Fotografie is alomtegenwoordig. Geen eigenaar van een smartphone of hij fotografeert ermee. Geen bezitter van een camera of hij maakt er foto’s mee. Sommigen – zij die bezield zijn door fotografie en steeds beter willen worden – sluiten zich aan bij fotoclubs. Rudy Mettepenningen (1958, Hamme) is secretaris van fotoclub Moedoka te Moerzeke, een deelgemeente van het Oost-Vlaamse Hamme. Hoewel hij goede foto’s maakt, is hij volslagen onbekend. Dat geldt voor de meeste fotografen. Zolang er niet over je werk geschreven wordt, besta je niet. Wie schrijft, die blijft. Wie fotografeert, die blijft niet per se. Wij willen daar iets aan doen door zo nu en dan een amateurfotograaf – iemand die niet voor de kost fotografeert – voor het voetlicht te plaatsen omdat die meer aandacht verdient. Enter Rudy Mettepenningen.

©Rudy Mettepenningen
Fotomicrobe
Rudy herinnert zich nog dat er in zijn kinderjaren sporadisch iemand in de ouderlijke woning foto’s kwam nemen van het gezin. Die werden nadien in het familiealbum gekleefd. Rudy vond dat ritueel fascinerend. Voor zijn vormsel kreeg hij een Kodak Instamatic 100 cadeau. Die populaire camerareeks werd in 1963 wereldwijd gelanceerd. Rudy nam er foto’s mee toen hij met de Christelijke Mutualiteiten op reis ging naar Zwitserland. Hij fotografeerde er vooral landschappen en zonsondergangen. Welke fotograaf begint daar niét mee? Om tot authentieke foto’s te komen moet je eerst de clichés voorbij.
Pas begin jaren 90 kocht Rudy voor het eerst zelf een fototoestel: een analoge kleinbeeldcamera. Jaren later bezocht hij een opendeurdag aan de Dendermondse Academie voor Schone Kunsten, waar zijn echtgenote tekenkunst studeerde. Dat bezoek overtuigde hem om een fotografieopleiding te volgen. Eerst een basisopleiding van vijf jaar, daarna nog twee specialisatiejaren. Vandaag is hij aan zijn tweede jaar ‘Cross-over’ toe. Dat is een opleiding waarbij fotografie wordt gecombineerd met druktechnieken zoals zeefdruk, litho en lino. Rudy heeft de fotomicrobe dan ook flink te pakken.
Dialoog
Tegenwoordig gebruikt Rudy meerdere digitale camera’s: een Nikon D500, een Ricoh GRIIIx en een Canon EOS 5D Mark III. Dat zijn niet de duurste en meest professionele toestellen, maar wie aanleg voor fotografie en technische kennis weet te combineren, heeft daar genoeg aan. Het is een mythe dat goede foto’s alleen genomen kunnen worden met peperdure toestellen. Rudy hoeft ook niet te leven van zijn foto’s. Hij is al enkele jaren gepensioneerd en beoefent zijn passie zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven. Die bescheidenheid siert hem, maar zorgt er ook voor dat zijn werk door te weinig mensen wordt gezien. Hij neemt nochtans regelmatig deel aan fotowedstrijden zoals die georganiseerd worden door onder meer de Oost-Vlaamse Unie voor Fotografie (OVU) en door Fotokring Focus Geraardsbergen. Zo nu en dan valt hij in de prijzen, maar dat is niet genoeg om opgemerkt te worden door kunstcritici.
Als Rudy tentoonstelt, dan vrijwel steeds in het kader van de thematische groepstentoonstellingen van het kunstenaarscollectief iD+art te Hamme, waar hij lid van is. Rudy ziet er zijn foto’s tijdens groepstentoonstellingen regelmatig in dialoog gaan met het werk van de andere kunstenaars van het collectief. Die tentoonstellingen vinden niet alleen plaats in Hamme, maar ook in omliggende gemeenten en steden zoals Waasmunster, Bornem en Dendermonde. Freddy Huylenbroeck, de onvermoeibare oprichter en bezieler van het collectief, probeert er op die manier voor te zorgen dat ‘zijn’ kunstenaars niet rond de eigen kerktoren blijven cirkelen. De grootste bedreiging voor kunstenaars, zo vindt hij terecht, is verzanden in provincialisme.

© Rudy Mettepenningen
ICM-techniek
Rudy is als fotograaf erg gebrand op de ICM-techniek. ICM staat voor ‘Intentional Camera Movement’. Die methode komt neer op bewust bewegen met de camera nadat je de ontspanknop hebt ingedrukt. Terwijl de sluiter van de camera openstaat vangt de sensor licht én bewegingen op. Door de camera gedurende een halve seconde of meer op en neer of horizontaal heen en weer te bewegen, krijg je onverwachte en bijzondere, blurry resultaten. Zelfs een kleine, maar snelle handbeweging kan al veel impact hebben op het beeld. Succes is nochtans niet gegarandeerd. Het is een kwestie van proberen en blijven proberen, van experimenteren met de sluitertijd of de snelheid van beweging. Soms houdt Rudy uit vijftig ICM-foto’s maar één geslaagd beeld over.
Als het lukt, heb je een foto in handen die je nog het best kunt vergelijken met de onscherpe schilderijen van Gerhard Richter, vaak zelf op foto’s gebaseerd. Deze stijl creëert een nostalgische, etherische sfeer en vormt een brug tussen realisme en abstractie. Onder meer de Kroatische straatfotograaf Olga Karlovac maakt er haar handelsmerk van, zoals wij ooit mochten ervaren in 2021 tijdens een tentoonstelling van haar werk in het Hasseltse cultuurcentrum CCHA. De foto’s wijken af van de klassieke schoonheidsnorm en hebben een uitgesproken picturaal karakter. Vanop een afstand lijken ze geschilderd door een impressionist. De beroemde Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson heeft naar verluidt ooit in een gesprek gezegd: ‘La netteté est un concept bourgeois’, wat zoveel betekent als ‘scherpte is een burgerlijk begrip’. Hij bedoelde daarmee dat scherpte geen doel op zich mag zijn en dat een foto mag trillen, bewegen en schuren. Cartier-Bresson verkoos een onscherpe waarheid boven een scherpe leegte.
Grafisch karakter
Tot de ICM-fotografen die Rudy bewondert, behoren onder meer Valda Bailey, Doug Chinnery, Erik Malm, Mats Anderson en Todd Hido. Geen van hen vond de techniek uit, maar bereikte er wel meesterlijke resultaten mee. De oorsprong ervan situeert zich rond het midden van de jaren 50. Toen stonden de eerste fotografen op die de grenzen van de traditionele scherpte wilden doorbreken. Onder hen de Oostenrijks-Amerikaanse fotograaf Ernst Haas (1921-1986), die bewust lange sluitertijden gebruikte en tegelijk bewegingen met zijn camera maakte om tot dynamische, schilderachtige beelden te komen van onderwerpen zoals Spaanse stierenvechters en stadsgezichten.
Bij de hierbij afgedrukte foto’s van Rudy is er een te zien die aan de Atlantische Oceaan genomen is met behulp van de ICM-techniek. In het midden zien we een aanrollende golf die driedimensionaal aandoet. Je zou de foto bijna een vorm van Op Art kunnen noemen, een kunststijl die gebruikmaakt van optische illusies om onder meer de indruk van beweging te wekken. Een andere foto die daar thematisch bij aansluit, is die van een duinengebied. Ook hier overheerst de schilderachtige indruk.
Los van de ICM-techniek maakt Rudy ook gebruik van een statief om foto’s te nemen waarop het element beweging nadrukkelijk aanwezig is. Hij doet dat door zijn camera te richten op een onderwerp tijdens een winderige dag. Met een sluitertijd van enkele seconden levert dat vaak onwezenlijk mooie beelden op, die hoogstens nog wat nabewerking vragen in Photoshop of Lightroom. Een voorbeeld is de zwart-witfoto van een landschap met een kerktoren op de achtergrond. De ruisende gewassen op de voorgrond, lang belicht, zorgen voor een voorstelling met een sterk grafisch karakter, alsof ze met potlood of houtskool tot stand kwam. Ook de foto’s waarop kronkelende wegen te zien zijn, bekwam Rudy op die manier. Scherpe foto’s maken is voor hem niet prioritair. Vage foto’s, vindt hij, zijn geheimzinniger, laten meer aan de verbeelding van de kijker over. Een andere manier om tot bewogen beelden te komen, met hetzelfde effect, bestaat eruit om foto’s te nemen uit de hand.


© Rudy Mettepenningen
Meesterschap
Zoals veel fotografen voor wie fotograferen meer is dan een hobby, gaat Rudy thematisch te werk. Zo legt hij zich sinds kort toe op watertorens fotograferen. Dat deed vroeger ook het beroemde Duitse fotografenechtpaar Bernd en Hilla Becher, de grondleggers van de Düsseldorfse school waaruit grote fotografen voortkwamen zoals Andreas Gursky, Candida Höfer en Thomas Struth. De conceptuele foto’s van de Bechers, gemaakt met een technische camera en steevast in zwart-wit, tonen vooral vakwerkhuizen en industriële installaties zoals water- en koeltorens, gashouders, hijskranen en lifttorens van mijnen. Het echtpaar bedreef een vorm van documentaire fotografie met een uitgesproken objectief en zakelijk karakter. Onartistiek ook, maar wel effectief. Vooral het seriële aspect maakt indruk.
Eerder al maakte Rudy foto’s van vervallen serres met groen uitgeslagen glaspartijen, waardoorheen zich vegetatie wurmde zoals bloemen en twijgen. Door in te zoomen op die glaspartijen bekwam hij abstract aandoende beelden met een grote zeggingskracht. Hetzelfde doet Rudy met verweerde, vaak betonnen muren waarop de tijd én de weersomstandigheden bijna schilderkunstige sporen hebben nagelaten. Die foto’s hebben wél een figuratief aanzien: je herkent de muren als muren. Ze doen tot op zekere hoogte denken aan de foto’s van de Antwerpse fotograaf Bert Danckaert, van wiens werk Rudy een bewonderaar is. Danckaert fotografeert overal ter wereld muren van huizen en andere gebouwen. Alleen tonen zijn foto’s altijd een deel van het voetpad of van de parkings waarlangs die gebouwen zich bevinden, zodat de kijker beseft waar hij naar kijkt: naar een muur in een straat met voetpaden of op een parking, elementen die wijzen op menselijke nabijheid. Op Rudy’s foto’s komen geen mensen voor. Dat heeft hij gemeen met fotografen als Paul D’Haese, Karin Borghouts en Jan Kempenaers, die ook een vorm van conceptuele fotografie bedrijven, in die zin dat ze vooraf bepalen wat ze willen vastleggen en zich daar strikt aan houden. In die beperking toont zich hun meesterschap.
Professional
Hoewel Rudy er wat fotograferen betreft geen vaste routine op nahoudt, maakt hij twee of drie keer per week een fietstocht in en rond Moerzeke en stopt hij onderweg meermaals om foto’s te maken. Moerzeke is een landelijk gelegen, rustiek dorp, op de linkeroever van de Beneden-Schelde. De verleiding is dan groot om clichématige romantische plaatjes te schieten van zonsop- en ondergangen aan het water. Aan die verlokking geeft Rudy zo nu en dan ook toe, maar die foto’s houdt hij bewust apart van zijn meer ‘artistieke’ foto’s.
Recent fotografeerde Rudy het gloednieuwe sluizensysteem in natuurreservaat Wal-Zwijn in Moerzeke, of liever: het water dat er kolkend in tekeergaat. Ook hier stelde hij een lange sluitertijd in, terwijl de camera onbewogen op een statief stond. Het leidde tot abstract aandoende foto’s waarop je het gefotografeerde niet meteen herkent. Op de foto die hierbij is afgedrukt, ontwaar je eerder een kosmische wolk of iets als een zijdezachte pels. Het is eens te meer een bewijs dat Rudy een fotograaf is die zijn heil liever zoekt in suggestieve foto’s dan in kant-en-klare plaatjes die niets aan de verbeelding overlaten. Hij mag dan een amateurfotograaf zijn, hij heeft de blik en de visie van een professional. Om die reden alleen al verdient hij meer aandacht en die kunt u hem het komende jaar geven tijdens de volgende tentoonstellingen:



© Rudy Mettepenningen
Goddelijk paars en stil als wit, Gemeentemuseum, Temse van 9 juni tot 28 juni 2026
Rond de Wase luministen (Jef De Pauw, Ghisleen Verdickt, Edmond Verstraeten, Ernest Welvaert) is er als symbolische connotatie van de kleuren paars en wit een dialoog opgezet met kunstenaars van het iD+art Collectief, onder wie Rudy Mettepenningen.
Reünie op de kaai te Hamme, Oude bibliotheek, Hamme, van 19 september tot 4 oktober 2026
Naar aanleiding van de 140ste geboortedag van Achiel Van Sassenbrouck en de bruikleen van zeven van zijn werken uit de verzameling van de familie Beyen (Turnhout), heeft het gemeentebestuur in samenspraak met het iD+art Collectief een vijftal thematische tentoonstellingen rond Van Sassenbrouck geprogrammeerd. De expo in de Oude bibliotheek heeft het Durmeland en de waterkant als onderwerp en verzamelt rond het werk van Van Sassenbrouck namen als Luc Verbist, Linde Fobe, Katrien Everaert, Rik Annerel en Rudy Mettepenningen.
- Léon Spilliaert in dialoog met hedendaagse kunst te Brussel – een voorbeschouwing - juni 12, 2026
- Gebrand op de ICM-techniek: Rudy Mettepenningen - mei 30, 2026
- Veertig dagen in de woestijn met Honoré δ’O - april 23, 2026



