maar de meeste foto’s zijn van mensen of landschappen in een indrukwekkend aantal landen: van Rusland en Israël over Marokko en Zuid-Afrika tot Mauritius en Thailand. Veel van die landen bezocht Raes beroepshalve, andere koos hij als vakantiebestemming.
Veelzeggende foto’s
Opvallende foto’s zijn die van een herder in Marokko die een lammetje als een baby in zijn armen houdt, terwijl op de takken van een groepje korte bomen achter hem een tiental bokken en geiten de zwaartekracht lijkt te tarten. Maar ook die van een gracieuze, pirouettes draaiende balletdanseres in Grand Central in New York City, het grootste treinstation ter wereld. Of die van twee oudere dames die, met een ijsje in de hand, op een stenen bank zitten, met hun rug tegen een reclamepaneel waarop een klein meisje met beide handen een ijsje vasthoudt. Of nog: die van een streetfoodtent in Bangkok, Thailand, die ook het omslag van het boek siert. Die foto is zo rijk aan kleuren dat hij bijna onwerkelijk oogt, alsof hij met behulp van AI tot stand kwam.
Misschien is de sterkste reeks in Altijd overal wel ‘Portretten’. Die opent met een close-up van een zwart Zuid-Afrikaans meisje met een litteken op haar voorhoofd. Het meisje kijkt recht naar de camera, met een blik die tegelijk kwetsbaarheid en achterdocht uitdrukt. Hoe kwam ze aan het litteken? Gaat het om een huis-, tuin- en keukenongeluk of schuilt er meer achter, zoals etnisch geweld? Ontroerend zijn ook drie foto’s van een stokoude man op Salina, één van de zeven Eolische eilanden boven Sicilië. Hij lijkt zich in een rijdend voertuig te bevinden, want op twee van de drie foto’s zijn andere passagiers te zien. Op de twee eerste foto’s lijkt hij onderhevig aan een groot verdriet, op de derde houdt hij zijn linkerhand voor zijn gesloten ogen, overmand door emoties. Je vraagt je af hoe Raes het heeft klaargespeeld om deze foto’s te nemen. Zat hij ook in het voertuig? Maakte hij de foto’s met een telelens of zat hij vlak bij de man? Raes past het principe wel vaker toe in zijn fotoboek: twee of drie beelden van dezelfde man of vrouw naast en onder elkaar plaatsen, waarbij er telkens maar een fractie van tijd tussen elke foto lijkt te zijn verstreken. Het zijn stuk voor stuk veelzeggende foto’s waarachter een sprekende stilte schuilgaat. Raes wist ongetwijfeld niet wat de oude man bezielde, maar hoe hij hem vastlegde spreekt boekdelen.



Litteken in Kaapstad, Zuid-Afrika. | Salina, 1 van de 7 Eolische eilanden boven Sicilië, Italië. | Gelato in Alghero, Sardinië, Italië.
©Frank Raes
Meerwaarde
Het is hoogst uitzonderlijk dat een amateurfotograaf debuteert met een lijvig fotoboek als Altijd overal. Veel fotografen maken noodgedwongen gebruik van crowdfunding om een fotoboek te financieren. Anderen stappen met een flinke som geld rechtstreeks naar een uitgever. De meesten laten het bij wensdenken. Bij Raes leek de uitgave van zijn debuut als fotograaf een makkie te zijn. Speelde zijn naambekendheid daarin een rol? We kunnen er alleen maar naar gissen. Eén ding is zeker: Raes kán fotograferen. De vraag is of dat ook beklijvende foto’s oplevert. Dat is helaas niet altijd het geval. Altijd overal telt veel mooie plaatjes zoals je die aantreft in onder meer reis- en lifestylemagazines. Tropische eiland- en ondergaande zon-foto’s. Maar daar blijft het meestal bij. Relatief weinig foto’s houden stand tegen herhaaldelijk kijken omdat ze te banaal zijn. Zo bijvoorbeeld de foto’s op de pagina’s 120 en 121. De eerste foto toont een veld nabij Assen, Drenthe, Nederland. Twee derde van de foto wordt in beslag genomen door een veld met hoog opgeschoten groen gewas. Het bovenste derde toont een rij donkergroene bomen tegen een licht bewolkte lucht. De foto op de volgende bladzijde toont een grazend hert in tegenlicht op een steppe in Yellowstone National Park, Wyoming, USA. Wij vragen ons af wat de meerwaarde is van deze foto’s. Ze zouden van eender welke amateurfotograaf met een beetje stielkennis afkomstig kunnen zijn. Ze dragen niet het unieke stempel van Belgische fotografen zoals Carl De Keyzer, Bieke Depoorter, Stephan Vanfleteren of Harry Gruyaert. Los van het feit dat zij professionele fotografen zijn, hebben ze als voordeel over een ‘artistieke visie’ te beschikken. Hun foto’s hebben een moeilijk te beschrijven meerwaarde die verder reikt dan het louter ambachtelijke en illustratieve. Ze overstijgen zichzelf en worden zo universeel. Hang hun foto’s in een museum en er komt volk naar kijken, veel volk, zoals Vanfleteren recent nog bewees met zijn expo Transcripts of a Sea in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Mocht een museum overwegen om in enkele zalen een flink aantal foto’s uit Altijd overal op groot formaat op te hangen, er zouden ook veel mensen naar komen kijken, maar om de verkeerde redenen. Ze zouden in de eerste plaats afkomen op Raes’ bekendheid als voormalig sportjournalist en op het aura dat daarvan uitgaat. Story-, Dag Allemaal– en Het Laatste Nieuws-lezers, niet het reguliere museumpubliek. Toegegeven: je kunt je de vraag stellen of daar iets mis mee is. Mensen naar een museum krijgen is op zich al een verdienste.
Lutine Bell Pub, Liverpool. © Frank Raes
Schrappen
Conclusie: Frank Raes is best een goede fotograaf. Hij had alleen een strengere selectie moeten maken voor Altijd overal. Maximaal 100 foto’s, ofwel minder dan de helft van het huidige aantal. Ook had hij wat meer foto’s mogen nemen vanuit origineler camerastandpunten dan nu het geval is. Het zou de onmiskenbare inhoudelijke veelzijdigheid van zijn werk op formeel vlak ten goede gekomen zijn. Daarnaast had hij, als germanist, ook wat meer aandacht mogen besteden aan de bijschriften. Nu komen er onvergeeflijke flaters in voor zoals ‘eiland te zuidoosten’ in plaats van ‘eiland ten zuidoosten’ (p. 82), ‘Califortnië’ in plaats van Californië (p. 111), ‘architekt’ in plaats van architect (p. 168), ‘Canadaf’ in plaats van Canada (p. 174) en ‘Frida Khalo’ in plaats van ‘Frida Kahlo’.
In een kranteninterview drukte Raes de wens uit om nog eens een fotoboek over zijn thuisstad Antwerpen uit te brengen. Dat lijkt ons een uitstekend idee. Laat het alleen niet opnieuw een boek van 250 bladzijden zijn, maar een van beperkter omvang waarin alleen het essentiële overblijft. En laat het vooral veel portretten van Antwerpenaars bevatten, want portretfotografie is Raes op het lijf geschreven. Schrijven is schrappen, fotograferen is dat ook. Laat in het vervolg de clichés achterwege, Frank, dan komt alles goed!
Zakenman in Marrakesh, Marokko. © Frank Raes

Frank Raes: Altijd overal, Groep 24 BV, Brugge, 2025, 272 pagina’s, 30 bij 28,6 cm, € 45. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen in elke boekhandel.
- Bram Bogart: rock-‘n-roll met verf - maart 4, 2026
- Frank Raes: voormalig sportjournalist ontpopt zich tot fotograaf - februari 20, 2026
- Een existentieel avontuur: 45-65. Jan Walravens, kunstcriticus - januari 23, 2026







